|
Datum: 28 september 2007 Opsteller: Mari Marinussen Akkoord secretaris: |
|
Vastgesteld door College Datum: 1 oktober 2007 Voorzitter: |
(HER)BEOORDELING
NIET-GEPRIORITEERDE GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN
Duplosan
MCPP, 9531 N
Ingevolge het door u op woensdag 13 juni 2007 (C-182.4) vastgestelde Plan van Uitvoering voor de (her)beoordeling van niet-geprioriteerde gewasbeschermingsmiddelen en biociden, zijn reeds toegelaten gewasbeschermingsmiddelen en biociden geëvalueerd. De evaluatie heeft plaatsgevonden conform de werkwijze en procedure die in de notitie “Aanwijzingen (her)beoordeling niet-geprioriteerde gewasbeschermingsmiddelen en biociden is beschreven (11 juli 2007, C-183.5). Bijgaande treft u het beoordelingsrapport aan van het gewasbeschermingsmiddel Duplosan MCPP (9531 N).
Voor dit gewasbeschermingsmiddel is een aanvraag als bedoeld in artikel 25d Bestrijdingsmiddelenwet 1962 ingediend. Dit middel bevat de werkzame stof mecoprop-P. Het voor een beoordeling van dit middel verschuldigde tarief is op 17-08-2007 ontvangen. Uit het beoordelingsrapport volgt dat de effecten van het middel op mens, dier en milieu aanvaardbaar zijn, gelet op het gehanteerde toetsingskader.
Uit de beoordeling blijkt dat het middel in beginsel niet geplaatst kan worden op de lijst als bedoeld in artikel 122, lid 1. In overleg met de toelatinghouder wordt voorgesteld om het WG/GA als volgt aan te passen:
In het WG/GA wordt de veiligheidstermijn gewijzigd:
“In weilanden niet korter dan 7 dagen
voor de beweiding toepassen” wordt gewijzigd in: “In weilanden niet korter dan
28 dagen voor de beweiding toepassen.”
Aan het WG/GA wordt het volgende toegevoegd:
Om terrestrische niet-doelwit planten
te beschermen is toepassing uitsluitend toegestaan indien gebruik wordt gemaakt
van minimaal 75% driftreducerende doppen in combinatie met een teeltvrije zone
van 3,0 meter vanaf het midden van de laatste gewasrij tot de perceelsrand.
Met deze maatregelen voldoet het middel alsnog aan de uitgangspunten voor de plaatsing op de lijst als bedoeld in artikel 122, lid. Voorgesteld wordt om in te stemmen met deze wijziging van het gebruiksvoorschrift, zoals verwoord in het hoofdstuk Etikettering en WG/GA van het beoordelingsrapport.
Voorgesteld wordt om het middel op te nemen in de lijst als bedoeld in artikel 122, lid 1 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
Een parallelle en afgeleide toelating volgt het toelatingsregiem van het gewasbeschermings-middel waar het van is afgeleid. Van het hier beoordeelde gewasbeschermingsmiddel is het volgende gewasbeschermingsmiddel afgeleid dan wel parallel toegelaten:
- Mecop PP-2 (12678 N)
Van het afgeleide dan wel parallel toegelaten middel is geen beoordelingsrapport opgesteld. Het toepassingsgebied van dit middel is maximaal dezelfde als het toepassingsgebied van het middel waarvan de toelating is afgeleid zodat de conclusie in het rapport van het middel waarvan het is afgeleid dezelfde is. Bij de indiening van de aanvraag is het verschuldigde tarief voldaan.
Voor de verdere toelating van het middel Duplosan MCPP (9531 N) moet een nieuwe toelatingstermijn worden vastgesteld. Gelet op het Europese beoordelingsprogramma voor de beoordeling van werkzame stoffen wordt voorgesteld een periode voor verdere toelating vast te stellen die aansluit op het tempo waarin het Europese beoordelingsprogramma wordt afgerond. Het Ctb stelt de toelatingstermijn daarom vast totdat uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven aan de communautaire maatregel met betrekking tot de opname van de werkzame stof in de Bijlage I van de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn 91/414/EEG.
Besluit
|
Het Ctb besluit: - Het gewasbeschermingsmiddel Duplosan MCPP (9531 N) wordt opgenomen in de lijst als bedoeld in artikel 122, lid 1 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden; - Een nieuw WG/GA vast te stellen conform bijlage 2; - Het middel wordt toegelaten voor de termijn die afloopt op de dag dat uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven aan de communautaire maatregel betreffende de opname van de werkzame stof mecoprop-P in Bijlage I van richtlijn 91/414/EEG. |
(HER)BEOORDELING NIET-GEPRIORITEERDE GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN
BEOORDELINGSRAPPORT
GEWASBESCHERMINGSMIDDEL
DUPLOSAN MCPP, 9531 N
College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen
Wageningen
INHOUDSOPGAVE
Inleiding
Beschrijving van het reeds toegelaten middel
Risico-evaluatie HUMANE TOXICOLOGIE
Risico-evaluatie MILIEU
Eindconclusie
Etikettering en WG/GA
Bijlage 1 GAP tabel
Bijlage 2. Nieuw WG/GA
INLEIDING
In artikel 122
van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en
biociden is een voorziening getroffen om (toegelaten) een middel met een
niet-geprioriteerde werkzame stof op een lijst te plaatsen en de toelating van
dat middel te verlengen totdat voldaan moet zijn aan het bepaalde in de communautaire
maatregel betreffende de werkzame stof. Om voor deze toelating in aanmerking te
komen moet er een aanvraag zijn ingediend op grond van artikel 25d van de
Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en moet bij de verdere toelating van het middel naar
behoren rekening worden gehouden met de effecten van dat middel op de mens,
het dier, alsmede op het milieu, op basis van een dossier dat de nodige
informatie bevat.
In dit kader is een
doelmatige en doeltreffende werkwijze en procedure vastgesteld in het Plan van
Uitvoering van 13 juni 2007. De beoordeling is uitgewerkt in de notitie
“Aanwijzingen voor de (her)beoordeling van niet-geprioriteerde
gewasbeschermingsmiddelen en biociden”. De voor dit middel uitgevoerde evaluatie,
waarvan in dit beoordelingsrapport verslag wordt gedaan, strekt ertoe zeker te
stellen dat de betrokken middelen inderdaad elk afzonderlijk afdoende op hun
risico’s zijn beoordeeld.
BESCHRIJVING REEDS TOEGELATEN MIDDEL EN MEEST KRITISCHE TOEPASSING
Toegestaan is uitsluitend het
gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel:
a. in de teelt van granen en
graszaad;
b. in weilanden waarin geen vee
aanwezig is;
c. in gazons en sportvelden;
d. pleksgewijs onder appel- en
perenbomen, onder windschermen en op erven;
e. op akkerranden en randen van weilanden.
De meest kritische toepassing, waarbij het meeste risico verwacht wordt, is de toepassing in granen en weilanden.
|
Plaatsing annex I 91/414 |
ja |
|
|
|
Toetsingskader |
HTB 1.0 |
||
RISICO-EVALUATIE
HUMANE TOXICOLOGIE
TOEPASSINGSGEGEVENS
Toegestaan is uitsluitend
het gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel:
a. in de teelt van
granen en graszaad;
b. in weilanden
waarin geen vee aanwezig is;
c. in gazons en
sportvelden;
d. pleksgewijs
onder appel- en perenbomen, onder windschermen en op erven;
e. op akkerranden
en randen van weilanden.
Veiligheidstermijn
In weilanden niet
korter dan 7 dagen voor de beweiding toepassen.
GRENSWAARDEN
Mecoprop-P is
opgenomen in Annex I van EU richtlijn 91/414/EEG (besluit 2003/70/EC OJ N°
L184, 23.7.03, p. 9). Onderstaande grenswaarden zijn overgenomen uit de definitieve eindpuntenlijst (doc
1654/VI/94, Rev.7, 22 Apr 1998).
|
Semichronische AOEL (systemisch) |
0,04 |
mg/kg lg/dag |
|
Dermale absorptie 1 |
10 |
% |
|
ADI |
0,01 |
mg/kg lg |
|
ARfD |
niet noodzakelijk |
mg/kg lg |
1 Op basis van een
nieuwe huidabsorptiestudie
KWALITATIEVE BEOORDELING
In het verleden zijn geen risicobeoordelingen voor de toepasser, omstander, herbetreder en volksgezondheid opgesteld. Derhalve zijn ten behoeve van de onderhavige beoordeling berekeningen gemaakt.
Professionele
toepasser
Voor de professionele toepasser is de meest kritische toepassing het machinaal neerwaarts spuiten in weilanden (3L mecoprop-P/ha).
Risicobeoordeling voor systemische effecten na dermale en inhalatoire blootstelling aan mecoprop-P bij gebruik van DUPLOSAN MCPP
|
|
Route |
Geschatte
interne blootstelling a (mg /dag) |
Systemische AOEL (mg/dag) |
Risico-index b |
|
Machinaal neerwaarts spuiten in weilanden |
||||
|
Mengen/ |
Inhalatoir |
0,09 |
2,8 |
0,03 |
|
Laden |
Dermaal |
3,60 (met PBM) |
2,8 |
1,29 |
|
Toepassen |
Inhalatoir |
0,14 |
2,8 |
0,05 |
|
Dermaal |
0,54 (met PBM) |
2,8 |
0,19 |
|
|
|
Totaal |
4,37 |
2,8 |
1,56 |
a Externe blootstelling is geschat met EUROPOEM. De
biologische beschikbaarheid via de inhalatoire route 100%.
b
Ratio van geschatte bloostelling en toelaatbaar geachte blootstelling.
Bij mengen en laden van DUPLOSAN MCPP ten behoeve van
toepassing in weilanden kunnen nadelige effecten niet worden uitgesloten als
gevolg van dermale blootstelling aan mecoprop-P. Arbeidshygiënisch verantwoord
gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen kan de dermale blootstelling met
ca. een factor 10 reduceren. Dit reduceert de blootstelling echter onvoldoende.
Voor de toepassingen in de teelt van granen en graszaad, in
gazons en sportvelden, pleksgewijs onder appel- en perebomen, onder windschermen
en op erven en op akkerranden en randen van weilanden wordt voor de
onbeschermde werker een risico-index kleiner dan 10 berekend. Dit kan door goed
gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen voldoende worden gereduceerd.
Particuliere toepasser
DUPLOSAN MCPP is enkel bedoeld voor beroepsmatige toepassing.
Herbetreding
Kort na toepassen worden geen
werkzaamheden uitgevoerd waarbij intensief contact met behandeld gewas
plaatsvindt.
Echter voor de toepassing op gazons en sportvelden is kan
dermale blootstelling bij herbetreding niet worden uitgesloten. Derhalve is
voor deze toepassing een risicobeoordeling opgesteld.
Risicobeoordeling voor systemische effecten na dermale en inhalatoire blootstelling aan mecoprop-P bij herbetreding na gebruik van DUPLOSAN MCPP
|
|
Route |
Geschatte
interne blootstelling a (mg /dag) |
Systemische AELb (mg/dag) |
Risico-index c |
|
Herbetreding op gazons en sportvelden |
||||
|
Kind 10,5 maand |
Dermaal |
0,63 |
0,37 |
1,73 |
|
Kind 4 jaar |
Dermaal |
0,90 |
0,63 |
1,43 |
|
Volwassene sport |
Dermaal |
3,60 |
2,52 |
1,43 |
|
Volwassene zonnebad |
Dermaal |
2,34 |
2,52 |
0,93 |
a Externe
blootstelling is geschat o.b.v. literatuuronderzoek van het RIVM (2006). De
biologische beschikbaarheid via de dermale route is 10%, via de inhalatoire
route 100%.
b
Berekend op basis van de AOEL van 0,04 mg/kg lg en lichaamsgewichten van 8,7,
15, en 63 voor respectievelijk kinderen van 10,5 maanden, kinderen van 4 jaar
en volwassenen.
c Ratio van geschatte bloostelling en
toelaatbaar geachte blootstelling.
Op basis van deze
arbeidstoxicologische risicobeoordeling kan worden geconcludeerd dat bij
dermale blootstelling als gevolg van herbetreding na toepassen van DUPLOSAN
MCPP op gazons en sportvelden nadelige gezondheidseffecten niet kunnen worden
uitgesloten.
Omstander
Voor omstanders is met behulp van EUROPOEM II een risico-index van 0,1 berekend. Er wordt geen risico voor omstanders ingeschat.
Volksgezondheid
Voor de volksgezondheid is de meest kritische toepassing in granen met uitzondering van rogge (max. 1,2 kg mecoprop-P/ha).
De werkzame stof
mecoprop-P is voor het laatst beoordeeld in C-134.3.7. Dit betrof het middel
Compitone plus (750 g/l mecoprop-P). Het middel wordt o.a. van april tot
mei toegepast in winter- en zomergranen. De dosering bedraagt 1,44 kg w.s./ha
in winter- en zomergranen en 1,2 kg w.s./ha in gazons. Kopie uit C-134.3.7:
Residuen
In de monografie
worden 28 residuproeven in graangewassen (Noord-Europa) vermeld. De dosering
bedroeg éénmalig 1,1-1,5 kg w.s./ha. Bij een PHI van ten minste 60-114 dagen
voor gerst en rogge, 20-99 dagen voor haver en 102-134 dagen voor tarwe was het
residugehalte in graan <0,05 mg/kg.
Er worden 23 proeven
genoemd in gras (weiland); de dosering was 0,50-1,85 kg w.s./ha (één
toepassing). Bij een PHI van 34-182 dagen was het residugehalte <0,05 mg/kg.
Afleiden MRL’s/STMR’s
In graangewassen wordt
voor mecoprop-P op basis van de EU-behandeling een MRL voorgesteld van 0,05*
mg/kg bij een PHI van >60-114 dagen voor gerst en rogge, 20-99 dagen voor
haver en 102-134 dagen voor tarwe. Aanvrager vermeldt geen PHI.
Voor residuen in gras
is communautair nog geen MRL vastgesteld in verband met onduidelijke resultaten
uit de beschikbare residuproeven; op nationaal niveau dient een PHI te worden
vastgesteld. Daarnaast werden 8 nieuwe residuproeven verlangd. Door de
aanvrager wordt een PHI van 1 week voorgesteld voor de toepassing in grasland.
Bij gebrek aan betrouwbare residuproeven kan voor deze PHI geen MRL worden
vastgesteld.
Voor dierlijke
producten is communautair nog geen MRL vastgesteld. Of een MRL noodzakelijk is
hangt af van de nog vast te stellen MRL voor gras.
Dieetberekening
Gezien het ontbreken
van een MRL voor gras, waarvan de residuen via begrazing in het voedsel terecht
kunnen komen, wordt de nationale theoretische maximale residu-inname (NTMDI)
voor de mens uitsluitend berekend op basis van de voorgestelde MRL voor winter-
en zomergranen (behalve triticale en rogge) en het Nederlandse dieet
(RIKILT-DLO).
|
Product |
MRL (mg/kg) |
Inname algemene bevolking (g/dag) |
NTMDI (mg/persoon/dag) |
% van ADI (0,01 mg/kg lg/dag) |
|
tarwe |
0,05* |
130,62 |
0,0065 |
1,037 |
|
gerst |
0,05* |
23,61 |
0,0012 |
0,187 |
|
haver |
0,05* |
1,99 |
0,0001 |
0,016 |
|
Totaal |
|
|
|
1,240 |
|
Product |
MRL (mg/kg) |
Inname kind
1-6 jr (g/dag) |
NTMDI (mg/persoon/dag) |
% van ADI (0,01 mg/kg
lg/dag) |
|
tarwe |
0,05* |
81,08 |
0,0041 |
2,371 |
|
gerst |
0,05* |
0,44 |
0,0000 |
0,013 |
|
haver |
0,05* |
1,83 |
0,0001 |
0,054 |
|
Totaal |
|
|
|
2,437 |
Op basis van
Nederlandse consumptie-statistieken kon worden berekend dat bij de voorgestelde
MRL in graangewassen (PHI >60 dagen op basis van de residustudies in de
monografie) de opname van mecoprop-P-residuen via het voedsel voor de algemene
bevolking ongeveer 1 procent van de voorgestelde ADI van 0,01 mg per kg
lichaamsgewicht bedraagt. Voor kinderen in de leeftijd tot 6 jaar bedraagt de
opname ongeveer 2,5 procent van de ADI.
Conclusie risico voor de volksgezondheid
Gezien het bovenstaande wordt het risico voor de
volksgezondheid verwaarloosbaar geacht indien de toepassing beperkt blijft tot
winter- en zomergranen (behalve triticale en rogge).
(einde C-134.3.7)
Gelet op de GAP
voor het middel DUPLOSAN MCPP (kritische toepassing 1,2 kg w.s./ha in granen
versus 1,44 kg w.s./ha voor Compitone plus) wordt op basis van de
risicobeoordeling in C-140.3.12 geconcludeerd dat er bij gebruik van het middel
DUPLOSAN MCPP geen onaanvaardbare effecten voor de volksgezondheid te
verwachten zijn indien toepassen in weilanden wordt uitgesloten.
CONCLUSIE
|
Risico professionele toepasser |
Niet is vastgesteld dat er geen
onaanvaardbare effecten te verwachten zijn bij een dosering van 3 L/ha met
PBM. Vastgesteld is dat er geen onaanvaardbare
effecten te verwachten zijn bij een dosering van 2L/ha of minder met PBM.* |
|
Risico particuliere toepasser |
n.v.t. |
|
Risico herbetreding |
Niet is vastgesteld dat er geen
onaanvaardbare effecten te verwachten zijn |
|
Risico omstanders |
Vastgesteld is dat er geen onaanvaardbare
effecten te verwachten zijn |
|
Risico volksgezondheid |
Vastgesteld is dat er geen onaanvaardbare
effecten te verwachten zijn (onder uitsluiting van toepassen in weilanden) |
*PPE reeds op etiket
GERAADPLEEGDE
BRONNEN
/ MODELLEN
|
Eindpunten |
EU-eindpuntenlijst |
|
Blootstelling
professionele toepasser |
Model EUROPOEM |
|
Blootstelling
particulier toepasser |
n.v.t. |
|
Blootstelling
herbetreding |
RIVM 2006 |
|
Blootstelling
omstanders |
EUROPOEM II |
|
Blootstelling
volksgezondheid |
CTB dossier |
Reactie
toelatinghouder (per brief d.d. 26 september 2007):
Risicobeoordeling toepasser/re-entry/ Risicobeoordeling
volksgezondheid
Toelatinghouder geeft onder andere aan dat op dit moment een Annex III dossier (herregistratie) voor duplosan mcpp op dit moment door het CTB geëvalueerd wordt. De kans is aanwezig dat op basis van de modernste dossiergegevens een gering risico zal blijken.
Reactie CTB n.a.v. reactie toelatinghouder:
Risicobeoordeling toepasser/re-entry
In het kader van de herregistratie verwijst de toelatinghouder naar het herregistratie-dossier. Hierin zijn nieuwe gegevens opgenomen betreffende de in vitro dermale absorptie van Duplosan MCPP.
Het is voor het CTB niet mogelijk om de geleverde gegevens in het kader van 25d volledig te beoordelen. De in vitro gegevens betreffen alleen gegevens met de mens. Wanneer alleen de 1e twee tape strips als niet opgenomen worden beschouwd wordt de dermale absorptie voor het concentraat maximaal 0.71% en 3.17% voor de spuitverdunning, bij 8 uur blootstelling. In het geval met de 24-uurs blootstelling wordt gerekend, komen de dermale absorptiewaarden op 1,3% voor het concentraat en 6,7% voor de spuitverdunning.
Met deze verfijning van de dermale absorptie wordt een veilige toepassing berekend voor de beschermde toepasser, ook als van de 24-uurs dermale absorptie waarden wordt uitgegaan. Ook voor kleine kinderen bij herbetreding op sportvelden worden geen risico’s meer berekend met deze verfijning van de dermale absorptie, waarbij de 8-uurs dermale absorptie waarde als een overschatting wordt beschouwd.
Bovengenoemde
persoonlijke beschermingsmiddelen zijn al op het etiket opgenomen.
Risicobeoordeling volksgezondheid
Voorlopige EU-MRLs voor plantproducten en granen zijn vastgesteld in MRL richtlijn 2005/37/EG. Er zijn geen EU-MRLs beschikbaar voor dierlijke producten. Voordat de EU-MRLs zijn vastgesteld, zijn de MRLs besproken in de “Standing Committee on Food Chain and Animal Health; Pesticide Residues” in de vergadering van mei 2003 aan de hand van een voorstel van RMS Denemarken.
Toen werd werd besloten dat vervoederingstudies vereist
waren voor rundvee en varkens, vanwege hoge residugehaltes in gras. Deze
residugehaltes werden gevonden in proeven uitgevoerd in Zuid-Europa, met een
GAP van 1-2 x 1.5 (1.8) kg as/ha toegepast in het voorjaar en gevolgd door een
toepassing in de herfst, indien nodig. De residugehaltes gevonden in de proeven
met 1 x 1.5 kg as/ha bedroegen:
PHI 0 dagen: 61, 65, 126, 142
mg/kg
PHI 7 dagen: 27, 27, 34, 58 mg/kg
PHI 14 dagen: 2.7, 6.8, 10, 21
mg/kg
PHI 28 dagen: 0.61, 0.95, 4.2,
5.8 mg/kg
PHI 56 dagen: ND, 0.26, 0.46,
0.88 mg/kg
Wanneer de gevonden residugehaltes bij de toegepaste
dosering uit de beschikbare metabolisme studie in de geit worden geëxtrapoleerd
naar melk- en vleesvee gevoerd met gras behandeld met OPTICA conform de GAP,
aantoonbare residuen in producten van deze dieren niet zijn uit te sluiten.
In de SCoFCAH vergadering van oktober 2003 werd de vraag
voor een vervoederingstudie ingetrokken door Denemarken. De meest kritische GAP
voor gras (weilanden) waarvan toen werd uitgegaan was 1 toepassing van 1.2 kg
as/ha en een PHI van 28 dagen, terwijl de cGAP-NL 1 toepassing van 1.8 kg as/ha
met een PHI van 7 dagen betreft.
Er zijn geen proeven uitgevoerd in de Noord-Europese regio
conform de cGAP-NL; wel zijn er vier proeven in Zuid-Europa. De gevonden
residugehaltes bedragen bij PHI 7 dagen: 27, 27, 34, 58 mg/kg. Dit is
een overschatting, aangezien residugehaltes in Noord-Europa lager zullen zijn
vanwege klimatologische verschillen.
Wanneer de residuwaardes gevonden in studies uitgevoerd in
Zuid-Europa worden gebruikt, blijkt dat er geen residuen boven de LOD te
verwachten zijn na vervoedering van gras behandeld volgens de GAP van 1x 1.5 kg
as/ha en PHI 28 dgn.
|
Eindbevinding |
Vastgesteld is
dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn (wanneer in
weilanden niet korter dan 28 dagen voor de beweiding wordt toegepast). |
RISICO-EVALUATIE MILIEU
TOEPASSINGSGEGEVENS
Meest kritische toepassing: weilanden.
Dosering: 1,8 kg w.s./ha.
Frequentie: 1 maal. Periode: april - augustus.
KWALITATIEVE BEOORDELING
|
Persistentie bodem |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Er wordt voldaan aan de norm. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Grondwater |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Voor
mecoprop-P wordt voldaan aan de norm. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Oppervlaktewater (drinkwatercriterium) |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Mecoprop-P: Volgens de
gegevens beschikbaar bij CTB is het 90-percentiel van de metingen 0,06 µg/L. Table
M.4 Monitoring data for mecoprop-P at drinking
water abstraction points from surface water in the period 2001 - 2005
*) No data available for this abstraction point. **) all measurements are taken into account due
to lack of clearness which measured values are representative for the uses
currently under application Er wordt voldaan aan de norm voor oppervlaktewater bestemd voor de
bereiding van drinkwater zoals opgenomen in Bubg. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Zoogdieren |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Mecoprop-P: LD50 rat: 431 mg/kg
lg, NOAEC: 100 mg/kg voer. Het risico door blootstelling via voer is in een
vergelijkbare toepassing gering, evenals het risico voor doorvergiftiging
(Monograph mecoprop-P). |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Vogels |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Mecoprop-P: LD50 vogel: 497 mg/kg
lg, NOEC: 556 mg/kg voer. Het risico door blootstelling via voer is voor
een vergelijkbare toepassing gering, evenals het risico voor doorvergiftiging
(Monograph mecoprop-P). |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Waterorganismen |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Laagste norm van mecoprop-P: 160 µg w.s./L (Lemna).
De PIEC is 8,6 µg. Hiermee wordt voldaan aan de norm. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Bioaccumulatie |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Er is geen risico voor bioaccumulatie: de
BCF-waarden zijn < 100 L/kg. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Bijen en hommels |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Er wordt voldaan aan de norm. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Niet-doelwit arthropoden |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Er wordt voldaan aan de norm. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Regenwormen |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Er wordt voldaan aan de norm. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Bodemmicro-organismen |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Er wordt voldaan aan de norm. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Terrestrische planten |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Mecoprop-P: de laagste EC50 is 88,5 g w.s./ha
(Monograph mecoprop-P). De norm is dus 17, 7 g w.s./ha. De blootstelling is 0,1 x 1800 = 180 g w.s./ha. De
normoverschrijding is 10,2. Op dit moment zijn geen realistische
risicoreductiemaatregelen beschikbaar om het risico tot een aanvaardbaar
niveau terug te brengen. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Actief slib RWZI’s |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
N.v.t. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Overige opmerkingen |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Geen |
CONCLUSIE
|
|
voldoet aan UB* |
|
Persistentie bodem |
Ja |
|
Uitspoeling grondwater |
Ja |
|
Oppervlaktewater (drinkwatercriterium) |
Ja |
|
Risico zoogdieren |
Ja |
|
Risico vogels |
Ja |
|
Risico waterorganismen |
Ja |
|
Risico voor bioaccumulatie |
Ja |
|
Risico bijen en hommels |
Ja |
|
Risico niet-doelwit arthropoden |
Ja |
|
Risico regenwormen |
Ja |
|
Risico bodemmicro-organismen |
Ja |
|
Risico terrestrische planten |
Nee |
|
Risico actief slib (RWZI) |
N.v.t. |
* vermeld: nvt (indien compartiment niet bereikt
wordt), ja, of nee.
|
Bevinding |
Niet is vastgesteld dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten
zijn. |
GERAADPLEEGDE BRONNEN
|
Ctb dossier |
- |
|
EC Monografie |
Mecoprop-P (1998, Addendum 2003) |
|
Reactie firma: Per brief van 26 september geeft de firma het volgende aan: Nufarm
verzoek CTB voor de toepassing van Duplosan MCPP in het kader van
normoverschrijding voor niet doelwit planten op het etiket op te nemen: Toepassing
is uitsluitend toegestaan met inachtneming van de onderstaande maatregelen:
|
|
Reactie CTB: Met inbegrip van bovengenoemde restricties
voldoet dit middel aan de normen. |
|
Eindbevindingen |
Vastgesteld is dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn Op het etiket dienen echter de volgende zinnen opgenomen te worden: Om
terrestrische niet-doelwit planten te beschermen is toepassing uitsluitend
toegestaan indien gebruik wordt gemaakt van minimaal 75% driftreducerende
doppen in combinatie met een teeltvrije zone van 3,0 meter vanaf het midden
van de laatste gewasrij tot de perceelsrand. |
EINDCONCLUSIE
Vastgesteld is dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn.
ETIKETTERING EN WG/GA
De huidige etikettering wordt gehandhaafd.
In het WG/GA wordt de veiligheidstermijn gewijzigd:
“In
weilanden niet korter dan 7 dagen voor de beweiding toepassen” wordt gewijzigd
in: “In weilanden niet korter dan 28 dagen voor de beweiding toepassen.”
Aan het WG/GA wordt het volgende toegevoegd:
Om
terrestrische niet-doelwit planten te beschermen is toepassing uitsluitend
toegestaan indien gebruik wordt gemaakt van minimaal 75% driftreducerende
doppen in combinatie met een teeltvrije zone van 3,0 meter vanaf het midden van
de laatste gewasrij tot de perceelsrand.
Bijlage 1 GAP tabel
Bijlage 2 WG/GA Duplosan MCPP (9531 N) en Mecop PP-2 (12678 N)
A.
WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT
Toegestaan is uitsluitend het gebruik
als onkruidbestrijdingsmiddel:
a. in de teelt van granen en
graszaad;
b. in weilanden waarin geen vee
aanwezig is;
c. in gazons en sportvelden;
d. pleksgewijs onder appel- en
perenbomen, onder windschermen en op erven;
e. op akkerranden en randen van
weilanden.
Om
terrestrische niet-doelwit planten te beschermen is toepassing uitsluitend
toegestaan indien gebruik wordt gemaakt van minimaal 75% driftreducerende
doppen in combinatie met een teeltvrije zone van 3,0 meter vanaf het midden van
de laatste gewasrij tot de perceelsrand.
Het
middel niet toepassen voor 1 maart en na 1 september, met uitzondering
van de pleksgewijze toepassing onder appel- en perenbomen, onder windschermen
en op erven.
Veiligheidstermijn
In
weilanden niet korter dan 28 dagen voor de beweiding toepassen.
B.
GEBRUIKSAANWIJZING
Algemeen:
Dit middel is een selectief
bladherbicide dat een aantal tweezaadlobbige overblijvende en éénjarige
onkruiden bestrijdt. Verspuiten met een grove druppel, lage druk en tenminste
600 liter water per ha.
Toepassen op een droog gewas, bij groeizaam weer, als het onkruid voldoende
blad heeft gevormd.
Niet toepassen bij felle zonneschijn of als regen dreigt.
Beschadiging aan gewassen door overwaaien van dit groeistofherbicide dient te
worden voorkomen.
Zeer gevoelig zijn bijvoorbeeld bieten in een jong stadium en witlof tevens in
de zomer.
Advies voor rugspuittoepassing voor behandeling van 100 m2 met een volume van 5-10 liter spuitvloeistof:
|
Dosering per hectare |
Dosering per 100 m2* |
|
1 liter per hectare |
10 ml |
|
2 liter per hectare |
20 ml |
|
3 liter per hectare |
30 ml |
* Hoeveelheid middel per 100 m2 is afhankelijk van onkruiden en toepassingsgebied.
Toepassingen:
Zomer- en wintergranen
Toepassen
tegen muur, kleefkruid en andere onkruiden als het graan 15-20 cm lang is tot
uiterlijk één week voordat het gewas in de aar of pluim schiet.
Kleefkruid
moet minimaal 10 cm lang zijn.
Niet
gebruiken in rogge en wanneer klaver als ondervrucht aanwezig is omdat anders
schade optreedt.
|
Dosering: |
2
liter per ha. |
Graszaadteelt
|
Dosering: |
2
liter per ha, in het bijzonder ter bestrijding van muur, bij voorkeur
toepassen in |
|
|
augustus.
Het gras moet op het moment van toepassing 4 ŕ 5 blaadjes hebben. Dan nog kan
de spruit- en wortelontwikkeling van het gras enigszins worden geremd. In het
voorjaar is een bespuiting alleen mogelijk in een periode met zacht weer en
wanneer niet binnen enkele dagen vorst te verwachten is. Niet toepassen na
eind maart in verband met schade aan het gewas. |
Weilanden
|
a.
|
Tegen ridderzuring: 3 liter per ha. |
|
|
Toepassen
in het volle rozetstadium tot het begin van het doorschieten van de
bloemstengels; eventueel ook in de zomer mits voldoende blad aanwezig is. |
|
|
|
|
b.
|
Tegen grote brandnetel: 3 liter per ha. |
|
|
Toepassen
bij een hoogte van de grote brandnetelpollen van 15-20 cm en wanneer zij in
goede groei verkeren. Ook kan men eerst de pollen afmaaien en na opnieuw
uitlopen een bespuiting uitvoeren. |
|
|
|
|
c.
|
Tegen muur. |
|
|
Uitsluitend
toepassen wanneer het gras onder de muur dreigt te verstikken en bij voorkeur
in het voorjaar. In het voorjaar is een bespuiting alleen mogelijk in een
periode met zacht weer en wanneer niet binnen enkele dagen vorst te
verwachten is. |
|
Dosering: |
in
pas ingezaaid gras 1-1,5 liter per ha. |
|
|
in
ouder weiland 2 liter per ha. |
|
|
Het
vee moet tijdens het spuiten en gedurende tenminste een week er na uit de
weide worden gehouden. |
OPMERKING:
Bij
pleksgewijze bestrijding van ridderzuring of grote brandnetel dient te worden
gespoten met een concentratie van 0,5% (50 ml in 10 l water).
Gazons en sportvelden, tegen muur, klaver en
schapenzuring.
Niet toepassen binnen een jaar na inzaaien.
|
Dosering: |
2
liter per ha (20 ml per 100 m2). |
Onder
appel- en perenbomen, onder windschermen en op erven, tegen
zuringsoorten, grote brandnetel, kleefkruid en muur
Dosering: 3 liter
per ha (concentratie 0,5%).
Uitsluitend
pleksgewijs toepassen op die plaatsen waar deze onkruiden overlast veroorzaken.
Gebruik maken van een afschermkap om contact van de spuitvloeistof met bomen of
struiken te vermijden. Onder appel en peer niet toepassen tijdens de bloei van
de bomen; de bomen moeten minstens twee jaar ter plaatse staan.
Op
akkerranden en op randen van weilanden, tegen zuringsoorten, grote brandnetel, kleefkruid
en andere onkruiden.
|
Dosering: |
3
liter per ha (concentratie 0,5%). |
ALGEMEEN
Weersomstandigheden
Het
beste resultaat wordt verkregen als men spuit bij zacht, groeizaam weer, een
bedekte lucht en op een droge vegetatie. Het middel moet door de planten worden
opgenomen voor een goede werking; daarom moet het na toepassing minstens 6 uur
droog blijven.
Bereiding
spuitvloeistof
De
te gebruiken hoeveelheid middel dient bij het water te worden gegoten en niet
omgekeerd.
ATTENTIE
Overwaaien
van de spuitvloeistof op andere gewassen moet beslist worden voorkomen;
vruchtbomen, groenten, etc. zijn zeer gevoelig voor deze groeistof.
Daarom
verspuiten met een grove druppel en onder lage druk.