Toelatingsnummer 12341 N

     

 

Gaucho Horti  

 

12341 N

 

 

 

 

 

 

 

Het College voor de Toelating

van Bestrijdingsmiddelen,

 

 

beslissende op de aanvraag d.d. 3 juni 1997 (aanvraagnummer 19970504 TG) van

 

            BAYER B.V., DIVISION CROP PROTECTION

            Energieweg 1

            3641 RT  MIJDRECHT

 

tot verkrijging van een toelating als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Bestrij­dings­middelen­wet 1962 (Stb. 288) voor het middel

 

Gaucho Horti,

 

gelet op de artikelen 3, 3a, 4 en 5 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962,

 

BESLUIT:

 

 

§ I        Toelating

  1. Het bestrijdingsmiddel Gaucho Horti wordt toegelaten in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Bestrij­dings­middelen­wet 1962, onder nummer en datum dezes. Voor de gronden waarop dit besluit berust wordt verwezen naar bijlage II dezes.
  2. De toelating geldt tot 1 januari 2004.

 

 

§ II  Samenstelling, vorm en afwerking

Onverminderd hetgeen omtrent de samenstelling, vorm en afwerking bij de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrij­dingsmiddelen is bepaald, moeten:

  1. de samenstelling, vorm en fysische toestand van het middel alsmede de chemische en fysische eigenschappen daarvan overeenkomen met de bij de aanvraag tot toelating verstrekte gegevens, alsmede met het bij de aanvraag tot toelating verstrekte monster.
  2.  

 

§ III  Gebruik

Het bestrijdingsmiddel mag slechts worden gebruikt met inachtneming van hetgeen in bijlage I dezes onder A. is voorgeschreven.

 

 


 

§ IV Verpakking en etikettering

  1. De aanduidingen, welke ingevolge artikel 15 van de Regeling samenstelling, indeling, verpak­king en etikettering bestrijdingsmiddelen op de verpakking moeten worden vermeld, worden hierbij vastgesteld als volgt:

 

 

-                aard van het preparaat: poeder

 

-                werkzame stof(fen): imidacloprid

 

-                gehalte(n): 70 %

 

-                andere zeer giftige, giftige, bijtende of schadelijke stof(fen):

 

-                toxicologische groep(en):

 

-                uiterste gebruiksdatum: 

 

  1. Behalve de onder 1. bedoelde en de overige bij de Regeling samen­stel­ling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen voorge­schreven aanduidingen en vermeldingen moeten op de verpakking voorkomen:

 

a.         letterlijk en zonder enige aanvulling:

hetgeen in bijlage I dezes onder A. is vermeld.

 

b.         hetzij letterlijk, hetzij naar zakelijke inhoud:

de in bijlage I dezes onder B. opgenomen tekst, met dien verstande, dat niet alle daarin aangegeven toepassingen behoeven te worden vermeld en de inhoud dier tekst slechts mag worden aangevuld met technische aanwijzingen voor een goede bestrijding, mits deze niet met die tekst in strijd zijn.

 

c.         letterlijk en zonder enige aanvulling:

 

-           Bijzondere gevaren:

Schadelijk bij opname door de mond.

 

 

-           Veiligheidsaanbevelingen:

Buiten bereik van kinderen bewaren.

Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen en een beschermingsmiddel voor het gezicht.

Tijdens de zaadontsmetting een geschikte ademhalingsbescherming dragen.
Behandelde zaden niet voor menselijke of dierlijke consumptie bestemmen.

 

 

d.         Overeenkomstig artikel 15 van de Regeling samenstelling, indeling,

verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen moet op de verpakking als gevaarsymbool worden aangebracht:  Andreaskruis

met als onderschrift: “Schadelijk”

 

 

 

 

Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan gelet op artikel 8 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Een dergelijk bezwaarschrift dient te worden geadresseerd aan: Het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen, Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN.

 

 

Wageningen, 14 juni 2002

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,




(voorzitter)

 



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

 

BIJLAGE I  bij het toelatingsbesluit van het middel Gaucho Horti,

toelatingsnummer 12341 N

 

 

A.

WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

 

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als middel voor de behandeling van zaden van sla (met uitzondering van veldsla) ter voorkoming van schade door insecten.

 

 

B.

GEBRUIKSAANWIJZING

 

Sla (met uitzondering van veldsla), ter voorkoming van aantasting door bladluizen (Aphidiae)

 

Het middel heeft een werkingsduur van minimaal 1 maand.
In de laatste weken voor de oogst dient mogelijk nog 1-2 keer tegen luizen te worden gespoten met een daarvoor toegelaten middel.

 

Het middel uitsluitend toepassen bij het pilleren van zaden.

 

Dosering:  1150 gram middel per kg zaden.

 

 

Wageningen, 14 juni 2002

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,




(voorzitter)

 



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

 

BIJLAGE II bij het besluit tot toelating van het middel Gaucho Horti,

toelatingsnummer 12341 N

 

 

Het betreft een aanvraag tot toelating van het middel Gaucho Horti 19970504 TG (oorspronkelijk een aanvraag tot uitbreiding van het middel Gaucho, 11455 N Het middel Gaucho is reeds toegelaten als middel voor behandeling van zaden van suikerbieten en voederbieten ter voorkoming van schade door insecten.) van het gebruiksgebied tot de zaaizaadbehandeling van sla van een insectenbestrijdingsmiddel op basis van de werkzame stof imidacloprid.

 

De einddatum van imidacloprid is 1 januari 2010.

De expiratiedatum van Gaucho Horti is 1 januari 2004.

Imidacloprid is een A-stof.

 

Het betreft een aanvraag uit de werkvoorraad van aanvragen ingediend vóór 1 januari 2001.

 

De aanvrager heeft per brief van 31 mei 2002 te kennen gegeven de toepassing als zaaizaadbehandeling in sla als een aparte toelating te willen registreren in plaats van de
in eerste instantie bedoelde uitbreiding van het gebruiksgebied van het middel Gaucho, 11455 N. Het betreft een middel dat identiek zal zijn aan het reeds toegelaten middel Gaucho, met echter als gebruiksgebied de toepassing als zaadbehandeling van sla. Het College ziet de oorspronkelijke uitbreidingsaanvraag derhalve als toelatingsaanvraag in haar eindbesluitvorming. In het onderstaande wordt echter aan de aanvraag gerefereerd als zijnde uitbreidingsaanvraag op het middel Gaucho, 11455 N.

 

 

Eerdere besluitvorming door het College

 

In C-75.3.7 (juli 1998) heeft het College voor de aanvraag van Gaucho in sla

(19970504 UG) het volgende besloten:

Het College besluit dat de aanvraag tot uitbreidingvan het gebruiksgebied van het middel Gaucho (11455 N) op basis van de werkzame stof imidacloprid tot de teelt in sla d.m.v. een zaaizaadbehandeling vooralsnog niet zal worden gehonoreerd.

 

De volgende aanvullende gegevens dienen te worden geleverd:

1.    de werkzame stof imidacloprid voldoet vooralsnog niet aan de norm voor per­sis­tentie zoals opgenomen in het Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen (Bmb). Derhalve dienen onderstaande gegevens te worden geleverd:

·       aanvullende gegevens ter bepaling van het MTR voor bodemorganismen worden noodzakelijk geacht. Uitvoering van studies met relevant gevoelige organismen wordt noodzakelijk geacht. De volgende testen c.q. organismen dienen in ieder geval in beschouwing genomen te worden:

a)   reproductietest met tenminste een soort bodemregenworm (Lumbricus terrestris);

b)   reproductietest met Folsomia candida;

c)   bodemaaltjes;

d)   (bodem)schimmels (tenminste drie verschillende ordes met vier verschillende genera).

2.    alle onderhavige toepassingen op basis van de werkzame stof imidaclopridvoldoen voorlopig aan de normen voor uitspoeling naar het ondiepe grondwater zoals opgenomen in het Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen (Bmb).Voor een nauwkeuriger inschatting van het risico worden onderstaande gegevens noodzakelijk geacht:

·       nieuw lysimeter- of veldonderzoek naar de uitspoeling van de werkzame stof imidaclopridvolgens G.1.3 van het aanvraagformulier, inclusief standaardisatie van lysimeteronderzoek volgens Van de Veen and Boesten (1996) of monitoringsgegevens.

referentie

Van de veen, J.R. and J.J.T.I. Boesten (1996). Evaluation of field and lysimeter studies on the leaching of pesticides from soil using the PESTLA model. SC-DLO report no. 117, Wageningen, The Netherlands.

Tevens heeft het College het voornemen om de toelating van Gaucho (11455 N), met een toepassing in bieten, op basis van de werkzame stof imidacloprid, op zo kort mogelijke termijn te beëindigen, op grond van art. 3, Bestrijdingsmiddelenwet 1962, aangezien deze toepassingniet voldoet aan de norm voor vogels zoals opgenomen in de Uniforme Beginselen (UB).

 

Voor de aspecten werkzaamheid, fysische en chemische eigenschappen, toxicologie, risico toepasser en risico volksgezondheid zijn in C-75.3.7 (juli 1998) geen aanvullende vragen gesteld. Op deze aspecten was de uitbreiding toelaatbaar. In de huidige beoordeling wordt aangesloten op deze eerdere conclusie.

 

De werkzame stof imidiacloprid is door het College besproken in C-104.3.13 (december 2000).

Het College besloot:

·       om de toelatingen van de bestrijdingsmiddelen ADMIRE, AMIGO, Gaucho en Gaucho ROOD op basis van imidacloprid met 36 maanden te verlengen tot 1 januari 2004 op basis van artikel 5, eerste lid Bestrijdingsmiddelenwet 1962 jo. artikel 7, 5e lid Regeling toelating bestrijdingsmiddelen 1995, voor de duur van de afronding van de besluitvorming door het College.

·       in de verleende verlengingstermijn dient het volgende te geschieden:
beantwoorden van aanvullende vragen door de aanvrager
afronden van de risicobeoordeling milieu door het Collegesecretariaat.

·       De volgende aanvullende vragen dienen te worden beantwoord:

*     standaardisatie van de lysimeterstudie. Hiervoor dient een DT50-waarde voor de lysimetergrond beschikbaar te komen en dient het vrijkomen van de stof vanuit het gebruik als zaadcoating op de juiste wijze te worden gesimuleerd.

*     Voor de toepassingen als zaadbehandelingsmiddel dient een adequate risicobeoordeling voor zoogdieren te worden uitgevoerd, die aantoont dat zich onder veldomstandigheden geen onaanvaardbare effecten voordoen na toepassing van het bestrijdingsmiddel volgens de gebruiksaanwijzing.

*     alle onderhavige toepassingen (met “bijenzin”) op basis van de werkzame stof imidacloprid voldoen aan de norm voor bijen, zoals opgenomen in de Uniforme Beginselen (UB), voorzover de toepassingen alleen plaats hebben ná de bloei, in niet-bloeiende gewassen of zodanig dat de bloei wordt voorkomen. De claim van de aanvrager voor vóór-bloei toepassingen behoeft tenminste nadere uitwerking in boomkwekerijgewassen, bloemisterijgewassen en vaste planten.

*     studie inzake de semi-chronisch orale toxiciteit van de werkzame stof imidacloprid voor vogels volgens H.1.3 van het aanvraagformulier (OECD-richtlijn 206).

*     Studie inzake de chronische toxiciteit van de werkzame stof imidacloprid voor vissen volgens H.2.2 van het aanvraagformulier.

*     Studie inzake de sublethale toxiciteit van de werkzame stof imidacloprid voor regenwormen voor de gewasbehandelingen en de grondbehandelingen volgens H.4.2 van het aanvraagformulier.

*     Studie inzake de effecten van de werkzame stof imidacloprid op de roofmijt (Typhlodromus pyri of Phytoseiulus persimilis) volgens H.3.2 van het aanvraagformulier.

*     (semi-)veldgegevens inzake de effecten van de werkzame stof imidacloprid op sluipwespen (Aphidius rophalosiphi) volgens H.3.2 van het aanvraagformulier.


 

·       De vragen die in C-87.3.6 zijn gesteld als voorwaarde voor een toekomstige beoordeling, dienen eveneens ten behoeve van de verlenging na 1 januari 2004 te worden geleverd.

 

In de Wettelijke Gebruiksvoorschriften van Gaucho en Gaucho ROOD dient de volgende restrictiezin te worden opgenomen:
“Toepassing is alleen toegestaan met behulp van precisiezaai, waarbij het behandeld zaad direct met de grond bedekt wordt. Bovengronds morsen van het behandelde zaad te allen tijde voorkomen. Resten van behandeld zaad nooit verspreiden of vervoederen aan dieren.”

 

 

Stand van zaken met betrekking tot de aanvraag

 

De uitbreidingsaanvraag is op 9 juni 1997 ingediend. De aanvraag is op 5 februari 1998 in behandeling genomen. In C-75.3.7 (juli 1998) is de aanvraag beoordeeld en op

27 augustus 1998 zijn de aanvullende vragen aan de aanvrager doorgegeven.
Op 1 september 1998, 12 november 1998, 6 januari 1999 en 10 maart 1999 werden aanvullende gegevens ontvangen. Op 22 april 1999 zijn de aanvullende gegevens niet in behandeling genomen. Op 12 november 2001 ontving het CTB gegevens in het kader van het bezwaarschrift dat de aanvrager tegen het besluit van het CTB tot het niet in behandeling nemen van de uitbreidingsaanvraag heeft ingediend. Ter voorbereiding van de behandeling van het bezwaarschrift bleek dat de aanvullende gegevens m.b.t. deze aanvraag ten onrechte onvolledig waren bevonden. Het CTB besloot de aanvullende gegevens van de uitbreidingsaanvraag alsnog in behandeling te nemen.

Op 28 februari 2002 zijn de aanvullende gegevens in behandeling genomen en op
18 maart 2002 zijn beoordelingskosten i.v.m. deze aanvullende vragen ontvangen.

 

Imidacloprid is een A-stof. Gezien de toepassingswijze die aangevraagd wordt, waarbij gering risico verwacht wordt (zaadbehandeling) en het feit dat de aanvullende vragen voor deze aanvraag in feite al op 22 april 1999 volledig beantwoord waren, is zo spoedig mogelijke behandeling gewenst. Derhalve is in dit specifieke geval de aanvraag, in afwijking van het beleid inzake de behandeling van A-stoffen, beoordeeld vooruitlopend op de behandeling van imidacloprid als A-stof.

 

 

Profiel fysische en chemische eigenschappen

 

De fysische en chemische eigenschappen van imidacloprid zijn gegeven in The Pesticide Manual,

 

 

Profiel werkzaamheid

 

Op grond van werkzaamheidsonderzoek geleverd door de aanvrager en een expertiserapport van de Plantenziektenkundige Dienst, is door het Collegesecretariaat geconcludeerd dat het middel werkzaam is voor de aangevraagde toepassing.

 

 

Profiel humane toxicologie

 

De toxicologische eigenschappen van imidacloprid zijn in 1993 door het RIVM samengevat en besproken in C.24.3.10 (1994) bij de toelating van het middel en zullen opnieuw worden besproken bij de einddatum van de werkzame stof.

 

Formuleringstoxicologie

 

In het kader van de uitbreidingsaanvraag zijn geen nieuwe studies met de formulering ingediend. De eerder vastgestelde etikettering van Gaucho behoeft derhalve geen aanpassing.

 

 

Beoordeling van het risico voor de volksgezondheid

 

Er zijn residugegevens geleverd waaruit blijkt dat er, bij de toepassing van het middel volgens het concept Wettelijk Gebruiksvoorschrift en Gebruiksaanwijzing, geen aantoonbare residuen van het middel worden aangetroffen in volwassen sla. Op grond hiervan kan worden geconcludeerd dat het middel geen onaanvaardbare risico’s voor de volksgezondheid oplevert.

 

 

Beoordeling van het risico voor de toepasser

De aangevraagde toepassing van het middel op slazaad levert geen andere risico’s voor de toepasser op dan de reeds toegelaten toepassing op bietenzaad.

 

 

Profiel milieuchemie en -toxicologie

 

Voor de risicobeoordeling is gebruik gemaakt van Collegestukken C-75.3.7 (juli 1998),

C-104.3.13 (december 2000) en van aanvullend geleverde gegevens.

 

Het betreft een aanvraag tot een uitbreiding met de toepassing als insecticide in de teelt van sla d.m.v. van zaaizaadbehandeling (Tabel M.1).

 

Tabel M.1 Toepassingsoverzicht

Toepassing

Zaden/g

Zaden /m2

Dosering [kg w.s./ha]

Freq.

Interval [dag]

Tijdstip toepassing

Sla, zaadbehandeling

835

16

0,154

1

-

voorjaar

 

 

Gedrag in grond

 

Omzettingssnelheid en omzettingsroute in grond

 

Omzettingssnelheid

Laboratoriumstudies:

Imidacloprid is slecht tot zeer slecht afbreekbaar in de bodem. Onder aërobe omstandigheden werden in laboratoriumstudies voor imidacloprid de volgende DT50-waarden (20 °C) gevonden:

bij een dosering van 0,33 mg/kg bodem: 159 dagen;

bij een dosering van 0,36 mg/kg bodem: 200 dagen.

De omzetting van imidacloprid in een lysimeterstudie leverde een DT50 (20 °C) van 103 dagen.

 

Veldstudies:

Op verschillende locaties in Duitsland is een aantal studies uitgevoerd naar de afbraak van imidacloprid onder veldomstandigheden. De resultaten van deze studies staan in tabel M.2.

 

 

Tabel M.2 Overzicht omzettingssnelheid onder veldomstandigheden

studie

bodem

DT50 [dagen]

Dosering [kg w.s./ha]

1

loam

282

0,12

1

sandy loam

253

0,12

1

silty loam

236

0,12

1

silty loam

215

0,12

1

loamy sand

264

0,12

2

sandy loam

133

92,5 g/ha als gecoat zaad

 

Ten behoeve van de aanvraag tot toelating van het middel ADMIRE 70 WG, met als werkzame stof imidacloprid, is in maart 1997 een veldstudie geleverd waarin imidacloprid is toegediend als spray in appelgaarden in Duitsland. Deze studie is geëvalueerd door RIVM/LBG. Er werd geoordeeld dat ook de DT50-waarde onder veldomstandigheden groter is dan 90 dagen.

 

Metabolieten

Bij aerobe omzetting van imidacloprid werden zeven metabole fracties gevonden, in gehalten van < 2%.

 

Mineralisatie en gebonden residu

Het grondgebonden residu (pyridinyl-14C-methyleenlabel) bereikte onder aerobe omstandigheden een maximum van 21,6% na 100 dagen. De hoeveelheid 14CO2 bereikte in deze studie een maximum van 10% na 100 dagen.

In een andere studie bereikte de hoeveelheid grondgebonden residu eveneens een hoeveelheid van 21,6% na 100 dagen, de hoeveelheid 14CO2 was hier 6,4%. Zie voor dit overzicht tabel M.3.

 

Tabel M.3 Gebonden residu en mineralisatie (CO2)

Conditie

Grondgebonden residu

% na 100 dagen

CO2

% na 100 dagen

Overschrijding limiet

grondgebonden residu > 70% en CO2 < 5%?

Opmerkingen

aëroob

21,6

10

nee

0,33 mg/kg

aëroob

21,6

6,4

nee

0,36 mg/kg

 

 

Fotochemische omzetting

In een fotodegradatiestudie werd een DT50 van 39 dagen gevonden (geëxtrapoleerde waarde). Het grondgebonden residu bedroeg maximaal 11% na 15 dagen.

Er werden drie metabole fracties aangetoond, waarvan één fractie na 15 dagen maximaal

6,3% van de toegediende hoeveelheid imidacloprid uitmaakte. Deze fractie werd geïdentificeerd als mI:

mI: 1-[(6-chloor-3-pyridinyl)methyl]-N-nitro-5-hydroxy-imidazoline-2-ylideenamine.

De overige fracties werden in hoeveelheden < 2% aangetroffen.

 

Mobiliteit

 

Imidacloprid is op basis van schudproeven in vier grondsoorten weinig tot zeer weinig mobiel in de bodem. In een adsorptiestudie werden voor imidacloprid Kom-waarden gevonden van 90, 162, 167 en 191 L/kg.

In kolomstudies met verouderd residu werden Kom-waarden van 59, 100 en 224 L/kg bepaald.

 


 

Gedrag in water

 

Omzettingssnelheid en omzettingsroute in water

 

Bioafbreekbaarheid

Geen gegevens beschikbaar.

 

Water-sedimentsystemen

Imidacloprid is slecht afbreekbaar in water/sediment systemen. In aërobe water/sediment systemen werden voor imidacloprid DT50-waarden (22 °C) gevonden van 30 en 162 dagen voor het hele systeem. Gecorrigeerd voor 20°C is de gemiddelde DT50 113 dagen.

Bij de aërobe omzetting van imidacloprid in water/sediment systemen werden drie metabole fracties gevonden, waarvan één in een hoeveelheid van 6,0 - 6,3 %. Deze fractie werd geïdentificeerd als metaboliet mII:

mII: 1-[(6-chloor-3-pyridinyl)methyl]-4,5-dihydro-1H-imidazol-2-amine.

De overige metabolietfracties bedroegen maximaal 0,4-4,3 %.

 

Het gebonden residu (pyridinyl-14C-methyleenlabel) bereikte een waarde van 15,4-66,3 % na 92dagen. De hoeveelheid 14CO2 bereikte 1,4-2,0 % na 92 dagen.

 

Hydrolyse

Voor de hydrolyse van imidacloprid (pyridinyl-14C-methyleenlabel) werden in bufferoplossingen met pH 5 en 7 bij 25 °C DT50-waarden gevonden van >> 30 dagen. Bij pH 9 (25 °C) bedroeg de DT50 ca. 355 dagen.

 

Fotolyse

Imidacloprid is redelijk tot zeer goed afbreekbaar door licht. Bij een fotolysestudie werd imidacloprid onder invloed van kunstmatig zonlicht bij pH 7 omgezet met een DT50 van

58 minuten. In een kas bedroeg de DT50 onder invloed van zonlicht 4 uur. In een andere studie werden op verschillende lengtegraden en in verschillende seizoenen DT50-waarden van

0,15-6,12 dagen bepaald.

Bij de fotolyse van imidacloprid werden twee metabole fracties gevonden en geïdentificeerd als mII (maximum 17,5 % na 95 minuten) en mIII.

mIII:     1-[(6-chloor-3-pyridinyl)methyl]-2-oxo-imidazolidine (maximum 9,9 % na 120 minuten).

De niet-geïdentificeerde metabolietfractie bereikte een maximum van 13,7 % na 95 minuten.

 

Bioconcentratie

Imidacloprid is weinig bioconcentrerend in waterorganismen. Met de log Kow van 0,52 kan met de relatie BCF = 0,05 * Kow een BCF van 0,17 L/kg berekend worden.

 

 

Gedrag in lucht

 

Omzettingssnelheid en omzettingsroute in lucht

 

Er zijn geen gegevens beschikbaar omtrent vervluchtiging vanaf het bodemoppervlak en omzetting van imidacloprid in lucht.


 

Milieutoxicologie

 

Toxiciteit voor aquatische organismen

 

algen:

Imidacloprid is weinig giftig voor algen: 96-uurs EbC50: > 10 mg/L, 96-uurs ErC50: > 10 mg/L en 96-uurs NOEC: > 10 mg/L (Scenedesmus subspicatus).

 

kreeftachtigen:

Imidacloprid is acuut weinig giftig voor kreeftachtigen: 48-uurs EC50: 85 mg/L (Daphnia magna) en chronisch zeer weinig giftig: 21-dagen NOEC(groei): 1,8 mg/L en 21-dagen NOEC(rep.): 3,6 mg/L (Daphnia magna).

 

vissen:

Imidacloprid is acuut zeer weinig giftig voor vissen: 96-uurs LC50: 266 mg/L (Leuciscus idus) en 96-uurs LC50: 227 mg/L (Oncorhynchus mykiss). Daarnaast zijn er twee testen waarbij met de hoogste testconcentratie geen sterfte is waargenomen. 96-uurs LC50: > 83 mg/L (Oncorhynchus mykiss) en 96-uurs LC50: > 105 mg/L(Lepomis macrochirus). Imidacloprid is chronisch zeer weinig giftig voor vissen: de NOEC in een 60-dagen ELS-test met Oncorhynchus mykiss bedraagt 9,8 mg/L.

 

sedimentorganismen:

Geen gegevens beschikbaar.

 

rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI):

Geen gegevens beschikbaar.

 

Toxiciteit voor terrestrische organismen

 

vogels:

Imidacloprid is acuut oraal matig giftig tot giftig voor vogels: LD50: 31 mg/kg lich. gew. (Corturnix japonica) en LD50: 152 mg/kg lich. gew. (Colinus virginianus).

Imidacloprid is subacuut oraal weinig giftig: 13 dagen LC50 (dieetstudies): > 5000 mg/kg voer (Anas platyrhynchos) en 13 dagen LC50: 1420 mg/kg voer (Colinus virginianus).

De No Observed Repellent concentratie van imidacloprid bedraagt 74 - 96 mg/kg voer.

Imidacloprid is chronisch in een reproductiestudie weinig giftig voor de Mallard duck (Anas platyrhynchos): de NOEC bedraagt 250 mg w.s./kg voer. Imidacloprid is chronisch in een reproductiestudie weinig giftig voor de Bobwhite quail (Colinus virginianus): de NOEC bedraagt 126 mg w.s./kg voer.

In een 8-uur durende repellency studie met oranje en blauw gekleurd bietenzaad bleken de vogels (1 soort, Coturnix coturnix) weinig te eten van het met een 70% formulering behandelde zaad. In de test waarbij 75% van het aangeboden voedsel was behandeld, werd in beide kleurvarianten mortaliteit waargenomen (1 vogel die 2 of 3 zaadjes gegeten bleek te hebben); in de test waarbij 10% van het aangeboden voedsel werd behandeld werd geen sterfte als gevolg van het eten van behandeld zaad waargenomen.

In een repellencytest met 2 soorten (Perdix perdix en Corvus frugilegus), waarbij de vogels gedurende 24 uur werden gevoerd met uitsluitend behandeld voer (700 of 3500 mg w.s./kg, als een 70% formulering) werd geen sterfte waargenomen. De vogels bleken maar erg weinig te eten van het aangeboden behandelde voer.

In een 7-daagse veld test met al dan niet imidacloprid bevattend gecoat bietenzaad (Gaucho WS 70) bleek dat van de 200 zaden er 37 (zonder w.s.) en 18 (met w.s.) geheel verdwenen waren (vermoedelijk door vogels). 79 zaden waren door knaagdieren opgegeten; hiervan was alleen het zaad en niet de coating opgegeten. Controle tarwekorrels werden volledig weggegeten. Vogels prefereren dus kennelijk geen met Gaucho WS 70 behandeld zaad.

 

zoogdieren

De acute LD50 voor zoogdieren is 131 mg/kg lg (muis). In een 2-generatiestudie met de rat werd een NOAEL van 100 mg/kg voer gevonden.

 

bijen en hommels:

Imidacloprid is acuut zeer giftig voor bijen: contact LD50: 0,0037 µg/bij en orale LD50:

0,0081 µg/bij. Daarnaast is een studie uitgevoerd met het onbekende product 240 FS (imidacloprid 240 g/L). In een contacttoets was de sterfte van honingbijen significant verhoogd na blootstelling aan Alfalfa-bladeren die 2, 8 of 24 uur na bespuiting met 0,187 of

1,12 kg w.s./ha waren verzameld. Bij bladeren die waren bespoten met 0,05 kg w.s./ha was de sterfte significant verhoogd bij bladeren die 8 of 24 uur na bespuiting waren verzameld.

 

niet-doelwit arthropoden:

Effecten op kevers

De toxiciteit van met FS 350 (31,1% w.s.) behandeld wintertarwezaad voor de loopkever Poecilus cupreus werd bepaald door enkele behandelde zaden in het zand van de testbekers te begraven. De aanwezigheid van de behandelde zaden bleek bij een zaaddichtheid van

200 kg/ha en dressing rate van 2 ml/kg zaad (0,124 kg w.s./ha) geen sterfte te veroorzaken, de voedselconsumptie was significant geremd.

In een vergelijkbaar experiment had de aanwezigheid van met Gaucho (70% w.s.) behandeld suikerbietenzaad bij een zaaddichtheid van 1,4 of 4,2 units/ha en een dressing rate van
75 g w.s./unit (0,11 en 0,31 kg w.s./ha) geen effect op de overleving van P. cupreus, de voedselconsumptie was significant geremd. Bij een zaaddichtheid van 25 units/ha en dressing rate van 90 g w.s./unit (2,25 kg w.s./ha) werd 81% sterfte van P. cupreus larven gevonden.

 

Het effect van de formulering Gaucho WS 70 (70% w.s.) op geïntroduceerde P. cupreus larven en reeds aanwezige bodemarthropoden werd bestudeerd in een semi-veld experiment, waarbij blootstelling plaatsvond via behandeld suikerbietenzaad. Een zaaddichtheid van

1 unit/ha en een dressing rate van 56 g w.s./unit (0,061 kg w.s./ha) had geen effect op de overleving van P. cupreus larven. De abundantie van de loopkever Trechus quadristriatus en van roofkevers en spinnen was niet significant verschillend van de controle.

 

De formulering Gaucho FS 600 (601,4 g w.s./L) is weinig schadelijk voor de roofkever Aleochara bilineata volgens IOBC criteria, bij blootstelling via behandeld maïszaad: bij een zaaddichtheid van 118 kg/ha en een dressing rate van 4,39 g w.s./kg (0,52 kg w.s./ha) was het gecombineerde effect op overleving en parasitatiecapaciteit 33%.

De formulering Gaucho FS 350 (364,8 g w.s./L) is onschadelijk voor A. bilineata bij blootstelling via behandeld tarwezaad: bij een zaaddichtheid van 200 kg/ha en een dressing rate van
0,73 g w.s./kg (0,146 kg w.s./ha) werd geen effect op overleving en reproductie gevonden. De formulering Gaucho WS 70 (70% w.s.) is eveneens onschadelijk voor

A. bilineata bij blootstelling via behandeld suikerbietenzaad: bij een zaaddichtheid van

10,5 units/ha en dressing rate 90,6 g w.s./unit (0,95 kg w.s./ha) was er geen effect op overleving en reproductie.

 

Effecten op sluipwespen

De formulering CONFIDOR SC 200 (imidacloprid 200 g/L) veroorzaakte 50% sterfte van poppen van de sluipwesp Aphidius rhopalosiphi bij bespuiting van geparasiteerde bladluizen met een dosering van 0,225 kg w.s./ha. Er was geen effect op de vruchtbaarheid van de overlevende dieren. In een soortgelijk experiment had CONFIDOR SC 200 bij dezelfde dosering geen effect op de overleving en ontwikkeling van A. rhopalosiphi larven en de vruchtbaarheid van de uitgekomen vrouwtjes.

Blootstelling aan residuen van CONFIDOR SC 200 in een dosering van 0,090 kg w.s./ha veroorzaakte 93% sterfte bij adulte A. rhopalosiphi.


 

In een extended laboratory study met imidacloprid WG 70 (dose-response experiment,

0,32 –32 g w.s./ha) bedroeg de LR50 voor A. rhopalosiphi > 0,32 g w.s./ha.

 

Effecten op mijten

In een extended laboratory test met de roofmijt Hypoaspis aculeifer bleek de (gecorrigeerde) mortaliteit maximaal 22 % bij 26 g techn. imacloprid/ha, echter zonder een duidelijke dosis-effect relatie tot 72 g/ha. Er was geen effect op de reproductie.

De formulering CONFIDOR SC 200 werd getest op effecten op een roofmijtenpopulatie (praktisch volledig bestaande uit Typhlodromus pyri) in een appelboomgaard. De boomgaard werd 2 x bespoten met 227-244 g w.s./ha. Er werd geen significant lange termijn (28 dagen) effect waargenomen. Er waren geen negatieve effecten op de prooidieren van de roofmijten.

 

regenwormen:

Imidacloprid is matig giftig: 14-dagen LC50: 10,66 mg/kg bij 10% organische stof (Eisenia fetida). In een 14-daagse test in kunstgrond (10 % o.m.) met behandeld suikerbietenzaad in doseringen van 90 en 150 g w.s./eenheid zaad (overeenkomend met 90 en 150 g w.s./ha) werd geen effect op de overleving van Eisenia andrei gevonden, ook niet als de zaaddichtheid 2 en 4 maal werd verhoogd. In een subletale toets met CONFIDOR SL 200 bedroeg de NOEC (lichaamsgewicht, voortplanting) voor Eisenia fetida < 125 mg w.s./kg grond.

De aanwezigheid van met FS 350 behandeld zaad had bij een zaaddichtheid van 180 kg/ha en een dressing rate van 0,35 g w.s./kg (overeenkomend met 0.063 kg w.s./ha) geen invloed op de reproductie van Eisenia andrei in een 8-weekse toets in kunstgrond (10 % o.m.).

In een veldstudie naar het effect van met Gaucho WS 70 behandelde maïs op de regenwormenpopulatie werden op 4 plots de regenwormenaantallen onderzocht. De dosering was 124 g w.s./ha. Na 4-5 weken na het zaaien, in de herfst en in het volgende voorjaar werden geen verschillen in aantallen op behandelde en controle plots aangetoond.

 

bodemmicro-organismen:

Imidacloprid heeft in een dosering van 2,7 mg/kg bodem geen invloed op de stikstofmineralisatie en nitrificatie in de bodem. De NOEC bedraagt derhalve 2,7 mg/kg.

 

 

Beoordeling van het risico voor het milieu

 

Persistentie en uitspoeling

 

Persistentie in de bodem

Voor imidacloprid zijn de volgende DT50-waarden beschikbaar: 103, 159 en 200 dagen (gemiddelde 154 dagen). Uit het geleverde veldonderzoek komt een gemiddelde DT50-waarde voor spuitpoeders van 250 dagen; bij de toepassing in de vorm van gecoat zaad is onder veldomstandigheden een DT50-waarde van 133 dagen gevonden.

Op grond van bovenstaande wordt niet voldaan aan de norm van 90 dagen voor persistentie zoals opgenomen in het Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen (Bmb). Derhalve dient een toetsing te worden uitgevoerd aan het MTR (bodem).

Van een onaanvaardbare accumulatie in de bodem is sprake indien volgens artikel 3 lid 5 van de Uitvoeringsvoorschriften Bestrijdingsmiddelenwet het gehalte imidacloprid binnen het perceel in de bovenste 20 cm van de bodem binnen twee jaar na de laatste toepassing groter is dan het MTR.

 

MTR afleiding. Voorimidacloprid is een MTRbodem vastgesteld op 0,22 mg/kg (standaardbodem met 10% o.m.).Voor een bodem met 4,7% o.m. bedraagt het

MTR 0,10 mg/kg.

In onderstaande tabellen zijn de berekeningen van de accumulatiefactor en de concentratie per toepassing in de bouwvoor 2 jaar na de 10e toepassing op basis van de gemiddelde accumulatiefactor aangegeven.

 

Tabel M.4 Berekening van de accumulatiefactor met PEARL

Accumulatie

standaardscenario

DT50

(d)

Kom

(L/kg)

Percentage accumulatie

(%)

gemiddeld

154

153

38

minimum

103

109

25

maximum

200

191

49

 

Tabel M.5 Berekende concentraties in de bouwvoor 2 jaar na 10e toepassing met een accumulatiepercentage van 38%.

Teelt

Maximale

dosering

(kg w.s./ha)

Maximale

frequentie

 

Fractie

bodem

Concentratie in bodem

 0-20 cm

(µg/kg)

Sla, zaadbehandeling

0,154

1

1,0

12,8

 

Op basis van bovenstaande resultaten kan worden geconcludeerd dat de berekende concentratie 2 jaar na de 10e toepassing beneden het vastgestelde MTR van 0,10 mg/kg blijft. Tevens kan met voldoende zekerheid worden uitgesloten dat na 100 dagen er meer dan 70% grondgebonden residu van de begindosis in combinatie met minder dan 5% CO2 van de begindosis zal zijn gevormd. Derhalve voldoet de onderhavige toepassing aan de norm voor persistentie zoals opgenomen in het Bmb.

 

Uitspoeling naar het ondiepe grondwater

De risico’s van de toepassing van imidacloprid voor het ondiepe grondwater worden berekend volgens het standaardscenario van het PEARL model bij een dosering van 1 kg/ha (tabel M.6) Hierbij is van de volgende waarden uitgegaan:

 

PEARL

 

DT50 grond (20 °C):  

·       werkzame stof:      gemiddelde154 d (range 103 – 200 d)

Kom :                          

·       werkzame stof:      gemiddelde 153 L/kg (range 90-191 L/kg)

 

Molaire massa:            255,7 g/mol

Oplosbaarheid:            0,5 g/L (20 °C)

Dampspanning:          2 x 10-7 Pa (20 °C)

 

Overige instellingen: standaard PEARL

 


 

Tabel M.6 Berekening van de uitspoeling naar het ondiepe grondwater

Uitspoeling

imidacloprid

standaardscenario

DT50

(d)

Kom

(L/kg)

Uitspoeling

voorjaar

(%)     

Concentratie grondwater voorjaar

(µg/L)

gemiddeld

154

153

0,2

0,15

minimum

103

191

0,005

0,003

maximum

200

109

1

1

 

De uitkomst van de berekening van de gemiddelde uitspoeling wordt gecorrigeerd voor de maximale dosering van imidacloprid, de maximale toepassingsfrequentie en de fractie die de grond bereikt. Bij gebruik als zaadbehandelingsmiddel is de fractie die de grond bereikt op 1,0 gesteld. Zie voor de resultaten tabel M.7.

 

Tabel M.7 Berekende gemiddelde concentraties in het ondiepe grondwater

Teelt

Maximale

dosering

(kg w.s./ha)

Freq.

 

Fractie op

bodem

Gem. conc. in grond-water voorjaar

(µg/L)

Sla, zaadbehandeling

0,154

1

1,0

0,023

 

Uit bovenstaande resultaten blijkt dat voor deze toepassing de verwachte uitspoeling op grond van PEARL-modelberekeningen voor imidacloprid groter is dan 0,001 µg/L en kleiner dan 10 µg/L. De onderhavige toepassing voldoet hiermee niet aan de norm voor uitspoeling zoals opgenomen in het Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen (Bmb). Derhalve is lysimeter- of veldonderzoek noodzakelijk.

 

Ten behoeve van de aanvraag tot toelating van het middel ADMIRE, is in maart 1997 een lysimeterstudie aangeleverd waarin imidacloprid is toegediend in de vorm van behandeld bietenzaad. Deze studie is geëvalueerd door RIVM/LBG (zie brief d.d. 24 april 1997). Er werd geoordeeld dat de resultaten van deze studie uitsluitend kunnen worden gebruikt voor een grove schatting van de uitspoeling in Nederlandse standaardgrond. Deze schatting leidde tot de conclusie dat de uitspoeling die in deze studie werd gemeten (0,02 µg/L) kan dienen als indicatie voor de uitspoeling in de Nederlandse situatie bij het gebruik van imidacloprid als zaadbehandelingsmiddel (Gaucho). Deze waarde komt ook overeen met de berekende gemiddelde uitspoeling. Op basis van de uitgevoerde berekening voor de gemiddelde uitspoeling voldoet de onderhavige toepassing aan de eisen van het Besluit Milieutoelatingseisen Bestrijdingsmiddelen (Bmb).

 

Meetgegevens

Er zijn geen meetgegevens beschikbaar omtrent het voorkomen van imidacloprid in het grondwater.

 

Risicobeoordeling voor aquatische organismen

 

Risicobeoordeling voor waterorganismen

 

Deze toepassing van imidacloprid (zaaizaadbehandeling) heeft geen emissie naar het oppervlaktewater. Derhalve behoeft deze toepassing geen toetsing aan de normen voor waterorganismen zoals opgenomen in het Bmb.


 

Risicobeoordeling voor bioconcentratie

 

Deze toepassing van imidacloprid (zaaizaadbehandeling) heeft geen emissie naar het oppervlaktewater. Derhalve behoeft deze toepassing geen toetsing aan de normen voor bioconcentratie zoals opgenomen in het Bmb.

 

Risicobeoordelingvoor terrestrische organismen

 

Risicobeoordeling voor vogels

 

Voor de onderhavige toepassing geldt het volgende. Sla wordt onder glas opgekweekt uit met Gaucho behandeld zaad. De zaden worden in perspotjes gezaaid. Het opgekomen gewas wordt na ongeveer 1 – 2,5 weken in perspotjes geplant in het veld of onder glas. Door de systemische werking van imidacloprid zijn residuen in het gewas aanwezig. Vogels kunnen worden blootgesteld aan imidacloprid door het eten van bladeren. Hoewel ervan wordt uitgegaan dat de vogel naast bladeren ook insecten en zaden eet, wordt toch als worst-case benadering de blootstelling via kort gras genomen vanwege de locale geconcentreerde toepassing. Het residu in de bladeren wordt berekend op 62 x 0,154 =

9,55 mg/kg voer.

 

De acute norm voor vogels wordt gebaseerd op de norm uit de Uniforme Beginselen (UB). Dat betekent dat de norm voor de PEC gesteld wordt op 0,1 maal de LD50-waarde. Uitgegaan wordt van een LD50-waarde van 31 mg/kg lichaamsgewicht. De norm bedraagt dan 3,1 mg/kg lichaamsgewicht. Bij de risico-schatting is uitgegaan van een kleine vogelsoort met een lichaamsgewicht van 10 gram en een dagelijkse voedselconsumptie (DFI) van 2,9 g.

De acute normoverschrijding bedraagt dan 0,89. Derhalve wordt voldaan aan de acute norm voor vogels van de Uniforme Beginselen. Ter bevestiging dient voor toekomstige toelating een adequate risico-evaluatie uitgevoerd te worden gebaseerd op de actuele residuen van imidacloprid in uitgeplante slaplanten. De chronische norm is gebaseerd op de NOEC voor vogels = 126 mg/kg voer. De norm is 0,2 x 126 = 25,2 mg/kg voer. Deze wordt niet overschreden door de concentratie in het voedsel. Derhalve wordt voldaan aan de chronische norm voor vogels volgens de UB.

 

Risicobeoordeling voor zoogdieren

 

Voor de onderhavige toepassing geldt het volgende. Sla wordt onder glas opgekweekt uit met Gaucho behandeld zaad. De zaden worden in perspotjes gezaaid. Het opgekomen gewas wordt na ongeveer 1 – 2,5 weken in perspotjes geplant in het veld of onder glas. Door de systemische werking van imidacloprid zijn residuen in het gewas aanwezig. Zoogdieren kunnen worden blootgesteld aan imidacloprid door het eten van bladeren. Hoewel ervan wordt uitgegaan dat het zoogdier naast bladeren ook insecten en zaden eet, wordt toch als worst-case benadering de blootstelling via kort gras genomen vanwege de locale geconcentreerde toepassing. Het residu in de bladeren wordt berekend op 62 x 0,154 =
9,55 mg/kg voer.

 

De acute norm voor zoogdieren wordt gebaseerd op de norm uit de Uniforme Beginselen (UB). Dat betekent dat de norm voor de PEC gesteld wordt op 0,1 maal de LD50-waarde. Uitgegaan wordt van een LD50-waarde van 131 mg/kg lichaamsgewicht. De norm bedraagt dan

13,1 mg/kg lichaamsgewicht. Bij de risico-schatting is uitgegaan van een kleine zoogdiersoort met een lichaamsgewicht van 6 gram en een dagelijkse voedselconsumptie (DFI) van

1,025 g.

De acute normoverschrijding bedraagt dan 0,12. Derhalve wordt voldaan aan de acute norm voor zoogdieren van de Uniforme Beginselen.

De chronische norm is gebaseerd op de NOAEL voor zoogdieren = 100 mg/kg voer. De norm is 0,2 x 100 = 20 mg/kg voer. Deze wordt niet overschreden door de concentratie in het voedsel. Derhalve wordt voldaan aan de chronische norm voor zoogdieren volgens de UB.

 

Risicobeoordeling voor bijen en hommels

 

Sla is een niet-bloeiend gewas. Blootstelling van imidacloprid aan bijen kan derhalve alleen plaatsvinden via honingdauw geproduceerd door bladluizen. Aangezien de bladluizen door imidacloprid gedood worden en er geen honingdauw afgescheiden is, wordt is het risico voor bijen gering geacht.

 

Risicobeoordeling voor andere niet-doelwit arthropoden

 

Bij deze toepassing als zaadbehandelingsmiddel wordt alleen blootstelling van bodemkruipers beoordeeld. Op basis van de geleverde gegevens voor bodemkruipers wordt het risico van imidacloprid voor niet-doelwit arthropoden bij gebruik als zaadbehandelingsmiddel en grondbehandelingsmiddel gering geacht. Weliswaar trad een maximaal effect van 33% op bij Aleochara bilineata bij blootstelling via behandelde maïs maar de dosering die in deze studie is gebruikt ligt 3 - 7 maal hoger dan de praktijkdoseringen. Bij blootstelling via behandelde tarwe en suikerbietenzaad (0,95 kg w.s./ha) traden geen effecten op. Er wordt geen overschrijding verwacht bij de huidige praktijkdosering van 0,154 kg w.s./ha.

Voor het beoordeling van de systemische effecten op bladbewonende niet-doelwit arthropoden is geen adequaat toetsingskader voorhanden.

Geconcludeerd kan worden dat deze toepassing voldoet aan de norm voor niet-doelwit arthropoden zoals opgenomen in de UB.

 

Risicobeoordeling voor regenwormen

 

Voor imidacloprid bedraagt de LC50 voor regenwormen: 10,7 mg/kg. Deze hoeft gezien de log Kow van 0,5 niet gecorrigeerd te worden voor o.s. gehalte. De norm voor regenwormen wordt gebaseerd op de norm uit de Uniforme Beginselen. Dat betekent dat de norm voor de PIEC gesteld wordt op 0,1 maal de LC50. De norm bedraagt dan 1,07 mg/kg. In tabel M.8 worden de initiële PEC (PIEC) en de normoverschrijding gegeven.

 

Tabel M.8 Berekende initiële PEC’s en normoverschrijding voor regenwormen

Teelt

Max.

dosering

(kg w.s./ha)

Max.

frequentie

 

Fractie

bodem

Initiële PEC

(mg/kg)

Norm-overschrijding

Sla

0,154

1

1,0

0,22

0,21

 

De onderhavige toepassing voldoet aan de norm voor het acute risico voor regenwormen. Gezien het feit dat de PIEC/LC50 tussen 0,001 en 0,1 ligt, en de DT90 groter is dan 100 dagen, wordt een subletale toxiciteitstoets vereist. In een veldproef met Gaucho WS 70-behandelde maïs in een adequate concentratie bleek echter geen effect op de regenwormpopulatie op te treden. Derhalve wordt ook voldaan aan de chronische norm voor regenwormen volgens de UB.


 

Risico voor bodemmicroörganismen

 

Imidacloprid heeft in een dosering van 2,7 mg/kg bodem geen invloed op de stikstofmineralisatie en nitrificatie in de bodem. Deze dosering is ruim 10 maal hoger dan de berekende PIEC in de bodem.

Aangezien het effect kleiner is dan 25% na 100 dagen wordt voldaan aan de norm voor bodemmicro-organismen uit de Uniforme Beginselen.

 

Conclusie m.b.t. milieu

 

Er kan geconcludeerd worden dat:

1.       de werkzame stof imidacloprid op grond van toetsing aan het MTR voor de bodem voldoet aan de norm voor persistentie, zoals opgenomen in het Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen (Bmb).

2.       de onderhavige toepassing op basis van de werkzame stof imidacloprid voldoet aan de norm voor uitspoeling zoals opgenomen in het Bmb.

3.       de onderhavige toepassing op basis van de werkzame stof imidacloprid geen toetsing behoeft aan de normen voor toxiciteit waterorganismen zoals opgenomen in het Bmb.

4.       de werkzame stof imidacloprid geen toetsing behoeft aan de norm voor bioaccumulatie zoals opgenomen in het Bmb.

5.       de onderhavige toepassing op dit moment voldoet aan de normen voor vogels zoals opgenomen in de Uniforme Beginselen (UB).

6.       de onderhavige toepassing voldoet aan de normen voor zoogdieren zoals opgenomen in de UB.

7.       de onderhavige toepassing geen toetsing behoeft aan de norm voor bijen zoals opgenomen in de UB.

8.       de onderhavige toepassing op basis van de werkzame stof imidacloprid voldoet aan de norm voor niet-doelwit arthropoden zoals opgenomen in de UB.

9.       de onderhavige toepassing op basis van de werkzame stof imidacloprid voldoet aan de normen voor regenwormen, zoals opgenomen in de UB.

10.   de onderhavige toepassing op basis van de werkzame stof imidacloprid voldoet aan de norm voor bodemmicro-organismen zoals opgenomen in de UB.

 

Gegevens te leveren ten behoeve van toekomstige beoordeling

 

Ter bevestiging dient een adequate risico-evaluatie van het risico voor vogels voor de toepassing van Gaucho in slaplanten uitgevoerd te worden, gebaseerd op de actuele residuen van imidacloprid in uitgeplante slaplanten.



Conclusie

 

Het middel Gaucho is voldoende werkzaam gebleken in de toepassingen zoals aangegeven in het concept Wettelijk Gebruiksvoorschrift.

 

Bij toepassing van Gaucho volgens het voorgestelde Wettelijk Gebruiksvoorschrift wordt geen onaanvaardbaar risico verwacht voor de gezondheid van de mens, voor degene die het middel toepast en voor het milieu (art 3, Bestrijdingsmiddelenwet 1962, eerste lid).

 

Derhalve wordt de uitbreiding van Gaucho in sla toelaatbaar geacht.

 

Bij de volgende verlengingsaanvraag dient de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens te overleggen:

·         Ter bevestiging dient een adequate risico-evaluatie van het risico voor vogels voor de toepassing van Gaucho in slaplanten uitgevoerd te worden, gebaseerd op de actuele residuen van imidacloprid in uitgeplante slaplanten.

 

 

Besluit

 

·       Het College besluit de aanvraag tot toelating van het bestrijdingsmiddel Gaucho Horti 19970504 TG, een middel op basis van imidacloprid voor behandeling van zaden van sla te honoreren, op grond van de artikelen 3 en art 3a van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962.

·       Als expiratiedatum van de toelating van het middel Gaucho Horti (cf. expiratiedatum Gaucho, 11455 N) wordt 1 januari 2004 vastgesteld.

·       ·       Etikettering

Symbool                                                    Xn

R-zinnen o.b.v. SIVEB:

* zinnen conform 67/548/EEG:                 22

* andere noodzakelijke zinnen:                 -

S-zinnen o.b.v. SIVEB:

* zinnen conform 67/548/EEG:                 2, 13, 20/21, 36/37/39, 42

* andere noodzakelijke zinnen:  Behandelde zaden niet voor menselijke of dierlijke consumptie bestemmen    

·       Bij de volgende verlengingsaanvraag dient de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens te overleggen:

*       Ter bevestiging van het voldoen aan de acute norm voor vogels van de Uniforme Beginselen, dient een adequate risico-evaluatie van het risico voor vogels voor de toepassing van Gaucho in slaplanten uitgevoerd te worden, gebaseerd op de actuele residuen van imidacloprid in uitgeplante slaplanten.

 

Met het oog op de bestudering van de rapporten en een tijdige herbeoordeling is het noodzakelijk de bovengenoemde gegevens uiterlijk 14 maanden voor de expiratiedatum, -bij een alsdan in te dienen aanvraag tot verlenging- te ontvangen. U dient de betreffende gegevens in één zending aan het College aan te bieden. Voor wat betreft de wijze en tijdstip van indienen van de gevraagde gegevens en de eisen die aan deze gegevens gesteld worden, wordt verwezen naar de algemene instructie voor het indienen van aanvragen tot toelating van bestrijdingsmiddelen.

 

 

Wageningen, 14 juni 2002

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,




(voorzitter)