MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ

Toelatingsnummer 11998 N

DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
in overeenstemming met
DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT,
DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER en
DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID,

beslissende op de aanvraag d.d. 11 maart 1997 (aanvraagnummer 97-211 T) van

BAYER B.V.
ENERGIEWEG 1
3641 RT MIJDRECHT

tot verkrijging van een toelating als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Stb. 288) voor het middel

Provado insectenpin,

gelet op de artikelen 3, 3a, 4 en 5 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962,

BESLUIT:

§ I. Toelating

1. Het bestrijdingsmiddel Provado insectenpin wordt toegelaten in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, onder nummer en datum dezes. Voor de gronden waarop dit besluit berust wordt verwezen naar bijlage II dezes.

2. De toelating geldt tot 1 juli 1999.

§ II. Samenstelling, vorm en afwerking

Onverminderd hetgeen omtrent de samenstelling, vorm en afwerking bij de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen is bepaald, moeten:

a. de samenstelling, vorm en fysische toestand van het middel alsmede de chemische en fysische eigenschappen daarvan overeenkomen met de bij de aanvraag tot toelating verstrekte gegevens, alsmede met het bij de aanvraag tot toelating verstrekte monster.

b.

§ III. Gebruik

Het bestrijdingsmiddel mag slechts worden gebruikt met inachtneming van hetgeen in bijlage I dezes onder A. is voorgeschreven.

§ IV. Verpakking en etikettering

1. De aanduidingen, welke ingevolge artikel 15 van de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen op de verpakking moeten worden vermeld, worden hierbij vastgesteld als volgt:

- aard van het preparaat: plantenstaafje

- werkzame stof(fen): imidacloprid

- gehalte(n): 2,5%

- andere zeer giftige, giftige, bijtende of schadelijke stof(fen):

- toxicologische groep(en):

- uiterste gebruiksdatum:

2. Behalve de onder 1. bedoelde en de overige bij de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen voorgeschreven aanduidingen en vermeldingen moeten op de verpakking voorkomen:

a. letterlijk en zonder enige aanvulling:

hetgeen in bijlage I dezes onder A. is vermeld.

b. hetzij letterlijk, hetzij naar zakelijke inhoud:

de in bijlage I dezes onder B. opgenomen tekst, met dien verstande, dat niet alle daarin aangegeven toepassingen behoeven te worden vermeld en de inhoud dier tekst slechts mag worden aangevuld met technische aanwijzingen voor een goede bestrijding, mits deze niet met die tekst in strijd zijn.

c. letterlijk en zonder enige aanvulling:

- Bijzondere gevaren:

- Veiligheidsaanbevelingen:

Buiten bereik van kinderen bewaren.
Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.
Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

d. Overeenkomstig artikel 15 van de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen moet op de verpakking als gevaarsymbool worden aangebracht:
met als onderschrift:

e.

f. Ingevolge artikel 8a van de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en
etikettering moet uitsluitend op die verpakkingen van bestrijdingsmiddelen die (mede) voor huishoudelijk gebruik zijn bestemd het logo voor klein chemisch afval (kca-logo) worden aangebracht, bestaand uit een afvalbak met een kruis erdoor zoals aangegeven in bijlage III bij deze regeling.

Een belanghebbende kan tegen dit besluit een met redenen omkleed bezwaarschrift indienen bij de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Als een bezwaarschrift wordt ingediend, moet dit binnen 6 weken na dagtekening van dit besluit worden verzonden naar: Het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, t.a.v. het Bureau bezwaarschriften en geschillen, Postbus 20401, 2500 EK DEN HAAG.

Wageningen, 7 mei 1999

DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW,
NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,


(voorzitter)

MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ

BIJLAGE I bij het toelatingsbesluit van het middel Provado insectenpin,

toelatingsnummer 11998 N

A.

WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddelen bij sierplanten in potten en bakken.

Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Niet toegestaan is toepassing in bloeiende gewassen of in gewassen wanneer deze actief bezocht worden door bijen of hommels. Niet toegestaan is toepassing wanneer bloeiende onkruiden aanwezig zijn.

B.

GEBRUIKSAANWIJZING

Algemeen

Provado insectenpin is een kant en klaar middel geformuleerd als staafje. De werkzame stof komt uit het staafje vrij en wordt door de wortels van de planten opgenomen en naar de bladeren getransporteerd. De aanvangswerking is tengevolge hiervan in het algemeen traag en bedraagt, afhankelijk van de omstandigheden 1 tot 3 weken. Het vrij komen van de werkzame stof verloopt in een vochtige grond beter dan in een droge grond. De aanvangswerking kan dan ook versneld worden door de planten ruim water te geven. Het middel werkt het best bij jonge goed groeiende planten.

De werkingsduur bedraagt enkele weken. Het kan nodig zijn, als opnieuw aantasting optreedt, de behandeling te herhalen.

De pins geheel in de grond steken en met grond afdekken.

Bijen kunnen actief vliegen op niet-bloeiende gewassen, bijvoorbeeld om honingdauw te verzamelen die door luizen is afgescheiden.

Toepassingen

Sierplanten in potten en bakken, ter bestrijding van bladluis en cactuswolluis.

Zodra aantasting wordt waargenomen een behandeling uitvoeren.

Benodigd aantal pins

Bij potplanten met een potdiameter.

Tot 10 cm

: ½ pin

10-14 cm

: 1 pin

14-20 cm

: 2 pins

20-25 cm

: 3 pins

25-27 cm

: 4 pins

27 cm of meer

: 5 pins

Bij planten in bakken: 1 pin per 10 cm baklengte.

Wageningen, 7 mei 1999

DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW,
NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,


(voorzitter)

MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ

BIJLAGE II bij het toelatingsbesluit van het middel Provado insectenpin,

toelatingsnummer 11998 N

Betreft een aanvraag tot toelating van het middel Provado insectenpin, 97-211 T, een middel op basis van de werkzame stof imidacloprid. De aanvraag betreft een insectenbestrijdingsmiddel uitsluitend toegestaan voor gebruik bij sierplanten in potten en bakken.

Er zijn reeds middelen op basis van imidacloprid toegelaten voor toepassingen in de teelt van diverse groente-, fruit- en siergewassen.

De einddatum van imidacloprid is 1 juli 1999.

Werkzaamheid

Door de aanvrager zijn werkzaamheidsgegevens geleverd, die zijn beoordeeld door de Plantenziektenkundige Dienst (10-12-1998). Deze heeft tevens voorstellen gedaan voor het Wettelijk Gebruiksvoorschrift en Gebruiksaanwijzing.

Claim

Provado insectenpin -op basis van 2,5 % imidacloprid- wordt geclaimd voor gebruik in de particuliere sector ter bestrijding van zuigende insecten op sierplanten in potten en bakken. Geclaimd wordt onder meer de bestrijding van bladluis, wolluis, witte vlieg en wantsen.

Het middel dient te worden toegepast door de pins in het groeimedium te steken en geheel af te dekken. Het aantal te gebruiken pins hangt af van de diameter van de pot bij potplanten c.q. van de baklengte bij planten die in bakken worden geteeld.

Benodigd onderzoek

In principe dienen van ieder van de te bestrijden organismen werkingsgegevens van minimaal 2 teeltseizoenen te worden overlegd met per teeltseizoen minimaal 4 proeven. In dit geval betekent dit dat er gegevens van de bestrijding van bladluis, wolluis, witte vlieg en wantsen dienen te worden overlegd.

Er zijn evenwel extrapolatiemogelijkheden omdat de stof imidacloprid, toegepast door middel van een behandeling waarbij het middel door de wortels wordt opgenomen, reeds in een vrij groot aantal gewassen is toegelaten ter bestrijding van een aantal van bovengenoemde plaagorganismen.

Om de schadelijke effecten te kunnen beoordelen dienen in principe gegevens van onderzoek gedurende 2 teeltseizoenen in minimaal 4 verschillende gewassen te worden overlegd met per gewas minimaal 4 proeven per teeltseizoen.

Er zijn evenwel extrapolatiemogelijkheden omdat de werkzame stof imidacloprid, toegepast door middel van een behandeling waarbij het middel door de wortels wordt opgenomen, reeds in een vrij groot aantal gewassen is toegelaten.

Geleverde gegevens

Er zijn gegevens van 5 werkingsproeven geleverd ter bestrijding van bladluizen, 1 proef is in 1995 uitgevoerd terwijl de overige proeven in 1996 zijn uitgevoerd. In 4 proeven kwam perzikluis (Myzus persicae) voor en in 1 proef aardappeltopluis (Macrosiphum euphorbiae).

Er zijn gegevens geleverd van 2 proeven ter bestrijding van cactuswolluis (Pseudococcus mamillariae), beide proeven zijn in 1996 uitgevoerd.

Er zijn gegevens geleverd van 2 proeven ter bestrijding van kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum), beide proeven zijn in 1996 uitgevoerd.

Er zijn gegevens geleverd van 4 proeven ter bepaling van de schadelijke effecten. Er werden 4 verschillende gewassen (per proef 1 gewas) beproefd, 3 proeven werden in 1995 uitgevoerd en 1 proef in 1996.

Daarnaast zijn de gegevens van de 9 werkingsproeven aanvullend bruikbaar voor de beoordeling van de schadelijke effecten.

Hiermee is niet voldaan aan de eis van de omvang van het benodigde onderzoek.

Resultaten

Provado insectenpin heeft een goede bestrijding gegeven van de perzikluis die niet betrouwbaar verschilde met die van een standaardmiddel op basis van butoxycarboxim, eveneens als pin geformuleerd.

Van beide middelen was in enkele situaties de aanvangswerking traag. Er is tevens in beperkte mate (in 2 proeven) een vergelijk mogelijk met een referentiemiddel op basis van imidacloprid toegepast door middel van een aangietbehandeling. Tussen het referentiemiddel en Provado insectenpin waren geen betrouwbare verschillen in aanvangswerking en duur werking aanwezig.

Tegen aardappeltopluis gaf Provado insectenpin een betrouwbaar mindere aanvangswerking te zien dan een standaardmiddel op basis van butoxycarboxim, eveneens als pin geformuleerd. In de uiteindelijke werking waren er geen betrouwbare verschillen aanwezig.

Tegen cactuswolluis heeft Provado insectenpin een goede werking gegeven zij het dat de aanvangswerkig enigszins traag was. De aanvangswerking en de duurwerking waren betrouwbaar beter dan van een standaardmiddel op basis van butoxycarboxim, eveneens als pin geformuleerd.

In vergelijking met een referentiemiddel op basis van imidacloprid, toegepast door middel van een aangietbehandeling, was de aanvangswerking van Provado insectenpin betrouwbaar minder, in duurwerking waren er tussen beide middelen geen verschillen.

De werking tegen kaswittevlieg is wisselend. Bij een proef met een lichte aantasting was de aanvangswerking traag, de duurwerking in deze proef was goed. In een andere proef met een zware aantasting bleef de aantasting bij het met Provado insectenpin behandelde object gedurende het verloop van de proef vrij constant, de aantasting breidde zich niet uit maar er trad ook geen afname op. Bij het onbehandelde object breidde de aantasting zich gedurende het verloop van de proef gestadig uit. In beide proeven was geen standaardmiddel opgenomen. Wel was een referentiemiddel op basis van imidacloprid opgenomen, toegepast door middel van een aangietbehandeling. In de proef met de lichte aantasting waren er qua duurwerking geen verschillen tussen beide middelen aanwezig, in de andere proef voldeed Provado insectenpin qua duurwerking betrouwbaar minder.

Fytotoxiciteit is niet opgetreden.

Opmerkelijk is dat in 5 proeven op het met Provado insectenpin behandelde object een groeistimulans van het proefgewas werd waargenomen.

Extrapolatiemogelijkheden

Provado insectenpin wordt geclaimd ter bestrijding van zuigende insecten. In de conceptetikettekst worden met name bladluizen, witte vlieg, wolluis en wantsen genoemd.

Bladluizen

Bij de geclaimde toepassingsgebieden kunnen diverse bladluissoorten voorkomen, er zijn slechts enkele beproefd. De stof imidacloprid , toegepast door middel van aangietbehandelingen, heeft echter reeds een toelating ter bestrijding van een groot aantal soorten bladluizen. Gelet hierop en gelet op de in de proeven verkregen resultaten is dan ook te verwachten dat Provado insectenpin een voldoende bestrijding zal geven van de bladluissoorten die bij de geclaimde toepassingsgebieden kunnen voorkomen.

Wolluizen

Er staan slechts een marginaal aantal gegevens ter beoordeling van de werking tegen cactuswolluizen ter beschikking. Lettende op de verkregen resultaten, lettende op de biologie van cactuswolluizen (zuigende insecten) en lettende op de systemische werking van imidacloprid is te verwachten dat Provado insectenpin een goede bestrijding van cactuswolluizen zal geven.

Over de bestrijding van andere wolluissoorten zijn geen gegevens overlegd en bestaan gen extrapolatiemogelijkheden.

Witte vlieg

Er zijn slechts in beperkte mate gegevens geleverd ter bestrijding van de kaswittevlieg, de resultaten zijn wisselend.

Extrapolatie vanuit bestaande toelatingen is niet mogelijk. Er is weliswaar een middel op basis van imidacloprid, geformuleerd in tabletvorm, toegelaten in teelten op kunstmatig substraat van vruchtgroenten onder glas, maar hierbij wordt per plant een veel lagere dosering imidacloprid toegediend dan met Provado insectenpin. Aannemende dat de tabletvorm een goede bestrijding van kaswittevlieg geeft, geeft een hogere dosering imidacloprid zoals met Provado insectenpin toegediend in het onderzoek vreemd genoeg wisselende resultaten.

Hieraan kunnen verschillende oorzaken ten grondslag liggen, bijvoorbeeld:

- de proefomstandigheden waren dusdanig dat Provado insectenpin niet goed kon werken;

- imidacloprid kan in onvoldoende mate vrijkomen uit de formulering;

- imidacloprid wordt in dermate sterke mate aan het groeimedium gebonden dat een onvoldoende werking tegen wittevlieg wordt verkregen.

Of deze factoren of mogelijk andere, niet genoemde een rol spelen bij de werking tegen witte vlieg is niet te achterhalen. Dit, gevoegd bij het marginale aantal proefgegevens maakt dat het onderdeel bestrijding witte vlieg uit oogpunt van werking niet is te beoordelen.

Wantsen

Over dit onderdeel van de claim zijn geen gegevens overgelegd. Extrapolatiemogelijkheden vanuit bestaande toelatingen zijn niet aanwezig. Weliswaar heeft de stof imidacloprid een toelating ter bestrijding van wantsen in de fruitteelt maar dit betreft een gewasbehandeling. Het is niet bekend of imidacloprid via de bodem toegediend aan de planten (zoals bij Provado insectenpin gebeurt) een werking tegen wantsen heeft.

Toepassingswijze

Het onderzoek is uitgevoerd met potplanten. Volgens de conceptetikettekst verschilt de dosering bij toepassing bij planten in bakken niet wezenlijk van die bij potplanten. Vanuit het onderzoek met potplanten kan dan ook geëxtrapoleerd worden naar de toepassing in bakken.

Conclusie met betrekking tot de werkzaamheid van Provado Insectenpin

Op basis van de geleverde gegevens en op basis van extrapolatiemogelijkheden kan geconcludeerd worden dat Provado insectenpin werkzaam is ter bestrijding van bladluizen en cactuswolluis in sierplanten in potten en bakken en dat de toepassing geen effecten veroorzaakt op planten en plantaardige producten in een mate die niet aanvaardbaar is.

Aanvullende gegevens

* Voor de beoordeling van de werking tegen kaswittevlieg en tegen wantsen zijn per organisme minimaal gegevens van 4 geslaagde proeven, uit te voeren in één teeltseizoen, nodig.

Er kan met één teeltseizoen worden volstaan omdat met gegevens van 4 proeven, mits in de proeven voldoende aantasting optreedt en de met Provado insectenpin behaalde resultaten goed en consistent zijn, een goed gefundeerd oordeel over de werking wordt gegeven. Onder de geschetste voorwaarden is het nl. mogelijk om bestaande toelatingen van middelen op basis van imidacloprid in de oordeelvorming te betrekken.

Fysische en chemische eigenschappen

Provado Insectenpin is een middel dat per verpakking bestaat uit 20 staafjes met een gehalte van 2,5 massa% imidacloprid.

De fysische en chemische eigenschappen van inidacloprid zijn gegeven in The Pesticide Manual.

Profiel humane toxicologie

Deze beoordeling is voor wat betreft de toxicologische aspecten gebaseerd op de RIVM samenvatting, opgesteld in 1993 (adviesrapport 93/613340/013; d.d. 20-09-1993) en een aanvulling op dat rapport opgesteld in 1998 (adviesrapport 06243A00; d.d. 18-12-1998).

Toxicokinetiek

Orale opname

Na orale toediening aan de rat werd imidacloprid snel opgenomen en over het lichaam, met uitzondering van het vetweefsel, centraal zenuwstelsel en botten, verdeeld. De opname bedroeg meer dan 90%. Na 48 uur wordt imidacloprid uitgescheiden middels urine (75-90% van de dosis) en feces (7-21% van de dosis) gemeten als radioactiviteit na toediening van radioactief gelabeld imidacloprid. De verhouding tussen urine en feces is afhankelijk van de plaats van het radiolabel in het molecuul. In ratten met galcanulatie werd 36% van de toegediende dosis in de gal gevonden. De twee voornaamste afbraakroutes waren een oxidatieve splitsing van het molecuul en een hydroxylering van de imidazoline-ring gevolgd door afsplitsing van een watermolecuul.

Dermale en inhalatoire opname

Er zijn geen kwantitatieve gegevens beschikbaar omtrent de dermale en inhalatoire opname. Er is geen dermale penetratiestudie beschikbaar. Echter, op basis van de acute orale en dermale toxiciteitsgevens kan worden afgeleid dat de dermale opname gering zal zijn.

Derhalve wordt voor de risico-evaluatie een dermale opname van 10% gehanteerd.

Toxicodynamiek

Acute toxiciteit

De acute toxiciteit van imidacloprid is samengevat in de tabel T.1. De stof imidacloprid dient als schadelijk (op basis van gegevens in de rat) tot giftig (op basis van gegevens in de muis) geclassificeerd te worden. In de inhalatiestudie zijn bij de hoogst haalbare concentratie geen effecten waargenomen. De stof hoeft daarom inhalatoir niet geclassificeerd te worden. De stof imidacloprid is niet irriterend voor de huid en de ogen en is niet sensibiliserend voor de huid.

Tabel T.1 Acute toxiciteit van imidacloprid

Stof

Route

Species

LD50 (mg/kg lich. gew)

LC50 (mg/m3)

Imidacloprid

oraal

muis (m)

131


oraal

muis (f)

168


oraal

rat (m)

424


oraal

rat (f)

450-475


dermaal

rat

> 5000


inhalatoir

rat

> 69 (aerosol)


inhalatoir

rat

> 5323 (dust)

Subacute/(semi)chronische toxiciteit

In een 4-weken voederstudie met de hond werden doseringen van 0, 200, 1000 en

5000 mg/kg voer getest. Bij 5000 mg/kg werden sterfte, tremor, coördinatiestoornissen, overgeven, verlaging voedselconsumptie en lichaamsgewicht, atrofie in lever, schildklier, beenmerg en speekselklieren, verlaagd enzymgehalte pancreas en degeneratie testes en zwezerik waargenomen. Bij 1000 mg/kg werd een verhoging van de P450-activiteit en een verhoging van het levergewicht gevonden. Verder werd bij deze dosering hypertrofie in de lever en atrofie in de schildklier gezien. Er kon geen NOAEL worden vastgesteld omdat de doseringsgroepen te klein waren.

In een 3-weken dermale proef met het konijn (doseringen van 0 en 1000 mg/kg lg) werden geen effecten waargenomen.

In een 4-weken inhalatoire studie met de rat (concentraties 0, 5,5, 30,5 en 191,2 mg/m3) werd een NOAEL gevonden van 5,5 mg/m3, gebaseerd op effecten op de lever en hematologische parameters

De (semi)chronische toxiciteit van imidacloprid is getest in een 13-weken studie met de rat, een 13-weken studie met de hond, een 52-weken studie met de hond, een carcinogeniteit-studie met de muis, en een gecombineerde carcinogeniteit/toxiciteitstudie met de rat. In deze studies werden diverse effecten waargenomen op hematologische parameters, biochemische parameters en histopathologie van de lever. In de chronische combinatiestudie met de rat werd een marginale effectdosis van 100 mg/kg voer afgeleid, overeenkomend met 5,7 mg imidacloprid/kg lg/dag, gebaseerd op marginale effecten op de schildklier. De laagste NOAEL werd gevonden in de 13-weken hondenstudie, zijnde
200 mg/kg voer, overeenkomend met 5 mg imidacloprid/kg lg/dag gebaseerd op vertraagde groei en optreden van tremor.

Genotoxiciteit/carcinogeniteit

Imidacloprid heeft geen invloed op de tumorincidentie bij muizen en ratten. De stof is niet carcinogeen. Imidacloprid veroorzaakt wel in-vitro chromosoomafwijkingen. Omdat de in-vivo testen naar chromosoomafwijkingen negatief waren, kan de stof in-vivo als niet genotoxisch worden beschouwd.

Reproductietoxicologie / teratogeniteit

Bij reproductieonderzoek werd geen effect gevonden op de reproductieparameters en bij teratogeniteitsonderzoek werden geen irreversibele structurele veranderingen waargenomen.

In een 2-generatie reproductiestudie met de rat was de NOAEL 100 mg/kg voer, overeenkomend met 5 mg imidacloprid/kg lg/dag. In twee teratogeniteitstudies (één met de rat en één met het konijn) was de laagste NOAEL voor maternale toxiciteit 8 mg imidacloprid/kg lg/dag (konijn) en de laagste NOAEL voor foetotoxiciteit 24 mg imidacloprid/kg lg/dag (konijn).

Neurotoxiciteit

Imidacloprid is een nicotine cholinerge receptor agonist.

In subacuut en semichronisch onderzoek met de hond werden aanwijzingen voor neuropathologische effecten gevonden (tremor, ataxie). Voor deze effecten werd in semichronisch onderzoek met de hond een NOAEL gevonden van 5 mg/kg lg.

In een acute studie ontvingen ratten een éénmalige orale dosis van 0, 42, 151 of 307 mg imidacloprid/kg lg. Vooraf (-7 dagen), direct na (0 dagen) en 7 en 14 dagen na toediening werden een aantal functionele- en gedragsparameters gescreend en werd de activiteit onderzocht in een "figure-eight maze". De belangrijkste effecten van imidacloprid binnen de batterij van functionele parameters waren ongecoördineerd lopen, tremoren, verhoogde reactiviteit, verlaagde activiteit, verhoogde incidentie van zitten of liggen in een normale positie (in plaats van staan), verminderde oprichting, verminderde ontwaking, verlaagde respons op aanraking en staartdruk stimuli, verminderde spierkracht van de achterpoot en een verlaagde lichaamstemperatuur. In de activiteitstest werd een dosis gerelateerde afname van de motorische en locomotorische activiteit waargenomen, die bij beide geslachten statistische significant was bij alle doseringen. Alle genoemde effecten waren na zeven dagen verdwenen. Gebaseerd op de afname van de motorische en locomotorische activiteit bij beide geslachten bedraagt de NOAEL < 42 mg/kg lg voor acute blootstelling.

In een supplement op deze acute studie ontvingen vrouwelijke ratten een éénmalige orale dosis van 0 of 20 mg imidacloprid/kg lg. In deze supplementaire studie werden geen door imidacloprid veroorzaakte effecten waargenomen. Gebaseerd op deze aanvullende gegevens bedraagt de NOAEL voor vrouwelijke dieren 20 mg/kg lg voor acute blootstelling. Aangezien uit de voorgaande studie bleek dat vrouwtjes gevoeliger waren voor de neurotoxische effecten van imidacloprid, kan op basis van de gegevens uit beide studies worden aangenomen dat de NOAEL voor mannelijke dieren voor acute blootstelling ook
20 mg/kg lg bedraagt.

In een subchronische studie werden ratten gedurende 13 weken blootgesteld aan doseringen van 0, 140, 963 en 3027 ppm imidacloprid/kg voer (overeenkomend met
0, 9,3, 63,3 en 196 mg/kg lg voor de mannelijke dieren en 0, 10,5, 69,3 en 213 mg/kg lg voor de vrouwelijke dieren). Een batterij van functionele parameters werd onderzocht. Daarnaast werd de activiteit onderzocht in een "figure-eight maze". De enige effecten van imidacloprid binnen deze batterij van functionele parameters waren een verhoogde incidentie van ongecoördineerde richtings- reflexen en een afname van de spierkracht van de voorpoot, beide uitsluitend waargenomen in de hoogste mannelijke doseringsgroep. Daarnaast werd er een verminderde voedselopname, een verlaging van lichaamsgewichten en veranderingen in enkele klinisch-chemische parameters waargenomen in de middelste- en hoogste doseringsgroepen. De NOAEL voor algemene toxicologische effecten bedraagt derhalve 140 ppm in het voer, wat gelijk is aan 9,3 en 10,5 mg/kg lg/dag voor respectievelijk mannelijke en vrouwelijke dieren. Gebaseerd op de veranderingen bij de mannelijke dieren bedraagt de NOAEL voor neurotoxicologische effecten na subchronische blootstelling
963 ppm, wat gelijk is aan 63,3 mg/kg lg/dag.

Toxiciteit formulering

Met betrekking tot de formulering Provado Insectenpin zijn geen middelgegevens ingediend. Op basis van de acute toxiciteitsgegevens ten aanzien van de componenten in de formulering Provado insectenpin behoeft deze niet de worden geclassificeerd op basis van de acute toxiciteit. Blootstelling aan huid en ogen is praktisch onmogelijk door de vorm waarin het middel op de markt gebracht wordt (staafjes), derhalve is voor deze formulering classificatie volgens EU-criteria niet noodzakelijk.

Beoordeling van het risico voor de toepasser

De beoordeling voor het risico van de toepasser werd opgesteld door het RIVM (06016A01 d.d. 01-02-99)

Overzicht toepassingen

Provado insectenpin is bedoeld als middel voor huishoudelijk gebruik ter bestrijding van insecten op sierplanten in potten en bakken. De werkzame stof komt door de vochtige aarde vrij en wordt via de wortels opgenomen.

Gezien de wijze van gebruik kan niet worden uitgesloten dat de particuliere toepasser en omstanders (bijv. kinderen) acuut en/of chronisch worden blootgesteld aan deze formulering.

Acute blootstelling en de LC50- en LD50-waarden

De acute blootstellingsconcentraties zijn, bij gebrek aan andere toxiciteitsexperimenten, vergeleken met de beschikbare inhalatoire en dermale LC50- en LD50-waarden.

- LC50 voor inhalatoire blootstelling aan imidacloprid (in de vorm van aerosolen) is
> 69 mg/m3

- LC50 voor inhalatoire blootstelling aan imidacloprid (in de vorm van stof) is > 5323 mg/m3

- LD50 voor dermale blootstelling aan imidacloprid is > 5000 mg/kg lg

- LD50 voor orale blootstelling aan imidacloprid is 131 mg/kg lg. Voor de risicoschatting is uitgegaan van 100% opname bij orale blootstelling op basis van een oraal metabolisme-onderzoek waarin meer dan 90% van een orale dosis wordt opgenomen.

Chronische blootstelling en de systemische NOAEL

De inhalatoire NOAEL afkomstig uit een 28-dagen inhalatoire studie met de rat wordt gebruikt voor de berekening van de systemische NOAEL. Deze inhalatoire NOAEL wordt verkozen boven NOAEL’s uit orale (sub)chronische studies met de rat om de volgende redenen:

1. Bij orale blootstelling van de rat wordt een aanzienlijk deel van de dosis onderworpen aan een first-pass effect (zo’n 36% van de dosis wordt uitgescheiden via de gal), wat niet voorkomt bij inhalatoire en dermale blootstelling. Het kinetiek en metabolisme patroon van imidacloprid kan derhalve verschillend zijn voor orale en inhalatoire blootstelling.

2. De NOAEL uit de 28-dagen inhalatoire studie (5,5 mg/m3) impliceert een lagere systemische belasting (zie onder) dan de NOAEL uit de chronische orale studie
(5 mg/kg lg/dag), waardoor vergelijking met de systemische NOAEL uit de inhalatoire studie als ‘worst case’ benadering kan worden gezien.

De NOAEL in de 28-dagen inhalatoire studie met de rat bedroeg 5,5 mg/m3 voor een blootstelling van 6 uur per dag. Uitgaande van een 100% inhalatoire opname, een ademminuutvolume van 0,22 l voor de rat, en een lichaamsgewicht van 250 g is de systemische NOAEL voor de rat berekend.

NOAELsystemisch = 5,5 mg/m3 x [6h/24h] x 0,22 l/min x [60 x 24] = 1,74 mg/kg lg/dag

0,25 kg

Schatting van de blootstelling/berekening margin of safety

Acute blootstelling

De acute blootstelling aan imidacloprid met betrekking tot het gebruik van Provado Insectenpin is niet bekend daar er geen modellen voor zijn. De blootstelling is echter als nihil ingeschat aangezien:

1) de contactduur kort en de toepassing niet frequent is,

2) het contactoppervlak van de huid bij normaal gebruik zeer gering is (duim-en vingertop), en

3) de dampdruk van imidacloprid laag is (geen inhalatoire blootstelling).

Er zijn derhalve geen acute gezondheidsrisico’s te verwachten bij gebruik van het Provado Insectenpin.

Chronische blootstelling

Het gebruik van Provado Insectenpin brengt geen chronische blootstelling met zich mee. Er zijn derhalve geen chronische gezondheidsrisico’s te verwachten bij gebruik van het Provado Insectenpin.

Conclusie met betrekking tot het risico voor de toepasser

Concluderend kan worden gesteld dat bij het gebruik van Provado Insectenpin geen risico’s te verwachten zijn voor de gezondheid van de particuliere toepasser noch voor een omstander (bijv. kinderen) bij acute of (sub)chronische blootstelling [ T.a.v. de beoordeling van het risico dient men er rekening mee te houden dat er gebruik gemaakt is van modellen. Voor het CONSEXPO-model geldt dat er nog geen definitief besluit is genomen ten aanzien van het gebruik van dit model. Bovendien worden blootstellingsschattingen op basis van goed uitgevoerde studies nauwkeuriger geacht.] .

Etikettering

Imidacloprid

Gevarensymbool: Xn -

Bijzondere gevaren:

• schadelijk bij opname door de mond (R22)

Veiligheidsaanbevelingen:

• buiten bereik van kinderen bewaren (S2)

• verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder (S13)

• niet eten, drinken of roken tijdens gebruik (S20/21)

Provado Insectenpin

Gevarensymbool: -

Bijzondere gevaren: -

Veiligheidsaanbevelingen: S2, S13, S20/21

Conclusie met betrekking tot toxicologie en risico voor de toepasser

Er zijn geen aanvullende vragen. Bij gebruik van het middel volgens het Wettelijk Gebruiksvoorschrift en Gebruiksaanwijzing heeft het middel geen schadelijke uitwerking op de gezondheid van de mens hetzij direct, hetzij indirect en zijn er geen onaanvaardbare risico’s voor de toepasser noch voor diegenen die na toepassing met de residuen van het middel in aanraking komen.

Milieu

Voor de risicobeoordeling van milieu-aspecten is gebruik gemaakt van een RIVM-milieubeoordeling van 29 september 1998.

Persistentie en uitspoeling

Omzettingssnelheid en omzettingsroute in grond

Imidacloprid is slecht tot zeer slecht afbreekbaar in de bodem. Onder aërobe omstandigheden werden in laboratoriumstudies voor imidacloprid de volgende DT50-waarden (20 °C) gevonden:

bij een dosering van 0,33 mg/kg bodem: 159 dagen;

bij een dosering van 0,36 mg/kg bodem: 200 dagen;

Bij aërobe omzetting van imidacloprid werden zeven metabole fracties gevonden, in gehalten van < 2%.

Het grondgebonden residu (pyridinyl-14C-methyleenlabel) bereikte onder aërobe omstandigheden een maximum van 21,6% na 100 dagen. De hoeveelheid 14CO2 bereikte in deze studie een maximum van 10% na 100 dagen.

In een andere studie bereikte de hoeveelheid grondgebonden residu eveneens een hoeveelheid van 21,6% na 100 dagen, de hoeveelheid 14CO2 was hier 6,4%. Zie voor dit overzicht tabel M.1.

Tabel M.1 Grondgebonden residu en mineralisatie (CO2)

Conditie

Grondgebonden residu

% na 100 dagen

CO2

% na 100 dagen

Overschrijding limiet

grondgebonden residu > 70% en CO2 < 5%?

Opmerkingen

aëroob

21,6

10

nee

0,33 mg/kg

aëroob

21,6

6,4

nee

0,36 mg/kg

Bij de fototransformatie van imidacloprid bedroeg het grondgebonden residu maximaal 11% na 15 dagen.

Er werden drie metabole fracties aangetoond, waarvan één fractie na 15 dagen maximaal 6,3% van de toegediende hoeveelheid imidacloprid uitmaakte. Deze fractie werd geïdentificeerd als mI:

mI : 1-[(6-chloor-3-pyridinyl)methyl]-N-nitro-5-hydroxy-imidazoline-2-ylideamine.

De overige fracties werden in hoeveelheden < 2% aangetroffen.

Voor de beoordeling van accumulatie en uitspoeling zijn de volgende DT50-waarden gebruikt: 159 en 200 dagen (gemiddeld 180 dagen, range 159 - 200 dagen).

Mobiliteit in grond

Imidacloprid is op basis van schudproeven in vier grondsoorten weinig tot zeer weinig mobiel in de bodem. In een adsorptiestudie werden voor imidacloprid Kom-waarden gevonden van
90; 162; 167 en 191 L/kg.

Imidacloprid is zeer weinig mobiel in de bodem. In kolomstudie met verouderd residu werd de activiteit in de bovenste 7 cm aangetroffen.

Voor de beoordeling van accumulatie en uitspoeling zijn de volgende Kom-waarden gebruikt:

90; 162; 167 en 191 L/kg (gemiddeld 153 L/kg, range 109 - 191 L/kg).

Persistentie in de bodem

Uit de bovenstaande gegevens blijkt dat voor imidacloprid een gemiddelde DT50-waarde is gevonden die groter is dan 90 dagen onder zowel laboratorium als veldcondities. Hiermee voldoet imidacloprid niet aan de norm voor persistentie zoals opgenomen in het Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen (Bmb). Echter blootstelling van de bodem als gevolg van het gebruik van Provado insectenpin wordt nihil geacht, aangezien dit product uitsluitend wordt toegepast bij potplanten.

Waterorganismen

Gedrag in water

Voor de hydrolyse van imidacloprid (pyridinyl-14C-methyleenlabel) werden in bufferoplossingen met pH 5 en 7 bij 25 °C DT50-waarden gevonden van >> 30 dagen. Bij pH 9 (25 °C) bedroeg de DT50 ca. 355 dagen.

Imidacloprid is redelijk tot zeer goed afbreekbaar door licht. Bij een fotolysestudie onder werd imidacloprid onder invloed van kunstmatig zonlicht bij pH 7 omgezet met een DT50 van
58 minuten. In een kas bedroeg de DT50 onder invloed van zonlicht 4 uur. In een andere studie werden op verschillende lengtegraden en in verschillende seizoenen DT50-waarden van
0,15-6,12 dagen bepaald.

Bij de fotolyse van imidacloprid werden twee metabole fracties gevonden en geïdentificeerd als mII (maximum 17,5 % na 95 minuten) en mIII.

mIII: 1-[(6-chloor-3-pyridinyl)methyl]-2-oxo-imidazolidine (maximum 9,9% na 120 minuten)

De niet-geïdentificeerde metabolietfractie bereikte een maximum van 13,7% na 95 minuten.

Imidacloprid is slecht afbreekbaar in water/sediment systemen. In aerobe water/sediment systemen werden voor imidacloprid DT50-waarden (22 °C) gevonden van 30 en 162 dagen voor het hele systeem. Gecorrigeerd voor 20°C is de gemiddelde DT50 113 dagen.

Bij de aerobe omzetting van imidacloprid in water/sediment systemen werden drie metabole fracties gevonden, waarvan één in een hoeveelheid van 6,0 - 6,3%. Deze fractie werd geïdentificeerd als metaboliet mII:

mII: 1-[(6-chloor-3-pyridinyl)methyl]-4,5-dihydro-1H-imidazol-2-amine.

De overige metabolietfracties bedroegen maximaal 0,4-4,3%.

Het gebonden residu (pyridinyl-14C-methyleenlabel) bereikte een waarde van 15,4-66,3% na
92 dagen. De hoeveelheid 14CO2 bereikte 1,4-2,0 % na 92 dagen.

Toxiciteit voor waterorganismen

• algen: weinig giftig: 96-uurs EbC50: > 10 mg/L, 96-uurs ErC50: > 10 mg/L en 96-uurs NOEC: > 10 mg/L (Scenedesmus subspicatus).

• kreeftachtigen: acuut weinig giftig voor kreeftachtigen: 48-uurs EC50: 85 mg/L (Daphnia magna) en chronisch zeer weinig giftig: 21-dagen NOEC(groei): 1,8 mg/L en 21-dagen NOEC(rep.): 3,6 mg/L (Daphnia magna).

• vissen: acuut zeer weinig giftig voor vissen: 96-uurs LC50 266 mg/L (Leuciscus idus) en 96-uurs LC50 227 mg/L (Oncorhynchus mykiss).

Risicoschatting voor waterorganismen

Voor de toepassingen van Provado insectenpin wordt geen emissie naar het oppervlaktewater verwacht.

Meetgegevens

Er zijn geen meetgegevens beschikbaar omtrent het voorkomen van imidacloprid in het oppervlaktewater.

Overige organismen in het milieu

• vogels:

Imidacloprid is acuut oraal matig giftig tot giftig voor vogels: LD50: 31 mg/kg lich. gew. (Corturnix japonica) en LD50: 152 mg/kg lich. gew. (Colinus virginianus); subacuut oraal:
13 dagen LC50 (dieetstudies): > 5000 mg/kg voer (Anas platyrhynchos) en 13 dagen LC50: 1420 mg/kg voer (Colinus virginianus). De No Observed Repellent Concentratie van imidacloprid bedraagt 74 - 96 mg/kg voer. Gegevens betreffende de chronische toxiciteit ontbreken. In een repellency studie met oranje en blauw gekleurd bietenzaad bleken de vogels (Corturnix japonica) weinig te eten van het met een 70% formulering behandelde zaad. In de test waarbij 75% van het aangeboden voedsel was behandeld werd mortaliteit waargenomen (1 vogel die 2 of 3 zaadjes gegeten bleek te hebben); in de test waarbij 10% van het aangeboden voedsel werd behandeld werd geen sterfte waargenomen. In een repellencytest met 2 soorten (Perdix perdix en Corvus frugilegus), waarbij de vogels gedurende 24 uur werden gevoerd met uitsluitend behandeld voer (700 of 3500 mg a.s./kg, als een 70% formulering) werd geen sterfte waargenomen. De vogels bleken maar erg weinig te eten van het aangeboden behandelde voer. Vogels kunnen worden blootgesteld aan imidacloprid via voedsel en het drinken van oppervlaktewater.

De concentratie in het voer voor vogels (10 gram lichaamsgewicht) is berekend door middel van de relatie van Hoerger & Kenaga voor zaden en kleine insecten. De norm voor vogels wordt gebaseerd op de norm uit de Uniforme Beginselen (UB). Dat betekent dat de norm voor de PEC gesteld wordt op 0,1 maal de LD50-waarde. Uitgegaan wordt van een LD50-waarde van 31 mg/kg lichaamsgewicht. De norm bedraagt dan 3,1 mg/kg lichaamsgewicht. Bij de risico-schatting is uitgegaan van een kleine vogelsoort met een lichaamsgewicht van 10 gram, een dagelijkse voedselconsumptie (DFI) van 2,9 g/d en een dagelijkse waterconsumptie (DWI) van 3 g.

Tabel M.2 Overzicht concentraties in voedsel en drinkwater en normoverschrijding

Toepassing

PEC

Normoverschrijding


water [µg/L]8

voedsel [mg/kg]

water

voedsel

Tuinplanten

2,7

10,875

0,26

1,02

8 Berekend volgens Slootbox

Wanneer bovenstaande gegevens in ogenschouw worden genomen blijkt dat voor deze toepassing een groot risico voor vogels verwacht kan worden bij het fourageren. Hiermee voldoet deze toepassing niet aan de norm voor vogels zoals opgenomen in de Uniforme Beginselen (UB). Uit de gegevens van de 13-daagse LC50 studies kan afgeleid worden dat de consumptie bij concentraties hoger dan 74 - 96 mg/kg voer geremd is. De PEC voedsel is lager dan deze repellent concentratie. Derhalve dient voor de overschrijdende toepassingen door middel van een adequate risico-evaluatie duidelijk te worden aangetoond dat zich onder veldomstandigheden geen onaanvaardbare effecten voordoen na toepassing van het gewasbeschermingsmiddel volgens de voorgestelde gebruiksaanwijzing.

Uitgaande van een Kom van 153 L/kg, overeenkomend met een bodem-water partitiecoëfficiënt van 7,65 L/kg (5 % organische stof), wordt met USES 1.0 een BCF voor regenwormen geschat van 0,144 kg/kg. Imidacloprid is weinig bioconcentrerend in waterorganismen. Met de logKow van 0,52 kan met BCF = 0,05 * Kow een BCF van 0,17 L/kg berekend worden. Het risico voor vogels als gevolg van het eten van wormen of vissen wordt klein geacht.

• bijen en hommels:

Imidacloprid is acuut zeer giftig: contact LD50: 0,0037 µg/bij en orale LD50: 0,0081 µg/bij. Daarnaast is een studie uitgevoerd met het onbekende product 240 FS (imidacloprid 240 g/L). In een contacttoets was de sterfte van honingbijen significant verhoogd na blootstelling aan Alfalfa-bladeren die 2, 8 of 24 uur na bespuiting met 0,187 of 1,12 kg a.s./ha waren verzameld. Bij bladeren die waren bespoten met 0,05 kg a.s./ha was de sterfte significant verhoogd bij bladeren die 8 of 24 uur na bespuiting waren verzameld.

De verhouding tussen dosering (g a.s./ha) van 375 en toxiciteit (µg a.s./bij) van 0,0037 is met 100.000 veel groter dan 2500. Gezien de doseringen en de systhemische werking van het insecticide geldt deze overschrijding voor alle betreffende toepassingen. Bij kooitesten waarin bijen werden blootgesteld aan bladeren met 2, 8 en 24 uur oude residuen van imidacloprid (dosering 0,05-1,12 kg a.s./ha), werd significante sterfte waargenomen. Hiermee is sprake van een groot risico voor bijen. Hiermee voldoen alle betreffende toepassingen niet aan de norm voor bijen en hommels zoals opgenomen in de Uniforme Beginselen (UB).

niet-doelwit arthropoden:

Bij de loopkever Poecilus cupreus bleken bietenzaden die met imidacloprid waren behandeld in een dosering van 76 g a.s./100.000 zaden, een effect op de voedselconsumptie te veroorzaken. Bij de gebruikte zaaddichtheid kwam de dosering overeen met 0,107 kg a.s./ha. Vooralsnog wordt niet voldaan aan de norm voor niet-doelwit arthropoden uit de Uniforme Beginselen.

regenwormen:

Imidacloprid is matig giftig: 14-dagen LC50: 10,66 mg/kg bij 10% organische stof (Eisenia foetida), genormaliseerd naar 5% organische stof bedraagt de LC50: 5,33 mg/kg. In een
14-daagse test in kunstgrond (10 % o.m.) met behandeld suikerbietenzaad in doseringen van 90 en 150 g a.s./eenheid zaad (overeenkomend met 90 en 150 g a.s./ha) geen effect op de overleving van Eisenia andrei gevonden, ook niet als de zaaddichtheid 2 en 4 maal werd verhoogd. De norm voor regenwormen wordt gebaseerd op de norm uit de Uniforme Beginselen. Dat betekent dat de norm voor de PEC gesteld wordt op 0,1 maal de LC50. De norm bedraagt dan > 0,533 mg/kg.

Tabel M.3 Overzicht concentraties in bodem en normoverschrijding

Toepassing

Dosering [kg/ha]

Freq.

Interval [dag]

Fractie op bodem

PEC bodem [mg/kg]

Normoverschrijding

Tuinplanten

0,375

3

7

0,8

0,43 - 1,25

0,8 - 2,3

Wanneer tabel M.3 in ogenschouw genomen wordt blijkt dat er sprake is van normoverschrijding en hiermee een groot risico voor regenwormen.

• bodemmicro-organismen:

Imidacloprid heeft in een dosering van 2,7 mg/kg bodem geen invloed op de stikstofmineralisatie en nitrificatie in de bodem. De NOEC bedraagt derhalve 2,7 mg/kg. Aangezien het effect kleiner is dan 25% na 100 dagen wordt voldaan aan de norm voor bodemmicro-organismen uit de Uniforme Beginselen.

• bioconcentratie:

Imidacloprid is weinig bioconcentrerend in waterorganismen. Met de logKow van 0,52 kan met BCF = 0,05 * Kow een BCF van 0,17 L/kg berekend worden.

Conclusie m.b.t. milieu

Concluderend kan voor Provado insectenpin worden gesteld dat :

1. alle toepassingen op basis van de werkzame stof imidacloprid voldoen aan de norm voor persistentie zoals opgenomen in het Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen (Bmb).

3. alle onderhavige toepassingen op basis van de werkzame stof imidacloprid voldoen aan de normen voor uitspoeling naar het ondiepe grondwater zoals opgenomen in het Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen (Bmb).

4. alle toepassingen op basis van de werkzame stof imidacloprid voldoen aan de normen voor toxiciteit waterorganismen zoals opgenomen in het Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen (Bmb).

5. alle toepassingen op basis van de werkzame stof imidacloprid voldoen aan de norm voor vogels zoals opgenomen in de Uniforme Beginselen (UB).

6. alle toepassingen op basis van de werkzame stof imidacloprid niet voldoen aan de normen voor bijen en hommels zoals opgenomen in de Uniforme Beginselen (UB). Derhalve is het middel alleen toelaatbaar mits de bijenzin op het etiket wordt opgenomen.

7. alle toepassingen op basis van de werkzame stof imidacloprid voldoen aan de normen voor niet-doelwit arthropoden, regenwormen en bodemmicro-organismen zoals opgenomen in de Uniforme Beginselen (UB).

8. alle toepassingen op basis van de werkzame stof imidacloprid voldoen aan de normen voor bioconcentratie zoals opgenomen in het Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen (Bmb).

Er zijn verder geen ontbrekende aspecten.

Conclusie

• Het middel Provado insectenpin, een insektenbestrijdingsmiddel op sierplanten in potten en bakken, op basis van imidacloprid, voldoet aan de vereisten van artikel 3 Bestrijdingsmiddelenwet 1962 , mits in de gebruiksaanwijzing zal worden opgenomen dat het middel werkzaam is ter bestrijding van bladluizen en cactuswolluis in sierplanten in potten en bakken.

• Indien de aanvrager de claim van de werking tegen kaswittevlieg en tegen wantsen wenst te handhaven zal het middel nog niet worden toegelaten, maar dienen de volgende gegevens te worden geleverd als voorwaarde voor de beoordeling van de toelaatbaarheid:

* minimaal gegevens van 4 geslaagde proeven, uit te voeren in één teeltseizoen, per te bestrijden organisme.

In het Wettelijk Gebruiksvoorschrift en Gebruiksaanwijzing zal de bijenzin worden opgenomen. Het College is van mening dat, aangezien de toepassing het plaatsen van staafjes bij sierplanten in potten en bakken betreft, het opnemen van de bijenzin het risico voor bijen en hommels wegneemt. Bij deze toepassing is er immers een gering risico voor de aanwezigheid van bloeiende planten in de omgeving en zo die er al zijn, is er, bij gebruik volgens het Wettelijk Gebruiksvoorschrift en Gebruiksaanwijzing, geen risico voor contaminatie met het middel.

Besluit

• Het College besluit het middel Provado insectenpin, op basis van de werkzame stof imidacloprid toe te laten mits in de Gebruiksaanwijzing zal worden opgenomen dat het middel werkzaam is ter bestrijding van bladluizen en cactuswolluis in sierplanten in potten en bakken.

• Als expiratiedatum wordt 1 juli 1999 (= einddatum van imidacloprid) vastgesteld.

Wageningen, 7 mei 1999

DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW,
NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,


(voorzitter)