MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ

Toelatingsnummer 11652 N

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
in overeenstemming met
DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT,
DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER en
DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID,

beslissende op de aanvraag d.d. 28 december 1993 (aanvraagnummer 94-006 T) van

BAYER B.V.
ENERGIEWEG 1
3641 RT MIJDRECHT

tot verkrijging van een toelating als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Stb. 288) voor het middel

Gaucho Vloeibaar,

gelet op de artikelen 3, 3a, 4 en 5 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962,

BESLUIT:

§ I. Toelating

1. Het bestrijdingsmiddel Gaucho Vloeibaar wordt toegelaten in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, onder nummer en datum dezes. Voor de gronden waarop dit besluit berust wordt verwezen naar bijlage II dezes.

2. De toelating geldt tot 1 juli 1999.

§ II. Samenstelling, vorm en afwerking

Onverminderd hetgeen omtrent de samenstelling, vorm en afwerking bij de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen is bepaald, moeten:

a. de samenstelling, vorm en fysische toestand van het middel alsmede de chemische en fysische eigenschappen daarvan overeenkomen met de bij de aanvraag tot toelating verstrekte gegevens, alsmede met het bij de aanvraag tot toelating verstrekte monster.

b.

§ III. Gebruik

Het bestrijdingsmiddel mag slechts worden gebruikt met inachtneming van hetgeen in bijlage I dezes onder A. is voorgeschreven.

§ IV. Verpakking en etikettering

1. De aanduidingen, welke ingevolge artikel 15 van de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen op de verpakking moeten worden vermeld, worden hierbij vastgesteld als volgt:

- aard van het preparaat: suspensie concentraat

- werkzame stof(fen): imidacloprid

- gehalte(n): 350 g/l

- andere zeer giftige, giftige, bijtende of schadelijke stof(fen):

- toxicologische groep(en):

- uiterste gebruiksdatum:

2. Behalve de onder 1. bedoelde en de overige bij de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen voorgeschreven aanduidingen en vermeldingen moeten op de verpakking voorkomen:

a. letterlijk en zonder enige aanvulling:

hetgeen in bijlage I dezes onder A. is vermeld.

b. hetzij letterlijk, hetzij naar zakelijke inhoud:

de in bijlage I dezes onder B. opgenomen tekst, met dien verstande, dat niet alle daarin aangegeven toepassingen behoeven te worden vermeld en de inhoud dier tekst slechts mag worden aangevuld met technische aanwijzingen voor een goede bestrijding, mits deze niet met die tekst in strijd zijn.

c. letterlijk en zonder enige aanvulling:

- Bijzondere gevaren:

Schadelijk bij opname door de mond.
Kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid.

- Veiligheidsaanbevelingen:

Buiten bereik van kinderen bewaren.
Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.
Spuitnevel niet inademen.
Aanraking met de huid vermijden.
Draag geschikte handschoenen.

d. Overeenkomstig artikel 15 van de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen moet op de verpakking als gevaarsymbool worden aangebracht: een Andreaskruis
met als onderschrift: “Schadelijk”

Een belanghebbende kan tegen dit besluit een met redenen omkleed bezwaarschrift indienen bij de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Als een bezwaarschrift wordt ingediend, moet dit binnen 6 weken na dagtekening van dit besluit worden verzonden naar: Het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, t.a.v. het Bureau bezwaarschriften en geschillen, Postbus 20401, 2500 EK 's-Gravenhage.

Wageningen, 26 januari 1996

DE MINISTER VAN LANDBOUW,
NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,


(voorzitter)

MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ

BIJLAGE I bij het toelatingsbesluit van het middel Gaucho Vloeibaar,

toelatingsnummer 11652 N

A.

WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insektenbestrijdingsmiddel in de teelt van pootaardappelen, toegepast d.m.v. een grondbehandeling bij het poten.

B.

GEBRUIKSAANWIJZING

Algemeen

Gaucho Vloeibaar is een systemisch werkend insecticide dat vanuit de grond door de wortels van de aardappelplanten wordt opgenomen en zich daarna in de bovengrondse delen van de plant verspreidt.

Toepassingen

Pootaardappelen, ter bestrijding van de groene perzikluis (Myzus persicae) en de vuilboomluis (Aphis nasturtii), ter voorkoming van overdracht van het bladrolvirus.
Andere voorkomende bladluizen worden ook bestreden.

Dosering: 0,5 liter per hectare, toegepast door middel van een grondbehandeling in de rij bij het poten.

Het middel kan gemengd met Moncereen-Vloeibaar worden toegepast.

Het middel heeft een werkingsduur van 8-10 weken. Tijdens het groeiseizoen dient het gewas evenwel regelmatig te worden gecontroleerd op de aanwezigheid van bladluizen. Indien geconstateerd wordt dat zich bladluizen in het gewas vestigen, moeten passende maatregelen (bladluisbestrijding of loofvernietiging) genomen worden.

Wageningen, 26 januari 1996

DE MINISTER VAN LANDBOUW,
NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,


(voorzitter)

MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ

BIJLAGE II bij het toelatingsbesluit van het middel Gaucho Vloeibaar,

toelatingsnummer 11652 N

Betreft een aanvraag tot toelating van een insektenbestrijdingsmiddel in de teelt van pootaardappelen.

De formulering betreft een flowable op basis van 350 g imidacloprid/l. Bij brief d.d. 21 september 1995 werd een analysecertificaat (GLP) ontvangen.

werkzaamheid

Effectiviteit:

Uit zowel de bruikbare (5) als aanvullende (7) proeven bleek Gaucho Vloeibaar in verschillende doseringen (123-133-175-250-266-400-500 g ai/ha) aantasting door bladluizen en besmetting van de knollen met het bladrolvirus goed voorkomt. In alle proeven gaven de verschillende doseringen Gaucho Vloeibaar een significant lagere aantasting door bladluizen en besmetting met bladrolvirus dan onbehandeld.

In alle proeven gaven de verschillende doseringen Gaucho Vloeibaar ook een significant lagere besmetting met bladrolvirus dan de standaard Metasystox-R, waarbij de aantasting door bladluizen niet altijd significant minder was.

Gaucho Vloeibaar voorkomt dus beter de overdracht van het bladrolvirus door bladluizen dan de standaard Metastystox-R, de duurwerking varieerde van 56 tot 92 dagen.

Fytotoxiciteit:

In de proeven is geen fytotoxiciteit in de vorm van bladverkleuring of -necrose of andere afwijkingen aangetroffen.

Toepassing en dosering:

In de geleverde proeven (behalve de praktijkproeven) is een afwijkende toedieningstechniek toegepast dan geclaimd wordt: in de proeven is Gaucho Vloeibaar toegediend door een laag Gaucho Vloeibaar in de pootvoor te spuiten van 10-15 cm breed, waarna de knollen gepoot werden en de pootvoor dichtgeduwd werd. Het middel bleef dus grotendeels onder de knol. In de praktijk komt echter 1/3 deel onder de knol en 2/3 deel naast en boven de knol. Uit de 4 geleverde praktijkproeven blijkt dat met deze toedieningstechniek het middel ook goed werkzaam was tegen bladrolvirus.

De firma claimt een dosering van 175 g ai/ha (=0,5 l/ha). Tussen de verschillende doseringen Gaucho Vloeibaar zijn geen significante verschillen geconstateerd wat betreft de overdracht van bladrolvirus. Bij de laagste doseringen (125 en 133 gai/ha) was wel een trend aanwezig tot een minder lange duurwerking en dit is dus een ondergrens. Alhoewel de geclaimde dosering van 0,5 l/ha niet is onderzocht is op basis van de overgelegde gegevens van de diverse doseringen met redelijke zekerheid aan te nemen dat deze dosering werkzaam zal zijn.

Op grond van de geleverde gegevens kan geconcludeerd worden dat het middel GAUCHO VLOEIBAAR voldoende werkzaam is ter voorkoming van verspreiding van het bladrolvirus door bestrijding van bladluizen in de teelt van pootaardappelen en in de geclaimde dosering geen onaanvaardbare neveneffecten heeft op planten of plantaardige produkten.

volksgezondheid

Het betreft een toepassing in pootaardappelen in de vorm van een rijenbehandeling (de dompelbehandeling wordt niet meer ondersteund). Er zijn proeven geleverd (8) met een overdosering t.o.v. de in het wettelijk gebruiksvoorschrift geclaimde dosering. De veiligheidstermijnen gerapporteerd zijn nogal variabel, omdat het tijdstip van oogst variabel is. Het tijdstip van toepassen vermeld in de residutrials is echter vergelijkbaar.

Er zijn bovendien processinggegevens geleverd waaruit blijkt dat er geen sprake is van concentratie van het residu t.g.v. processing (koken, wassen, geschild, frituren).

In de residuanalyse zijn ook de 6-chloornicotinezuren meegenomen. Het totale residu (imidacloprid + alle 6-chloornicotinezuren) in de residutrials en de processing gegevens bleef onder de detectielimiet (<0.05 mg/kg).

Er is dan ook geen risico voor de volksgezondheid te verwachten na de consumptie van met GAUCHO VLOEIBAAR behandelde pootaardappelen.

Gezien het feit dat de toepassing in pootaardappelen geen aanleiding geeft tot aantoonbare residuen, hoeft er voor deze toepassing geen aparte residutolerantie te worden vastgesteld.

De toepassing in de teelt van pootaardappelen valt dan ook onder residutolerantie overige van 0* (0,05) mg/kg.

arbeidstoxicologie

- Schatting van de blootstelling

Toelating is gevraagd als insecticide in de teelt van pootaardappelen door toepassing als rijenbehandeling tijdens het poten. De toepassingsmethode is neerwaarts spuiten met een vloeibaar middel. T.o.v. de gangbare neerwaartse toepassingen wordt echter niet gewerkt met een zeer brede spuitboom maar met een beperkt aantal op de pootmachine gemonteerde spuitdoppen. Daarnaast is de te behandelen oppervlakte per dag kleiner dan in het gangbare model wordt aangenomen.

Hierdoor zal de gebruikelijke modelmatige schatting voor neerwaartse toepassingen leiden tot een relatief hoge waarde voor dermale en inhalatoire blootstelling.

Niettemin wordt voor een eerste risico-evaluatie uitgegaan van de beschikbare modellen.

O.b.v. het Nederlands model neerwaarts spuiten met een vloeibaar middel wordt de inhalatoire blootstelling geschat op:

mengen/laden 0,01 mg/d

toepassen 0,13 mg/d

totaal 0,14 mg/d

O.b.v. de Nederlandse veldstudie uitgevoerd met een ander vloeibaar middel wordt de dermale blootstelling geschat op:

mengen/laden/toepassen 6,3 mg/d

- Gezondheidskundig toelaatbaar geachte belasting

De toxicologie van de werkzame stof imidacloprid in samengevat door het RIVM (1993). Een arbeidstoxicologische risico-evaluatie is opgesteld voor enkele andere middelen o.b.v. imidacloprid in 1994.

O.b.v. deze stukken is de toelaatbaar geachte inhalatoire belasting gesteld op 0,59 mg/per-soon/werkdag en de toelaatbaar geachte dermale belasting op 263 mg/persoon/werkdag.

- Beoordeling toelaatbaarheid

Zowel inhalatoir als dermaal blijft de geschatte blootstelling ruim onder de gezondheidskun-dig toelaatbaar geachte belasting.

Vanuit arbeidstoxicologisch oogpunt bestaat geen bezwaar tegen toelating van GAUCHO VLOEIBAAR voor toepassing in de teelt van pootaardappelen als rijenbehandeling tijdens het poten conform wettelijk gebruiksvoorschrift/gebruiksaanwijzing.

etikettering

Het betreft een vloeibaar middel o.b.v. de werkzame stof imidacloprid (ca. 30 %), dat met water verdund wordt gebruikt voor de bestrijding van insekten in aardappelen d.m.v. verspuiten.

Bij het etiketteringsadvies is gebruik gemaakt van toxicologische gegevens van de formulering en van de werkzame stof imidacloprid.

etiketteringsvoorstel:

Symbool: Xn (“schadelijk”)

R-zinnen: 22, 43

S-zinnen: 2, 13, 20/21, 23 (spuitnevel), 24, 37

milieuhygiëne

De aanvraag tot toelating wordt beschouwd volledig te zijn vóór 31 januari 1995. Weliswaar ligt de datum van verklaring volledigheid na deze datum, maar vanwege het feit dat het College in het verleden door omstandigheden 7 maanden te laat heeft gereageerd, wordt het uit oogpunt van behoorlijk bestuur redelijk geacht 7 maandsperiode te negeren.

Op grond van bovenstaande dient het oude stelsel van criteria toegepast te worden en dient het risico voor waterorganismen en overige organismen in het milieu te worden ingeschat.

Waterorganismen

Gedrag in water

In een systeem van water met 10% sediment (loamy sand en loamy silt, org. stofgehalte resp. 1,5 en 7,1%) verdween methyleen gelabeld imidacloprid uit de waterfase met een DT50 (geëxtrapoleerde waarde) van 134 dagen (loamy sand) en 24 dagen (loamy silt). Na 92 dagen werd resp. nog 52,1 en 5,1% imidacloprid aangetroffen in de waterfase. De hoeveelheid imidacloprid in het sediment bedroeg maximaal 10,3% na 60 dagen (loamy sand) en 31,9% na 14 dagen (loamy silt). DT50-waarden voor het systeem waren 162 (loamy sand, geëxtrapoleerde waarde) en 30 dagen (loamy silt). In de waterfase werden 3 metabolieten gevonden in hoeveelheden < 6%. In het sediment werden 2 metabolieten gevonden in hoeveelheden < 6,3%.

Voor de hydrolyse van imidacloprid in bufferoplossingen met pH 5, 7 en 9 werden bij 25 ºC DT50-waarden van resp. >>30, >>30 (beiden nagenoeg stabiel) en ca. 355 dagen (geëxtrapoleerde waarde) gevonden.

In een fotolyse experiment werd imidacloprid in een bufferoplossing bij pH 7 na 120 minuten continue belichting in een “Suntest irradiation room” omgezet met een DT50 van 58 minuten.

Toxiciteit voor waterorganismen

• algen: zeer weinig giftig: 96-uurs ErC50 en EbC50 > 10 mg/l en 96-uurs NOEC > 10 mg/l (1 soort; nominale concentraties).

• kreeftachtigen: acuut weinig giftig: 48-uurs EC50 = 85 mg/l (1 soort, gemiddelde gemeten conc.)Imidacloprid is chronisch zeer weinig giftig voor kreeftachtigen: 21-dagen NOEC = 1,8 mg/l (1 soort; semistatisch systeem; gebaseerd op lengte volwassen dieren).

• vissen: acuut weinig tot zeer weinig giftig: 96-uurs LC50 > 83 - 266 mg/l (3 soorten, gemiddelde gemeten conc.).

Risicoschatting voor waterorganismen

Het risico voor waterorganismen bij diverse toepassingen van imidacloprid wordt ingeschat met behulp van berekeningen van de concentraties in het oppervlaktewater (sloot van 25 cm diepte) die ontstaan door overwaaien van imidacloprid. Het overwaaipercentage is afhankelijk van de toepassing. In onderstaande tabel is voor imidacloprid per toepassingsgebied het overwaaipercentage en de berekende concentratie in het oppervlaktewater aangegeven na een eenmalige toepassing. Tevens is in de tabel aangegeven of er en zo ja, in welke mate, overschrijding plaatsvindt van de norm voor waterorganismen. Deze norm is 0,1 x de laagste L(E)C50-waarde. Uit bovenstaande toxiciteitsgegevens blijkt dat de norm dient te worden gebaseerd op de 96-uurs EC50-waarde van 10 mg/l voor algen. De norm is derhalve 1 mg/l.

toepassing

dosering (kg a.s./ha)

emissie (%)

conc. opp. water (ug/l)*

overschrijding norm

pootaardappelen (rijenbehandeling)

0,175

0,5

0,35

0,00035

* berekend volgens Slootbox

Op grond van de bovenstaande gegevens worden de volgende risico's verwacht:

- algen: risico gering;

- kreeftachtigen: risico gering;

- vissen: risico gering.

Wanneer de concentraties in het oppervlaktewater vermeld in bovenstaande tabel in ogenschouw worden genomen blijkt dat geen van de toepassingen de norm van 1 mg/l overschrijdt.

Vogels

Imidacloprid is acuut oraal matig giftig voor vogels: LD50 = 31 - 152 mg/kg lich.gew. (2 soorten). Imidacloprid is subacuut oraal weinig giftig voor vogels: 13-dagen LC50 = 1420 - > 5000 mg/kg voedsel (2 soorten, voedselconsumptie significant lager in doseringsgroepen > 150 en > 312 mg/kg voedsel).

In een repellencytest met 2 soorten, waarbij de vogels gedurende 24 uur werden gevoerd met uitsluitend behandeld voer (700 of 3500 mg a.s./kg, als een 70% formulering) werd geen sterfte waargenomen. De vogels bleken maar erg weinig te eten van het aangeboden behandelde voer.

Gezien het feit dat imidacloprid slechts matig giftig is bij acute blootstelling en weinig giftig bij langere blootstellingsduur en er sprake is van repellency kan het risico voor vogels als gering worden ingeschat.

Regenwormen

Een studie betreffende de toxiciteit van imidacloprid voor regenwormen is niet geleverd. In een overzicht van ecotoxicologische eigenschappen van imidacloprid wordt een laboratoriumonderzoek van Heimbach (1986) aangehaald; de 14-dagen LC50-waarde voor Eisenia fetida bedroeg 10,7 mg/kg droge grond. De 14-dagen NOEC-waarde was 1,0 mg/kg droge grond. Derhalve zou imidacloprid als matig giftig voor regenwormen kunnen worden geklassificeerd.

Uitgaande van de in het overzicht genoemde LC50-waarde van 10,7 mg/kg droge grond en een PEC-waarde (grond) van 0,26 mg/kg grond (dosering is max 0,175 kg a.s./ha) is er een risico aanwezig voor regenwormen. Omdat niet beoordeeld kan worden of de bovengenoemde waarde uit de literatuur het resultaat is van goed uitgevoerd onderzoek wordt uitvoering van een studie naar de toxiciteit van imidacloprid voor regenwormen volgens OECD-207 noodzakelijk geacht.

Bijen

Imidacloprid is zeer giftig voor bijen: orale LD50 = 3,7 ng/bij; contact LD50 = 8,1 ng/bij. De verhouding tussen dosering (g a.s./ha) en LD50-waarde (in ug/bij) leidt tot een waarde > 2500. Derhalve is er een groot risico voor bijen en is het gebruik van het middel niet toegestaan op bloeiende planten.

Overige nuttige insecten en mijten

In proeven met behandelde zaden van wintergerst en suikerbiet bleek de sterfte van blootgestelde loopkevers (Poecilus cupreus) niet significant te verschillen t.o.v. de controle. De hoeveelheid geconsumeerde vliegenpoppen bleek wel significant lager dan in de controlegroep.

De beschikbare gegevens geven weinig duidelijkheid over de werkelijke effecten op deze organismen. Een studie naar de toxiciteit voor nuttige insekten en mijten volgens H.3.2 wordt noodzakelijk geacht. Deze is reeds gesteld als verlengingsvoorwaarde.

Nitrificatie

Een studie betreffende de effecten van imidacloprid op de nitrificatie is niet geleverd. In een overzicht van ecotoxicologische eigenschappen van imidacloprid wordt een laboratoriumonderzoek van Blumenstock (1988) aangehaald. Daaruit bleek dat bij concentraties van 0,27 en 2,7 mg a.s./kg droge grond in 2 gronden geen significante effecten op de nitrificatie werden waargenomen.

Uitgaande van de in het overzicht genoemde resultaten is er een gering risico voor de nitrificatie. Omdat niet beoordeeld kan worden of de bovengenoemde resultaten uit de literatuur afkomstig zijn uit goed uitgevoerd onderzoek wordt een studie naar de effecten van imidacloprid op de nitrificatie volgens H.4.1 noodzakelijk geacht.

Bioaccumulatie

Imidacloprid is weinig bioaccumulerend. Op grond van de log Kow (0,52) kan een BCF-waarde van 1 worden berekend.

Conclusie milieuhygiëne

Op grond van bovenstaande risicobeoordeling bestaan er vanuit milieuhygiënisch oogpunt dan ook geen bezwaren tegen een toelating van het middel GAUCHO VLOEIBAAR voor het aangevraagde toepassingsgebied, met dien verstande dat het gebruik van het middel niet toegestaan is op bloeiende planten. Gegevens met betrekking tot de volgende aspecten ontbreken:

- bepaling van de pKa van imidacloprid volgens D.8 van het aanvraagformulier;

- omzettingssnelheid van de werkzame stof imidacloprid in tenminste 1 extra grondsoort volgens G.1.1 van het aanvraagformulier; de tot nu toe geleverde gegevens m.b.t. de omzetting van imidacloprid in grond hadden betrekking op slechts 2 grondsoorten;

- onderliggende gegevens van de reeds uitgevoerde studie naar de toxiciteit van imidacloprid voor regenwormen, danwel een goed uitgevoerde studie volgens H.4.2 van het aanvraagformulier (OECD-richtlijn 207);

- onderliggende gegevens van de reeds uitgevoerde studie naar de effecten van imidacloprid op de nitrificatie, danwel een goed uitgevoerde studie volgens H.4.1 van het aanvraagformulier;

- neveneffecten van de werkzame stof imidacloprid op nuttige insekten en mijten volgens H.3.2 van het aanvraagformulier.

besluit

Het College besluit tot de toelating het middel GAUCHO VLOEIBAAR met een toepassing als insektenbestrijdingsmiddel in de teelt van pootaardappelen toegepast d.m.v. een grondbehandeling bij het poten.

Als einddatum wordt 1 juli 1999 (= einddatum imidacloprid) vastgesteld.

Als voorwaarde voor verlenging geldt het verschaffen van de volgende gegevens:
- beschikbare gegevens over neurotoxiciteit.

- bepaling van de pKa van imidacloprid volgens D.8 van het aanvraagformulier;

- omzettingssnelheid van de werkzame stof imidacloprid in tenminste 1 extra grondsoort volgens G.1.1 van het aanvraagformulier; de tot nu toe geleverde gegevens m.b.t. de omzetting van imidacloprid in grond hadden betrekking op slechts 2 grondsoorten;

- onderliggende gegevens van de reeds uitgevoerde studie naar de toxiciteit van imidacloprid voor regenwormen, danwel een goed uitgevoerde studie volgens H.4.2 van het aanvraagformulier (OECD-richtlijn 207);

- onderliggende gegevens van de reeds uitgevoerde studie naar de effecten van imidacloprid op de nitrificatie, danwel een goed uitgevoerde studie volgens H.4.1 van het aanvraagformulier;

- neveneffecten van de werkzame stof imidacloprid op nuttige insekten en mijten volgens H.3.2 van het aanvraagformulier.

Met het oog op de bestudering van de ontbrekende milieurapporten is het noodzakelijk de bovengenoemde gegevens uiterlijk 14 maanden voor de expiratiedatum -bij een alsdan in te dienen aanvraag tot verlenging- te ontvangen. U dient de betreffende gegevens in één zending aan het College aan te beiden. Voor wat betreft de wijze en tijdstip van indienen van de gevraagde gegevens en de eisen die aan deze gegevens gesteld worden, wordt verwezen naar de algemene instructie voor het indienen van aanvragen tot toelating van bestrijdingsmiddelen.

Wageningen, 26 januari 1996

DE MINISTER VAN LANDBOUW,
NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,


(voorzitter)