Toelatingsnummer 11547 N

     

 

Imex-Imidacloprid  

 

11547 N

 

 

 

 

 

 

 

Het College voor de Toelating

van Bestrijdingsmiddelen,

 

 

 

 

overwegende, dat het besluit tot toelating van het middel

 

Imex-Imidacloprid

 

nr. 11547 N d.d 10 april 1995 dient te worden gewijzigd en het in verband daarmee wenselijk is dit besluit in te trekken en daarom in de plaats, gelet op de artikelen 3, 3a, 4 en 5 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Stb. 288), het volgende besluit vast te stellen,

 

 

§ I            Toelating

  1. Het bestrijdingsmiddel Imex-Imidacloprid wordt toegelaten in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Bestrij­dings­middelen­wet 1962, onder nummer en datum dezes. Voor de gronden waarop dit besluit berust wordt verwezen naar bijlage II dezes.
  2. De toelating geldt tot 1 november 2006.

 

 

§ II  Samenstelling, vorm en afwerking

Onverminderd hetgeen omtrent de samenstelling, vorm en afwerking bij de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrij­dingsmiddelen is bepaald, moeten:

  1. de samenstelling, vorm en fysische toestand van het middel alsmede de chemische en fysische eigenschappen daarvan overeenkomen met de bij de aanvraag tot toelating verstrekte gegevens, alsmede met het bij de aanvraag tot toelating verstrekte monster.
  2.  

 

§ III  Gebruik

Het bestrijdingsmiddel mag slechts worden gebruikt met inachtneming van hetgeen in bijlage I dezes, onder A. is voorgeschreven.

 

 


 

§ IV Verpakking en etikettering

  1. De aanduidingen, welke ingevolge artikel 15 van de Regeling samenstelling, indeling, verpak­king en etikettering bestrijdingsmiddelen op de verpakking moeten worden vermeld, worden hierbij vastgesteld als volgt:

 

 

-         aard van het preparaat: Water dispergeerbaar granulaat

 

-         werkzame stof(fen): imidacloprid

 

-         gehalte(n): 70 %

 

-         andere zeer giftige, giftige, bijtende of schadelijke stof(fen):

 

-         toxicologische groep(en):

 

-         uiterste gebruiksdatum:

 

  1. Behalve de onder 1. bedoelde en de overige bij de Regeling samen­stel­ling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen voorge­schreven aanduidingen en vermeldingen moeten op de verpakking voorkomen:

 

a.            letterlijk en zonder enige aanvulling:

hetgeen in bijlage I dezes onder A. is vermeld.

 

b.            hetzij letterlijk, hetzij naar zakelijke inhoud:

de in bijlage I dezes onder B. opgenomen tekst, met dien verstande, dat niet alle daarin aangegeven toepassingen behoeven te worden vermeld en de inhoud dier tekst slechts mag worden aangevuld met technische aanwijzingen voor een goede bestrijding, mits deze niet met die tekst in strijd zijn.

 

c.            letterlijk en zonder enige aanvulling:

 

-             Bijzondere gevaren:

Schadelijk bij opname door de mond.

 

-             Veiligheidsaanbevelingen:

Buiten bereik van kinderen bewaren.

Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding.

 

d.            Overeenkomstig artikel 15 van de Regeling samenstelling, indeling,

verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen moet op de verpakking als gevaarsymbool worden aangebracht: een Andreaskruis

met als onderschrift: “Schadelijk”.

 

e.            bij het toelatingsnummer een cirkel met daarin de aanduiding W.3.

 


§ V 

Onder paralleltoelating wordt verstaan de toelating van een bestrijdingsmiddel, dat van dezelfde fabrikant afkomstig is als een hier te lande toegelaten middel, daarvan niet wezenlijk verschilt, geïmporteerd wordt uit een van de lidstaten van de Europese Unie en aldaar is toegelaten of geregistreerd.

 

Dit besluit is van toepassing op het middel dat onder de naam Imex-Imidacloprid wordt geïmporteerd uit Duitsland en aldaar op de markt wordt gebracht door Bayer A.G. te Leverkusen en overeenkomt met het in Nederland toegelaten middel ADMIRE, 11483 N.

Dit besluit is, na melding overeenkomstig het bepaalde in de toelichting van het aanvraagformulier tot toelating voor een parallel geïmporteerd bestrijdingsmiddel, tevens van toepassing op een middel dat geïmporteerd wordt uit een andere lid-staat van de Europese Unie, mits dat middel aldaar op de markt wordt gebracht door dezelfde fabrikant als vermeld in de eerste volzin en mits dat middel overeenkomt met het in Nederland toegelaten middel, ADMIRE, 11483 N.

 

§ VI Afleverings- opgebruiktermijnen

Niet conform dit wijzigingsbesluit aangepaste verpakkingen mogen voor de periode van
23 januari 2004 tot 1 juni 2005 nog worden gebruikt en ten behoeve van het gebruiken voorhanden of in voorraad worden gehouden.

 

Niet conform dit besluit aangepaste verpakkingen mogen voor de periode van 23 januari 2004 tot 1 januari 2005 nog worden verkocht, te koop of te ruil worden aangeboden, ter beschikking gesteld worden, geschonken alsmede uitgedeeld worden.

 

Dit besluit treedt in werking met terugwerkende kracht tot 1 januari 2004.

 

Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan gelet op artikel 8 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Een dergelijk bezwaarschrift dient te worden geadresseerd aan: Het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen, Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN.

 

 

Wageningen, 23 januari 2004

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(secretaris/directeur)

 

 

Aan:

R. van Wesemael B.V.

Zoutestraat 109
4561 TB  HULST

 

 



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

 

BIJLAGE I  bij het verlengings- en wijzigingsbesluit van het middel Imex-Imidacloprid,

toelatingsnummer 11547 N

 

A.

WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

 

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel

a)

in de teelt van appels en peren door middel van een gewasbehandeling met een maximum aantal behandelingen van totaal twee keer per seizoen, met dien verstande dat toepassing alleen is toegestaan vóór de bloei tot en met het muizenoorstadium alsmede na de bloei van appel en peer;

b)

in de teelt onder glas van aubergine, augurk, courgette, komkommer, tomaat en paprika, met dien verstande dat het middel slechts centraal met de voedingsoplossing c.q. door middel van directe kraanvak-injectie mag worden meegegeven, met dien verstande dat het middel op de dag van de oogst niet vóór de oogst mag worden toegepast;

c)

bij de opkweek van plantmateriaal onder glas van aubergine, augurk, courgette, komkommer, tomaat en paprika door middel van een gewasbehandeling;

d)

in de teelt onder glas van bloemisterijgewassen, ná de bloei, door middel van een gewasbehandeling en een druppelbehandeling;

e)

in de teelt van en ten behoeve van de teelt van lelie door middel van een gewasbehandeling en een dompelbehandeling, met dien verstande dat bloei moet worden voorkomen;

f)

in de teelt van overige bloemisterijgewassen in de vollegrond, ná de bloei, door middel van een gewasbehandeling;

g)

in de teelt van bloemisterijgewassen onder glas, ná de bloei, door middel van een gewasbehandeling;

h)

in de teelt van boomkwekerijgewassen en vaste planten door middel van een gewasbehandeling, met dien verstande dat toepassing alleen is toegestaan vóór de bloei tot het zichtbaar worden van de eerste bloemknoppen alsmede na de bloei.

 

Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Niet toegestaan is toepassing in bloeiende gewassen of in gewassen wanneer deze actief bezocht worden door bijen of hommels. Niet toegestaan is toepassing wanneer bloeiende onkruiden aanwezig zijn.

Veiligheidstermijn:
De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan:

2 weken voor appels en peren.

 

 


B.

GEBRUIKSAANWIJZING

 

Attentie:
Bijen kunnen actief vliegen op niet-bloeiende gewassen, bijvoorbeeld om honigdauw te verzamelen die door luizen is afgescheiden.

Algemeen:
Imex-Imidacloprid is een systemisch middel, het middel wordt bij de druppelbehandeling door de wortels opgenomen en bij de gewasbehandeling door de bladeren en vervolgens in de plant verspreid. De werkingssnelheid wordt mede bepaald door de activiteit van het gewas. Laat in geval van substraatteelt, voordat u het middel toepast, het gewas de matten wat droogtrekken. Dit bevordert de opname. Het middel dient met de voedingsoplossing te worden meegedruppeld.

Het verdient aanbeveling bij gebruik in siergewassen eerst door een proefbespuiting vast te stellen of de in aanmerking komende variëteiten het middel goed verdragen.

TOEPASSINGEN:

Appel en peer, ter bestrijding van de groene appelwants (Lygus pabulinus).

Bij aanwezigheid van larven van de groene appelwants, na de bloei, indien noodzakelijk, een bestrijding uitvoeren.
Dosering: 0,01%

Appel, ter bestrijding van de roze appelluis (Dysaphis plantaginea).

Bij aanwezigheid van ingekrulde luizen, na de bloei, indien noodzakelijk, een bestrijding uitvoeren. Indien in de zomer blijkt dat roze appelluis onvoldoende is bestreden, kan gedurende de zomer ook een bestrijding worden uitgevoerd. Ingekrulde luizen worden goed bestreden.
Dosering: 0,01%

Peer, ter bestrijding van de roze pereluis (Dysaphis pyri).

Bij aanwezigheid van de roze pereluis, na de bloei, indien noodzakelijk, een bestrijding uitvoeren.
Dosering: 0,01%

Peer, ter bestrijding van de vouwgalluis (Anuraphis farfarae).

Bij aanwezigheid van de vouwgalluis, na de bloei, indien noodzakelijk, een bestrijding uitvoeren.
Dosering: 0,01%


Appel, ter bestrijding van de groene appeltakluis (Aphis pomi).

Bij aanwezigheid van groene appeltakluis, na de bloei, indien noodzakelijk, een bestrijding uitvoeren.
Dosering: 0,01%

Appel, ter bestrijding van de fluitekruidluis (Dysaphis anthrisci).

Bij aanwezigheid van de fluitekruidluis, na de bloei, indien noodzakelijk, een bestrijding uitvoeren.
Dosering: 0,01%

Appel, ter bestrijding van de bloedvlekkenluis (Dysaphis devecta).

Bij aanwezigheid van bloedvlekkenluis, na de bloei, indien noodzakelijk, een bestrijding uitvoeren.
Dosering: 0,01%

Appel, ter bestrijding van de appel-grasluis (Rhopalosiphum insertum).

Bij aanwezigheid van appel-grasluis, na de bloei, indien noodzakelijk, een bestrijding uitvoeren.
Dosering: 0,01%

Peer, ter bestrijding van de zwarte pereluis (Melanaphis pyaria).

Bij aanwezigheid van zwarte pereluis, na de bloei, indien noodzakelijk, een bestrijding uitvoeren.
Dosering: 0,01%

Peer, ter bestrijding van de zwarte boneluis (Aphis fabae).

Op het moment van aanwezigheid van de kolonies van de zwarte boneluis, na de bloei, indien noodzakelijk, een bestrijding uitvoeren.
Dosering: 0,01%

Het middel toepassen met ruim water. Toevoeging van uitvloeier kan de effectiviteit verbeteren.

Aubergine, augurk, courgette, komkommer, tomaat en paprika op kunstmatig substraat onder glas, ter bestrijding van boterbloemluis (Aulacorthum solanii), groene en rode perzikluis (Myzus persicae), katoenluis (Aphis gossypii) en zwarte boneluis (Aphis fabae).

Zodra een aantasting wordt waargenomen een behandeling uitvoeren.
Dosering: 3,5 gram per 1.000 planten.

Aubergine, augurk, courgette, komkommer, tomaat en paprika op kunstmatig substraat onder glas, ter bestrijding van larven van kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum). Zodra een aantasting wordt waargenomen een behandeling uitvoeren.
Dosering: 14 gram middel per 1000 planten

Het verdient aanbeveling middels een proefbehandeling vast te stellen of het gewas de behandeling verdraagt.

Plantmateriaal van aubergine, augurk, courgette, komkommer, tomaat en paprika, ter bestrijding van boterbloemluis (Aulacorthum solanii), groene en rode perzikluis (Myzus persicae), katoenluis (Aphis gossypii) en zwarte boneluis (Aphis fabae).

Zodra een aantasting wordt waargenomen een behandeling uitvoeren.
Dosering: 100 gram per ha.

Bloemisterijgewassen onder glas in de grond, ter bestrijding van boterbloemluis (Aulacorthum solanii), groene en rode perzikluis (Myzus persicae), katoenluis (Aphis gossypii) en zwarte boneluis (Aphis fabae).

Zodra aantasting wordt waargenomen een gewasbehandeling uitvoeren.
Dosering: 0,01% (10 gram per 100 liter water).

Bloemisterijgewassen onder glas op kunstmatig substraat, ter bestrijding van boterbloemluis (Aulacorthum solanii), groene en rode perzikluis (Myzus persicae), katoenluis (Aphis gossypii) en zwarte boneluis (Aphis fabae).

Zodra een aantasting wordt waargenomen een behandeling uitvoeren.
Dosering: 3,5 gram per 1.000 planten.

Lelie (bloembollen- en bolbloementeelt), ter bestrijding van katoenluis (Aphis gossypii).

Zodra aantasting wordt waargenomen een gewasbehandeling uitvoeren. De behandeling indien nodig herhalen.
Dosering: 100 gram per ha.

Dompelbehandeling van bloembollen en bolbloemen

In deze gebruiksaanwijzing is voor de toepassingen voor bloembollenplantgoed steeds uitgegaan van een standaardontsmettingswijze waarbij gestreefd dient te worden naar minimale restanten door opgebruik. Voor de toegestane wijze van verwerken van restanten ontsmettingsvloeistof wordt verwezen naar de "Beschikking verwijdering dompelvloeistof bloembollen en -knollen".

Voor andere toepassingstechnieken (kort dompelen, schuimen e.d.) zullen afgeleide doseringen nodig zijn. Raadpleeg hiervoor de betreffende voorlichtingspublicaties waarin tevens is aangegeven hoe, overeenkomstig voornoemde Beschikking, de restanten kunnen worden verwerkt.

Lelie (plantgoed bloembollenteelt), ter bestrijding van katoenluis (Aphis gossypii).

Het plantgoed vóór het planten gedurende 15 minuten dompelen. Het plantgoed dient op het moment van behandeling in rust te zijn. Menging met fungiciden is mogelijk.
Dosering: 0,04% (40 gram per 100 liter water).

Lelie (plantgoed bolbloementeelt), ter bestrijding van katoenluis (Aphis gossypii).

Het plantgoed vóór bewaring gedurende 15 minuten dompelen. Het plantgoed dient op het moment van behandeling in rust te zijn. Menging met fungiciden is mogelijk.
Dosering: 0,04% (40 gram per 100 liter water).

Overjarige bloemisterijgewassen in de vollegrond, ter bestrijding van bladluizen: boterbloemluis, groene perzikluis (incl. de rode variant), zwarte boneluis en ter bestrijding van kaswittevlieg

Zodra een aantasting wordt waargenomen het middel door een gewasbehandeling toepassen.

Zonodig de bespuiting met een interval van 7-10 dagen herhalen.
Dosering: 0,01% ( 10 gram per 100 liter water)

Bloemisterijgewassen onder glas op kunstmatig substraat, ter bestrijding van bladluizen: boterbloemluis, groene perzikluis (incl. rode variant), katoenluis en zwarte boneluis.

Zodra een aantasting wordt waargenomen, een behandeling uitvoeren. Laat voordat het middel wordt toegepast, het gewas de matten wat droogtrekken. Dit bevordert de opname. Het middel dient met de voedingsoplossing te worden meegedruppeld.
Dosering: 3,5 gram per 1000 planten

Bloemisterijgewassen onder glas op kunstmatig substraat, ter bestrijding van kaswittevlieg

Zodra een aantasting wordt waargenomen, een behandeling uitvoeren. Laat voordat het middel wordt toegepast, het gewas de matten wat droogtrekken. Dit bevordert de opname. Het middel dient met de voedingsoplossing te worden meegedruppeld.
Dosering: 14 gram per 1000 planten

Bloemisterijgewassen onder glas, ter bestrijding van bladluizen: boterbloemluis, groene perzikluis (incl. de rode variant), katoenluis, zwarte boneluis en ter bestrijding van kaswittevlieg

Zodra een aantasting wordt waargenomen het middel door een gewasbehandeling toepassen.

Zonodig de bespuiting met een interval van 7-10 dagen herhalen. Bij kaswittevlieg kunnen meer dan twee bespuitingen noodzakelijk zijn.
Dosering: 0,01% ( 10 gram per 100 liter water)

Boomkwekerijgewassen en vaste planten onder glas, ter bestrijding van bladluizen: boterbloemluis, groene perzikluis (incl. rode variant), katoenluis, zwarte boneluis, gewone rozeluis, sjalotteluis en groene kortstaartluis.

Zodra een aantasting wordt waargenomen het middel door een gewasbehandeling toepassen.

Zonodig de bespuiting met een interval van 7-10 dagen herhalen.
Dosering: 0,01% ( 10 gram per 100 liter water)


Boomkwekerijgewassen en vaste planten in de vollegrond, ter bestrijding van bladluizen: boterbloemluis, groene perzikluis (incl. rode variant), zwarte boneluis, gewone rozeluis, sjalotteluis, groene kortstaart- luis, aardappeltopluis, zwarte kerseluis, groene appeltakluis, groene sparreluis, vogelkersluis en beukebladluis.

Zodra een aantasting wordt waargenomen het middel door een gewasbehandeling toepassen.

Zonodig de bespuiting met een interval van 7-10 dagen herhalen.
Dosering: 0,01% ( 10 gram per 100 liter water)

 

Wageningen, 23 januari 2004

 

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,





(secretaris/directeur)

 

 



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN

 

BIJLAGE II bij het verlengings- wijzigingsbesluit van het middel Imex-Imidacloprid,

toelatingsnummer 11547 N

 

Betreft een aanvraag tot verlenging van de paralleltoelating Imex-Imidacloprid
(19980288 TVP), een middel op basis van de werkzame stof Imidacloprid, na 1 januari 2004.

Het middel is toegelaten uitsluitend voor het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel in de teelt van appels en peren, vruchtgroenten onder glas, bloemisterijgewassen onder glas en boomkwekerijgewassen.

 

Onder paralleltoelating wordt verstaan de toelating van een bestrijdingsmiddel, dat van dezelfde fabrikant afkomstig is als een hier te lande toegelaten middel, daarvan niet wezenlijk verschilt, geïmporteerd wordt uit een van de lidstaten van de Europese Unie en aldaar is toegelaten of is geregistreerd.

 

Dit besluit is van toepassing op het middel dat onder de naam Confidor WG 70 wordt geïmporteerd uit Duitsland en aldaar op de markt wordt gebracht door Bayer A.G. te Leverkusen en overeenkomt met het in Nederland toegelaten middel ADMIRE, 11483 N.

Dit besluit is, na melding overeenkomstig het bepaalde in de toelichting van het aanvraagformulier tot toelating voor een parallel geïmporteerd bestrijdingsmiddel, tevens van toepassing op een middel dat geïmporteerd wordt uit een andere lidstaat van de Europese Unie, mits dat middel aldaar op de markt wordt gebracht door dezelfde fabrikant als vermeld in de eerste volzin van deze alinea en mits dat middel overeenkomt met het in Nederland toegelaten middel ADMIRE, 11483 N.

Aangezien de toelating van het middel ADMIRE, 11483 N is gewijzigd, wordt ook de toelating van dit middel gewijzigd.

 

 

Besluit

 

·       Het College besluit de toelating van het middel Imex-Imidacloprid  te verlengen op grond van artikel 5, eerste lid Bestrijdingsmiddelenwet 1996, jo. Artikel 7, vijfde lid Regeling toelating bestrijdingsmiddelen 1995, ter afronding van de besluitvorming.

·       Als expiratiedatum voor het middel Imex-Imidacloprid wordt 1 november 2006 vastgesteld.

·         Het Wettelijk Gebruiksvoorschrift en Gebruiksaanwijzing van Imex-Imidacloprid dient voor de toepassingen in de teelt van bloemisterijgewassen te worden aangepast met de restrictie dat het middel niet toegepast mag worden vóór de bloei

·       Het Wettelijk Gebruiksvoorschrift en Gebruiksaanwijzing van Imex-Imidacloprid dient voor de toepassingen in de teelt van lelie te worden aangepast met de zin: “met dien verstande dat bloei moet worden voorkomen”.

 

 

Wageningen, 23 januari 2004

 

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,




(secretaris/directeur)