Het College
voor de Toelating
van
Bestrijdingsmiddelen,
overwegende, dat het besluit tot toelating van het middel
nr. 11547 N d.d 10 april 1995 dient te worden gewijzigd en het in verband daarmee wenselijk is dit besluit in te trekken en daarom in de plaats, gelet op de artikelen 3, 3a, 4 en 5 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Stb. 288), het volgende besluit vast te stellen,
§ I Toelating
§ II Samenstelling,
vorm en afwerking
Onverminderd hetgeen
omtrent de samenstelling, vorm en afwerking bij de Regeling samenstelling,
indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen is bepaald, moeten:
§ III Gebruik
Het bestrijdingsmiddel mag slechts worden gebruikt met inachtneming van hetgeen in bijlage I dezes, onder A. is voorgeschreven.
§ IV Verpakking en
etikettering
- aard van het preparaat: Water dispergeerbaar granulaat
- werkzame stof(fen): imidacloprid
- andere zeer giftige, giftige, bijtende of schadelijke stof(fen):
- toxicologische groep(en):
- uiterste gebruiksdatum:
a. letterlijk en zonder
enige aanvulling:
hetgeen in bijlage I dezes onder A. is vermeld.
b. hetzij letterlijk,
hetzij naar zakelijke inhoud:
de in bijlage I dezes onder B. opgenomen tekst, met dien verstande, dat niet alle daarin aangegeven toepassingen behoeven te worden vermeld en de inhoud dier tekst slechts mag worden aangevuld met technische aanwijzingen voor een goede bestrijding, mits deze niet met die tekst in strijd zijn.
c. letterlijk en zonder
enige aanvulling:
- Bijzondere gevaren:
Schadelijk bij opname door de mond.
- Veiligheidsaanbevelingen:
Buiten
bereik van kinderen bewaren.
Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van
diervoeder.
Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.
Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding.
d. Overeenkomstig
artikel 15 van de Regeling samenstelling, indeling,
verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen moet op de verpakking
als gevaarsymbool worden aangebracht: een
Andreaskruis
met als onderschrift: “Schadelijk”.
e. bij het toelatingsnummer een cirkel met
daarin de aanduiding W.3.
§ V
Onder paralleltoelating wordt verstaan de toelating van een bestrijdingsmiddel, dat van dezelfde fabrikant afkomstig is als een hier te lande toegelaten middel, daarvan niet wezenlijk verschilt, geïmporteerd wordt uit een van de lidstaten van de Europese Unie en aldaar is toegelaten of geregistreerd.
Dit besluit is van toepassing op het middel dat onder de naam Imex-Imidacloprid wordt geïmporteerd uit Duitsland en aldaar op de markt wordt gebracht door Bayer A.G. te Leverkusen en overeenkomt met het in Nederland toegelaten middel ADMIRE, 11483 N.
Dit besluit is, na melding overeenkomstig het bepaalde in de toelichting van het aanvraagformulier tot toelating voor een parallel geïmporteerd bestrijdingsmiddel, tevens van toepassing op een middel dat geïmporteerd wordt uit een andere lid-staat van de Europese Unie, mits dat middel aldaar op de markt wordt gebracht door dezelfde fabrikant als vermeld in de eerste volzin en mits dat middel overeenkomt met het in Nederland toegelaten middel, ADMIRE, 11483 N.
§ VI
Afleverings- opgebruiktermijnen
Niet conform dit
wijzigingsbesluit aangepaste verpakkingen mogen voor de periode van
23 januari 2004
tot 1 juni 2005
nog worden gebruikt en ten behoeve van het gebruiken voorhanden of in voorraad
worden gehouden.
Niet conform dit besluit
aangepaste verpakkingen mogen voor de periode van 23 januari 2004 tot 1 januari 2005 nog worden verkocht, te koop of te ruil worden aangeboden, ter
beschikking gesteld worden, geschonken alsmede uitgedeeld worden.
Dit besluit treedt in
werking met terugwerkende kracht tot 1 januari 2004.
Degene wiens belang rechtstreeks bij
dit besluit is betrokken kan gelet op artikel 8 van de Bestrijdingsmiddelenwet
1962 en artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes
weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift
indienen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Een dergelijk
bezwaarschrift dient te worden geadresseerd aan: Het College voor de Toelating
van Bestrijdingsmiddelen, Postbus 217, 6700 AE WAGENINGEN.
HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN
BESTRIJDINGSMIDDELEN,
(secretaris/directeur)
Aan:
HET COLLEGE VOOR DE
TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN
BIJLAGE I bij het verlengings- en wijzigingsbesluit van het middel Imex-Imidacloprid,
A.
WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT
Toegestaan
is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel
|
a)
|
in
de teelt van appels en peren door middel van een gewasbehandeling met een
maximum aantal behandelingen van totaal twee keer per seizoen, met dien
verstande dat toepassing alleen is toegestaan vóór de bloei tot en met het
muizenoorstadium alsmede na de bloei van appel en peer; |
|
b)
|
in
de teelt onder glas van aubergine, augurk, courgette, komkommer, tomaat en
paprika, met dien verstande dat het middel slechts centraal met de voedingsoplossing
c.q. door middel van directe kraanvak-injectie mag worden meegegeven, met
dien verstande dat het middel op de dag van de oogst niet vóór de oogst mag
worden toegepast; |
|
c)
|
bij
de opkweek van plantmateriaal onder glas van aubergine, augurk, courgette,
komkommer, tomaat en paprika door middel van een gewasbehandeling; |
|
d)
|
in
de teelt onder glas van bloemisterijgewassen, ná de bloei, door middel van
een gewasbehandeling en een druppelbehandeling; |
|
e)
|
in
de teelt van en ten behoeve van de teelt van lelie door middel van een
gewasbehandeling en een dompelbehandeling, met dien verstande dat bloei moet
worden voorkomen; |
|
f)
|
in
de teelt van overige bloemisterijgewassen in de vollegrond, ná de bloei, door
middel van een gewasbehandeling; |
|
g)
|
in
de teelt van bloemisterijgewassen onder glas, ná de bloei, door middel van
een gewasbehandeling; |
|
h)
|
in
de teelt van boomkwekerijgewassen en vaste planten door middel van een
gewasbehandeling, met dien verstande dat toepassing alleen is toegestaan vóór
de bloei tot het zichtbaar worden van de eerste bloemknoppen alsmede na de
bloei. |
Dit
middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Niet toegestaan is toepassing in
bloeiende gewassen of in gewassen wanneer deze actief bezocht worden door bijen
of hommels. Niet toegestaan is toepassing wanneer bloeiende onkruiden aanwezig
zijn.
Veiligheidstermijn:
De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan:
2 weken voor appels
en peren.
B.
GEBRUIKSAANWIJZING
Attentie:
Bijen kunnen actief vliegen op niet-bloeiende gewassen, bijvoorbeeld om
honigdauw te verzamelen die door luizen is afgescheiden.
Algemeen:
Imex-Imidacloprid is een systemisch middel, het middel wordt bij de
druppelbehandeling door de wortels opgenomen en bij de gewasbehandeling door de
bladeren en vervolgens in de plant verspreid. De werkingssnelheid wordt mede
bepaald door de activiteit van het gewas. Laat in geval van substraatteelt,
voordat u het middel toepast, het gewas de matten wat droogtrekken. Dit bevordert
de opname. Het middel dient met de voedingsoplossing te worden meegedruppeld.
Het
verdient aanbeveling bij gebruik in siergewassen eerst door een proefbespuiting
vast te stellen of de in aanmerking komende variëteiten het middel goed
verdragen.
TOEPASSINGEN:
Appel
en peer, ter bestrijding van de groene appelwants (Lygus
pabulinus).
Bij
aanwezigheid van larven van de groene appelwants, na de bloei, indien
noodzakelijk, een bestrijding uitvoeren.
Dosering: 0,01%
Appel, ter
bestrijding van de roze appelluis (Dysaphis plantaginea).
Bij
aanwezigheid van ingekrulde luizen, na de bloei, indien noodzakelijk, een
bestrijding uitvoeren. Indien in de zomer blijkt dat roze appelluis onvoldoende
is bestreden, kan gedurende de zomer ook een bestrijding worden uitgevoerd.
Ingekrulde luizen worden goed bestreden.
Dosering: 0,01%
Peer, ter
bestrijding van de roze pereluis (Dysaphis pyri).
Bij
aanwezigheid van de roze pereluis, na de bloei, indien noodzakelijk, een
bestrijding uitvoeren.
Dosering: 0,01%
Peer, ter
bestrijding van de vouwgalluis (Anuraphis farfarae).
Bij
aanwezigheid van de vouwgalluis, na de bloei, indien noodzakelijk, een
bestrijding uitvoeren.
Dosering: 0,01%
Appel, ter
bestrijding van de groene appeltakluis (Aphis pomi).
Bij
aanwezigheid van groene appeltakluis, na de bloei, indien noodzakelijk, een
bestrijding uitvoeren.
Dosering: 0,01%
Appel, ter
bestrijding van de fluitekruidluis (Dysaphis anthrisci).
Bij
aanwezigheid van de fluitekruidluis, na de bloei, indien noodzakelijk, een bestrijding
uitvoeren.
Dosering: 0,01%
Appel, ter
bestrijding van de bloedvlekkenluis (Dysaphis devecta).
Bij
aanwezigheid van bloedvlekkenluis, na de bloei, indien noodzakelijk, een
bestrijding uitvoeren.
Dosering: 0,01%
Appel, ter
bestrijding van de appel-grasluis (Rhopalosiphum insertum).
Bij
aanwezigheid van appel-grasluis, na de bloei, indien noodzakelijk, een
bestrijding uitvoeren.
Dosering: 0,01%
Peer, ter
bestrijding van de zwarte pereluis (Melanaphis pyaria).
Bij
aanwezigheid van zwarte pereluis, na de bloei, indien noodzakelijk, een
bestrijding uitvoeren.
Dosering: 0,01%
Peer, ter
bestrijding van de zwarte boneluis (Aphis fabae).
Op
het moment van aanwezigheid van de kolonies van de zwarte boneluis, na de
bloei, indien noodzakelijk, een bestrijding uitvoeren.
Dosering: 0,01%
Het
middel toepassen met ruim water. Toevoeging van uitvloeier kan de effectiviteit
verbeteren.
Aubergine,
augurk, courgette, komkommer, tomaat en paprika op kunstmatig substraat onder
glas, ter bestrijding van boterbloemluis (Aulacorthum solanii),
groene en rode perzikluis (Myzus persicae), katoenluis (Aphis
gossypii) en zwarte boneluis (Aphis fabae).
Zodra
een aantasting wordt waargenomen een behandeling uitvoeren.
Dosering: 3,5 gram per 1.000 planten.
Aubergine,
augurk, courgette, komkommer, tomaat en paprika op kunstmatig substraat onder
glas, ter bestrijding van larven van kaswittevlieg (Trialeurodes
vaporariorum). Zodra een aantasting wordt waargenomen een behandeling
uitvoeren.
Dosering: 14 gram middel per 1000 planten
Het verdient aanbeveling middels een proefbehandeling vast te stellen of het
gewas de behandeling verdraagt.
Plantmateriaal
van aubergine, augurk, courgette, komkommer, tomaat en paprika, ter
bestrijding van boterbloemluis (Aulacorthum solanii), groene en rode
perzikluis (Myzus persicae), katoenluis (Aphis gossypii) en
zwarte boneluis (Aphis fabae).
Zodra
een aantasting wordt waargenomen een behandeling uitvoeren.
Dosering: 100 gram per ha.
Bloemisterijgewassen
onder glas in de grond, ter bestrijding van boterbloemluis (Aulacorthum
solanii), groene en rode perzikluis (Myzus persicae), katoenluis (Aphis
gossypii) en zwarte boneluis (Aphis fabae).
Zodra
aantasting wordt waargenomen een gewasbehandeling uitvoeren.
Dosering: 0,01% (10 gram per 100 liter water).
Bloemisterijgewassen
onder glas op kunstmatig substraat, ter bestrijding van
boterbloemluis (Aulacorthum solanii), groene en rode perzikluis (Myzus
persicae), katoenluis (Aphis gossypii) en zwarte boneluis (Aphis
fabae).
Zodra
een aantasting wordt waargenomen een behandeling uitvoeren.
Dosering: 3,5 gram per 1.000 planten.
Lelie
(bloembollen- en bolbloementeelt), ter bestrijding van katoenluis (Aphis
gossypii).
Zodra
aantasting wordt waargenomen een gewasbehandeling uitvoeren. De behandeling
indien nodig herhalen.
Dosering: 100 gram per ha.
Dompelbehandeling
van bloembollen en bolbloemen
In
deze gebruiksaanwijzing is voor de toepassingen voor bloembollenplantgoed
steeds uitgegaan van een standaardontsmettingswijze waarbij gestreefd dient te
worden naar minimale restanten door opgebruik. Voor de toegestane wijze van
verwerken van restanten ontsmettingsvloeistof wordt verwezen naar de
"Beschikking verwijdering dompelvloeistof bloembollen en -knollen".
Voor
andere toepassingstechnieken (kort dompelen, schuimen e.d.) zullen afgeleide
doseringen nodig zijn. Raadpleeg hiervoor de betreffende
voorlichtingspublicaties waarin tevens is aangegeven hoe, overeenkomstig
voornoemde Beschikking, de restanten kunnen worden verwerkt.
Lelie (plantgoed
bloembollenteelt), ter bestrijding van katoenluis (Aphis gossypii).
Het
plantgoed vóór het planten gedurende 15 minuten dompelen. Het plantgoed dient
op het moment van behandeling in rust te zijn. Menging met fungiciden is
mogelijk.
Dosering: 0,04% (40 gram per 100 liter water).
Lelie
(plantgoed bolbloementeelt), ter bestrijding van katoenluis (Aphis gossypii).
Het
plantgoed vóór bewaring gedurende 15 minuten dompelen. Het plantgoed dient op
het moment van behandeling in rust te zijn. Menging met fungiciden is mogelijk.
Dosering: 0,04% (40 gram per 100 liter water).
Overjarige
bloemisterijgewassen in de vollegrond, ter bestrijding van bladluizen:
boterbloemluis, groene perzikluis (incl. de rode variant), zwarte boneluis en
ter bestrijding van kaswittevlieg
Zodra
een aantasting wordt waargenomen het middel door een gewasbehandeling
toepassen.
Zonodig
de bespuiting met een interval van 7-10 dagen herhalen.
Dosering: 0,01% ( 10 gram per 100 liter water)
Bloemisterijgewassen
onder glas op kunstmatig substraat, ter bestrijding van bladluizen:
boterbloemluis, groene perzikluis (incl. rode variant), katoenluis en zwarte
boneluis.
Zodra
een aantasting wordt waargenomen, een behandeling uitvoeren. Laat voordat het
middel wordt toegepast, het gewas de matten wat droogtrekken. Dit bevordert de
opname. Het middel dient met de voedingsoplossing te worden meegedruppeld.
Dosering: 3,5 gram per 1000 planten
Bloemisterijgewassen onder glas op
kunstmatig substraat, ter bestrijding van kaswittevlieg
Zodra een aantasting wordt
waargenomen, een behandeling uitvoeren. Laat voordat het middel wordt
toegepast, het gewas de matten wat droogtrekken. Dit bevordert de opname. Het
middel dient met de voedingsoplossing te worden meegedruppeld.
Dosering: 14 gram per 1000 planten
Bloemisterijgewassen onder glas, ter
bestrijding van bladluizen: boterbloemluis, groene perzikluis (incl. de rode
variant), katoenluis, zwarte boneluis en ter bestrijding van kaswittevlieg
Zodra
een aantasting wordt waargenomen het middel door een gewasbehandeling
toepassen.
Zonodig
de bespuiting met een interval van 7-10 dagen herhalen. Bij kaswittevlieg
kunnen meer dan twee bespuitingen noodzakelijk zijn.
Dosering: 0,01% ( 10 gram per 100 liter water)
Boomkwekerijgewassen
en vaste planten onder glas, ter bestrijding van bladluizen:
boterbloemluis, groene perzikluis (incl. rode variant), katoenluis, zwarte
boneluis, gewone rozeluis, sjalotteluis en groene kortstaartluis.
Zodra
een aantasting wordt waargenomen het middel door een gewasbehandeling
toepassen.
Zonodig
de bespuiting met een interval van 7-10 dagen herhalen.
Dosering: 0,01% ( 10 gram per 100 liter water)
Boomkwekerijgewassen
en vaste planten in de vollegrond, ter bestrijding van bladluizen:
boterbloemluis, groene perzikluis (incl. rode variant), zwarte boneluis, gewone
rozeluis, sjalotteluis, groene kortstaart- luis, aardappeltopluis, zwarte
kerseluis, groene appeltakluis, groene sparreluis, vogelkersluis en
beukebladluis.
Zodra
een aantasting wordt waargenomen het middel door een gewasbehandeling
toepassen.
Zonodig
de bespuiting met een interval van 7-10 dagen herhalen.
Dosering: 0,01% ( 10 gram per 100 liter water)
HET
COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,
(secretaris/directeur)
HET COLLEGE VOOR DE
TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN
BIJLAGE II bij het verlengings- wijzigingsbesluit van het middel Imex-Imidacloprid,
Betreft een aanvraag tot verlenging van de paralleltoelating
Imex-Imidacloprid
(19980288 TVP), een middel op basis van de werkzame stof Imidacloprid, na 1
januari 2004.
Het middel is toegelaten uitsluitend voor het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel in de teelt van appels en peren, vruchtgroenten onder glas, bloemisterijgewassen onder glas en boomkwekerijgewassen.
Onder paralleltoelating wordt verstaan de toelating van een bestrijdingsmiddel, dat van dezelfde fabrikant afkomstig is als een hier te lande toegelaten middel, daarvan niet wezenlijk verschilt, geïmporteerd wordt uit een van de lidstaten van de Europese Unie en aldaar is toegelaten of is geregistreerd.
Dit besluit is van toepassing op het middel dat onder de naam Confidor WG 70 wordt geïmporteerd uit Duitsland en aldaar op de markt wordt gebracht door Bayer A.G. te Leverkusen en overeenkomt met het in Nederland toegelaten middel ADMIRE, 11483 N.
Dit besluit is, na melding overeenkomstig het bepaalde in de
toelichting van het aanvraagformulier tot toelating voor een parallel
geïmporteerd bestrijdingsmiddel, tevens van toepassing op een middel dat
geïmporteerd wordt uit een andere lidstaat van de Europese Unie, mits dat
middel aldaar op de markt wordt gebracht door dezelfde fabrikant als vermeld in
de eerste volzin van deze alinea en mits dat middel overeenkomt met het in
Nederland toegelaten middel ADMIRE, 11483 N.
Aangezien de toelating van het middel ADMIRE, 11483 N is gewijzigd, wordt ook
de toelating van dit middel gewijzigd.
Besluit
|
·
Het College besluit de toelating van het
middel Imex-Imidacloprid te verlengen
op grond van artikel 5, eerste lid Bestrijdingsmiddelenwet 1996, jo. Artikel
7, vijfde lid Regeling toelating bestrijdingsmiddelen 1995, ter afronding van
de besluitvorming. ·
Als expiratiedatum voor het
middel Imex-Imidacloprid wordt 1 november 2006 vastgesteld. ·
Het Wettelijk Gebruiksvoorschrift en
Gebruiksaanwijzing van Imex-Imidacloprid dient voor de toepassingen in de
teelt van bloemisterijgewassen te worden aangepast met de restrictie dat het
middel niet toegepast mag worden vóór
de bloei ·
Het
Wettelijk Gebruiksvoorschrift en Gebruiksaanwijzing van Imex-Imidacloprid
dient voor de toepassingen in de teelt van lelie te worden aangepast met de
zin: “met dien verstande dat bloei moet worden voorkomen”. |
HET
COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,
(secretaris/directeur)