MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ

Toelatingsnummer 11483 N

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

in overeenstemming met

DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT,

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER en

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID,

beslissende op de aanvraag d.d. 10 oktober 1994 (aanvraagnummer 94-259 T) van

BAYER B.V.

ENERGIEWEG 1

3641 RT MIJDRECHT

tot verkrijging van een toelating als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Stb. 288) voor het middel

Admire,

gelet op de artikelen 3, 4 en 5 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962,

BESLUIT:

§ I. Toelating

1. Het bestrijdingsmiddel Admire wordt toegelaten in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, onder nummer en datum dezes. Voor de gronden waarop dit besluit berust wordt verwezen naar bijlage II dezes.

2. De toelating geldt tot 1 juli 1999.

§ II. Samenstelling, vorm en afwerking

Onverminderd hetgeen omtrent de samenstelling, vorm en afwerking bij de Beschikking samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen is bepaald, moeten:

a. de samenstelling, vorm en fysische toestand van het middel alsmede de chemische en fysische eigenschappen daarvan overeenkomen met de bij de aanvraag tot toelating verstrekte gegevens, alsmede met het bij de aanvraag tot toelating verstrekte monster.

b.

§ III. Gebruik

Het bestrijdingsmiddel mag slechts worden gebruikt met inachtneming van hetgeen in bijlage I dezes onder A. is voorgeschreven.

§ IV. Verpakking en etikettering

1. De aanduidingen, welke ingevolge artikel 7, onder d, e en g, artikel 8 en 9, onder b en c van de Beschikking samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen op de verpakking moeten worden vermeld, worden hierbij vastgesteld als volgt:

- werkzame stof(fen): imidacloprid

- gehalte(n): 70%

- andere zeer giftige, giftige, bijtende of schadelijke stof(fen):

- toxicologische groep(en):

- uiterste gebruiksdatum:

2. Behalve de onder 1. bedoelde en de overige bij de Beschikking samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen voorgeschreven aanduidingen en vermeldingen moeten op de verpakking voorkomen:

a. letterlijk en zonder enige aanvulling

hetgeen in bijlage I dezes onder A. is vermeld.

b. hetzij letterlijk, hetzij naar zakelijke inhoud:

de in bijlage I dezes onder B. opgenomen tekst, met dien verstande, dat niet alle daarin aangegeven toepassingen behoeven te worden vermeld en de inhoud dier tekst slechts mag worden aangevuld met technische aanwijzingen voor een goede bestrijding, mits deze niet met die tekst in strijd zijn.

c. letterlijk en zonder enige aanvulling:

- Bijzondere gevaren:

Schadelijk bij opname door de mond.

- Veiligheidsaanbevelingen:

Buiten bereik van kinderen bewaren.

Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

Indien men zich onwel voelt een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen).

d. Overeenkomstig bijlage II bij de Beschikking samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen moet op de verpakking als gevaarsymbool worden aangebracht: een Andreaskruis

met als onderschrift: "Schadelijk"

Een belanghebbende kan tegen dit besluit een met redenen omkleed bezwaarschrift indienen bij de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Als een bezwaarschrift wordt ingediend, moet dit binnen 6 weken na dagtekening van dit besluit worden verzonden naar: Het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, t.a.v. het Bureau bezwaarschriften en geschillen, Postbus 20401, 2500 EK 's-Gravenhage.

Wageningen, 14 oktober 1994

DE MINISTER VAN LANDBOUW,

NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING

VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,

(voorzitter)

MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ

BIJLAGE I bij het toelatingsbesluit van het middel Admire,

toelatingsnummer 11483 N

A.

WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insektenbestrijdingsmiddel in de teelt onder glas van bloemisterijgewassen.

Niet toegestaan is gebruik op bloeiende planten.

Gebruik is wel toegestaan op bloeiende planten onder glas mits er geen bijen of hommels in de kas zijn.

B.

GEBRUIKSAANWIJZING

Attentie:

Gevaarlijk voor bijen en hommels.

Bloemisterijgewassen onder glas in grond, ter bestrijding van bladluizen: boterbloemluis (Aulacorthum solani), groene perzikluis (Myzus persicae), katoenluis (Aphis gossypii) en zwarte boneluis (Aphis fabae).

Zodra een aantasting wordt waargenomen het middel door middel van een

gewasbehandeling toepassen.

Dosering: 0,01% (10 gram per 100 liter water).

Bloemisterijgewassen onder glas op kunstmatige substraat, ter bestrijding van bladluizen: boterbloemluis (Aulacorthum solani), groene perzikluis (Myzus persicae), katoenluis (Aphis gossypii) en zwarte boneluis (Aphis fabae).

Zodra een aantasting wordt waargenomen een behandeling uitvoeren. Laat, voordat U het middel toepast, het gewas de matten wat droogtrekken. Dit bevordert de opname. Het middel dient met de voedingsoplossing te worden meegedruppeld.

De werkingssnelheid wordt mede bepaald door de activiteit van het gewas.

Dosering: 3,5 gram middel per 1000 planten.

Wageningen, 14 oktober 1994

DE MINISTER VAN LANDBOUW,

NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING

VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,

(voorzitter)

MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ

BIJLAGE II bij het toelatingsbesluit van het middel Admire,

toelatingsnummer 11483 N

Met betrekking tot de vastgestelde geldigheidsduur van het besluit wordt het volgende opgemerkt:

Bepaalde toepassing(en) van bovengenoemd middel voldoet(n) niet aan de in de Regeringsbeslissing Meerjarenplan Gewasbescherming (Kamerstukken II, 1990-1991, nr. 21677) genoemde criteria inzake uitspoeling of persistentie. Deze criteria kunnen op grond van rechterlijke uitspraken niet worden toegepast.

Thans wordt gewerkt aan wetswijziging en aan de invoering van een algemene maatregel van bestuur (AMvB), waarin deze milieucriteria zijn opgenomen. Op het moment dat de AMvB ter advisering wordt aangeboden aan de Bestrijdingsmiddelencommissie, zullen toelatingen/aanvragen tot toelating voor middelen die niet voldoen aan de criteria voor persistentie en uitspoeling alleen nog worden verlengd/toegewezen voor een korte periode. Deze periode zal ongeveer gelijk zijn aan de periode tot aan inwerkingtreding van de AMvB.

Reden van deze handelwijze is dat na inwerkingtreding van de AMvB deze middelen opnieuw op hun toelaatbaarheid worden beoordeeld, en zullen worden getoetst aan de in de AMvB opgenomen milieucriteria. Mogelijk is dat toelatingen tussentijds worden ingetrokken na het totstandkomen van het betreffende regelgevingskader.

Wageningen, 14 oktober 1994

DE MINISTER VAN LANDBOUW,

NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING

VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,

(voorzitter)