MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ

Toelatingsnummer 9408 N

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
in overeenstemming met
DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT,
DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER en
DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID,

overwegende, dat het besluit tot toelating van het middel

Dursban 4 E,

nr. 9408 N d.d. 22 mei 1986 dient te worden gewijzigd en het in verband daarmee wenselijk is dit besluit opnieuw vast te stellen, gelet op de artikelen 3, 3a, 4 en 5 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Stb. 288),

BESLUIT:

§ I. Toelating

1. Het bestrijdingsmiddel Dursban 4 E wordt toegelaten in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, onder nummer en datum dezes. Voor de gronden waarop dit besluit berust wordt verwezen naar bijlage II dezes.

2. De toelating geldt tot 22 mei 1996.

§ II. Samenstelling, vorm en afwerking

Onverminderd hetgeen omtrent de samenstelling, vorm en afwerking bij de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen is bepaald, moeten:

a. de samenstelling, vorm en fysische toestand van het middel alsmede de chemische en fysische eigenschappen daarvan overeenkomen met de bij de aanvraag tot toelating verstrekte gegevens, alsmede met het bij de aanvraag tot toelating verstrekte monster.

b.

§ III. Gebruik

Het bestrijdingsmiddel mag slechts worden gebruikt met inachtneming van hetgeen in Bijlage I bij dit toelatingsbesluit nr. 9408 N onder A. is voorgeschreven.

§ IV. Verpakking en etikettering

1. De aanduidingen, welke ingevolge artikel 15 van de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen op de verpakking moeten worden vermeld, worden hierbij vastgesteld als volgt:

- aard van het preparaat: emulgeerbaar concentraat

- werkzame stof(fen): chloorpyrifos

- gehalte(n): 480 g/l

- andere zeer giftige, giftige, bijtende of schadelijke stof(fen):

- toxicologische groep(en): organische fosforverbinding met cholinesterase-remmende werking

- uiterste gebruiksdatum:

2. Behalve de onder 1. bedoelde en de overige bij de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen voorgeschreven aanduidingen en vermeldingen moeten op de verpakking voorkomen:

a. letterlijk en zonder enige aanvulling:

hetgeen in bijlage I bij dit toelatingsbesluit onder A. is vermeld.

b. hetzij letterlijk, hetzij naar zakelijke inhoud:

de in bijlage I bij dit toelatingsbesluit nr. 9408 N onder B. opgenomen tekst, met dien verstande, dat niet alle daarin aangegeven toepassingen behoeven te worden vermeld en de inhoud dier tekst slechts mag worden aangevuld met technische aanwijzingen voor een goede bestrijding, mits deze niet met die tekst in strijd zijn.

c. letterlijk en zonder enige aanvulling:

- Bijzondere gevaren:

Schadelijk bij opname door de mond.

Irriterend voor de huid.

Ontvlambaar.

- Veiligheidsaanbevelingen:

Buiten bereik van kinderen bewaren.

Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

Na aanraking met de huid onmiddellijk wassen met veel water.

Draag geschikte handschoenen.

Indien men zich onwel voelt een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen).

Aanraking met de huid vermijden.

d. Overeenkomstig artikel 15 van de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen moet op de verpakking als gevaarsymbool worden aangebracht: een Andreaskruis
met als onderschrift: “Schadelijk”

e. Bij het toelatingsnummer een cirkel met daarin de aanduiding: W.1.

Een belanghebbende kan tegen dit besluit een met redenen omkleed bezwaarschrift indienen bij de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Als een bezwaarschrift wordt ingediend, moet dit binnen 6 weken na dagtekening van dit besluit worden verzonden naar: Het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, t.a.v. het Bureau bezwaarschriften en geschillen, Postbus 20401, 2500 EK 's-Gravenhage.

Wageningen, 13 oktober 1995

DE MINISTER VAN LANDBOUW,
NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,


(voorzitter)

Aan:

DOW ELANCO B.V.
DESGUINLEI 92
B-2018 ANTWERPEN
BELGIE

MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ

BIJLAGE I bij het toelatingsbesluit van het middel Dursban 4 E,

toelatingsnummer 9408 N

A.

WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insektenbestrijdingsmiddel door middel van een

a. grondbehandelingsmiddel ten behoeve van de teelt van consumptieaardappelen, fabrieksaardappelen, pootaardappelen, rode kool, savooie kool, spitskool, witte kool, Chinese kool, bloemkool, broccoli, spruitkool, koolrabi, gladiolen, tulpen en irissen, mits toegepast vóór het planten of zaaien;

b. plantvoetbehandeling in de teelt van rode kool, savooie kool, spitskool, witte kool, Chinese kool, bloemkool, broccoli, spruitkool en koolrabi;

c. gewasbehandeling in de teelt van narcissen;

d. in grasland en sportvelden.

De plantvoetbehandeling bij rode kool, savooie kool, spitskool, witte kool, Chinese kool, bloemkool, broccoli, spruitkool en koolrabi mag tot uiterlijk 2 weken na het uitplanten plaatsvinden.

Grasland mag niet binnen 3 weken na behandeling worden beweid, noch mag het gras binnen 3 weken na behandeling worden gemaaid ten behoeve van voederdoeleinden.

Sportvelden mogen 5 dagen na behandeling niet worden betreden.

Niet toegestaan is het gebruik op bloeiende gewassen en planten die door bijen bevlogen worden.

Toepassing door middel van een vliegtuig is verboden.

B.

GEBRUIKSAANWIJZING

Attentie

Het middel is gevaarlijk voor bijen, daarom niet toepassen als schade aan bijen toegebracht kan worden.

Het middel is giftig voor waterorganismen, derhalve zodanig toepassen dat het niet in oppervlaktewater terecht komt.

Toepassingen

Consumptieaardappelen, fabrieksaardappelen en pootaardappelen, tegen ritnaalden (larven van Elateridae)

Grondbehandeling vóór het planten, waarbij het middel in 600 liter water per ha moet worden verspoten en vervolgens ingewerkt.

Dosering: 8 liter per ha.

Rode kool, savooie kool, spitskool, witte kool, Chinese kool, bloemkool, broccoli, spruitkool en koolrabi, tegen koolvlieg (Delia brassicae).

a. plantvoetbehandeling
Per plant 100 ml gieten van een 0,15% oplossing (15 ml per 10 liter water).
Toepassing kort na het planten danwel nadat de eerste eieren zijn afgezet.

b. op het plantenbed
Vóór het zaaien per m² 1 liter gieten van een oplossing, die per 10 liter water 6 ml middel bevat.

Gladiolen, tulpen en irissen, tegen ritnaalden (larven van Elateridae), aardrupsen (larven van o.a. Agrotis spp.) en emelten (larven van vnl. Tipula spp.).

Deze bodeminsekten treden vooral op bij teelten op gescheurd grasland.
Bij gladiolen wordt door een behandeling tevens bonevlieg (Delia platura) bestreden.

Het middel vóór het planten in de open regel spuiten.

Dosering: 6 liter per ha.

Narcissen, tegen narcisvlieg (Eumerus strigatus en Merodon equestris)

Indien het plantgoed niet behandeld is tegen narcisvlieg kan met name in tweejarige narcissen een éénmalige bespuiting worden uitgevoerd met 4,5 liter van dit middel per ha.

Deze behandeling bij voorkeur in de maand april uitvoeren, het liefst tijdens of vlak voordat regen wordt verwacht, opdat het middel zo goed mogelijk in de grond doordringt.

Bij droog weer is inregenen noodzakelijk.

Zo mogelijk het plantgoed een warmwaterbehandeling geven om infektie vanuit de partij te voorkomen.

Dit middel heeft een goede nevenwerking tegen narcismineervlieg (Norella spinipes).

Grasland en sportvelden, tegen emelten (larven van vnl. Tipula spp.)

De bestrijding bij voorkeur in de herfst uitvoeren.

Toepassen indien per m² ca. 150 emelten voorkomen.

Wanneer in het voorjaar een bestrijding wordt uitgevoerd, het middel toepassen indien per m² ca. 100 emelten voorkomen.
Ten tijde van de behandeling aanwezige rouwvlieglarven (Bibionidae) worden eveneens bestreden.

Dosering: 1,5 liter per ha.

Voldoende water gebruiken voor een optimale verdeling van het middel.

Wageningen, 13 oktober 1995

DE MINISTER VAN LANDBOUW,
NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,


(voorzitter)

MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ

BIJLAGE II bij het toelatingsbesluit van het middel Dursban 4 E,

toelatingsnummer 9408 N

Met betrekking tot de vastgestelde geldigheidsduur van het besluit wordt het volgende opgemerkt:
Bepaalde toepassing(en) van het middel voldoet (n) niet aan de in het Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen opgenomen milieucriteria. De toelaatbaarheid van het middel zal worden herbeoordeeld. Zonodig zal de toelating worden gewijzigd dan wel ingetrokken.

Wageningen, 13 oktober 1995

DE MINISTER VAN LANDBOUW,
NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,


(voorzitter)